Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 11/1874/GV, 20 juli 2011, beroep
Uitspraakdatum:20-07-2011

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 11/1874/GV

betreft: [klager] datum: 20 juli 2011

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 9 juni 2011 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (de Staatssecretaris),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Klager heeft het beroep als volgt toegelicht. Hij kan er niets aan doen dat er geen RISc is afgenomen en dat er niemand van de reclassering is langsgekomen. Klager vraagt hier elke week om.

Namens de Staatssecretaris is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Ten tijde van het verzoek was er nog geen RISc afgenomen en nog geen re-integratieplan opgesteld. Klager wilde niet meewerken aan voorlichtingsrapportage. Inmiddels is de RISc afgenomen en wordt het re-integratieplan afgewacht.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.
De directeur van de penitentiaire inrichtingen Rotterdam, locatie Hoogvliet heeft positief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag onder de voorwaarde dat klager geen contact zoekt met het slachtoffer en zich niet begeeft in de omgeving waar zij
woont.
De officier van justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam heeft aangegeven dat klager pas voor verlof in aanmerking komt als de RISc hiertoe aanleiding geeft.
De politie Spijkenisse heeft aangegeven geen bezwaar te hebben, mits klager geen contact zoekt met het slachtoffer en zich niet bevindt op locaties waar hij het slachtoffer zou kunnen tegenkomen.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek, wegens verkrachting. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 2 december 2011.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers eerste verlofaanvraag. Hij kan in totaal vier verlofaanvragen indienen.

Uit de stukken komt naar voren dat klager niet wilde meewerken aan een voorlichtingsrapportage. Op 20 april 2011 heeft hij aangegeven deel te willen nemen aan het programma TR. Inmiddels heeft klager een RISc gesprek gehad en zal er een adviesrapport
en
re-integratieplan opgesteld worden. Namens de Staatssecretaris is aangegeven dat het raadzaam geacht wordt dit re-integratieplan af te wachten.
De beroepscommissie is van oordeel dat de omstandigheid dat een voorlichtingsrapport ontbreekt en een re-integratieplan (met risico-inventarisatie) nog niet gereed is, een contra-indicatie vormt voor verlofverlening en dat deze een afwijzing van
klagers
verlofaanvraag rechtvaardigt. Derhalve kan de beslissing van de Staatssecretaris, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen en gelet op de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 4 onder b van de Regeling tijdelijk verlaten van de
inrichting, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M. Boone en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van mr. I. Lispet, secretaris, op 20 juli 2011

secretaris voorzitter

Naar boven