Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdelijke vrijstellingsregeling Schepenbesluit 1965 (Stcrt. 2004, 246)
Geldigheid:20-10-2002 t/m 31-12-2004Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.


Regeling houdende vrijstelling van de eisen van het Schepenbesluit 1965 voor schepen die voldoen aan de internationaal van kracht zijnde voorschriften van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) (Tijdelijke vrijstellingsregeling Schepenbesluit 1965)

14 oktober 2002/Nr. HDJZ/SCH/2002-2021
Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat, Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba; Gelet op artikel 5, eerste lid, van de Schepenwet;

Besluit:

Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157).

Artikel 2
Schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 4, onderdeel a of b, van het Schepenbesluit 1965 benodigd is, zijn, indien zij voldoen aan de op die schepen toepasselijke voorschriften van de hoofdstukken II-1 tot en met V en XII van het SOLAS-verdrag, vrijgesteld van de eisen, bedoeld in de artikelen 39, eerste en derde lid, 40, tweede lid, 41, eerste lid, 42, eerste lid, 44, vierde lid, tweede volzin, 45, eerste en derde tot en met vijfde lid, 48, tweede lid, voorzover betrekking hebbend op bijlage II, 49, 50, 52, 57, 59, eerste lid, tweede volzin, 62, 67b, 88, 89, 94 tot en met 97 en 100a van het Schepenbesluit 1965.

Artikel 3
Schepen waarvoor een internationaal radioveiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, van het Schepenbesluit 1965 benodigd is, zijn, indien zij voldoen aan de op die schepen toepasselijke voorschriften van de hoofdstukken III, voorzover betrekking hebbend op radiocommunicatiemiddelen, en IV van het SOLAS-verdrag, vrijgesteld van de eisen bedoeld in artikel 67b en, voorzover betrekking hebbend op radiocommunicatiemiddelen, de eisen van bijlage XIA van het Schepenbesluit 1965.

Artikel 4
De kapitein van een schip waarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 2 of 3 geldt, draagt er, voorzover nodig in afwijking van hoofdstuk X van het Schepenbesluit 1965, zorg voor dat het schip blijft voldoen aan de in artikel 2, onderscheidenlijk artikel 3, bedoelde voorschriften van het SOLAS-verdrag.

Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als:
Tijdelijke vrijstellingsregeling Schepenbesluit 1965.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaose Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Roelf H. de Boer.

Toelichting


Algemeen

Deze regeling beoogt een voorziening te bieden voor de certificering van schepen op grond van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) (hierna: SOLAS-verdrag), zoals dat verdrag met inachtneming van alle internationaal in werking getreden wijzigingen luidt. Bij de nationale implementatie van de wijzigingen van het SOLAS-verdrag, dat voor het Koninkrijk in het Schepenbesluit 1965 is uitgevoerd, is namelijk geleidelijk aan een achterstand ontstaan, die onlangs nog verder is toegenomen door de inwerkingtreding per 1 juli 2002 van resoluties MSC.69(69) en MSC.99(73) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie, waarbij onder meer de hoofdstukken II-2 (brandbescherming) en V (veiligheid van navigatie) van het SOLAS-verdrag integraal zijn herzien.
Voor de mondiaal opererende zeescheepvaartsector is het van belang dat, ondanks de implementatieachterstand, schepen toch overeenkomstig de internationaal van kracht zijnde voorschriften van het SOLAS-verdrag kunnen worden gecertificeerd, onder meer om te voorkomen dat die schepen in buitenlandse havens in het kader van havenstaatcontroles zouden worden aangehouden. In de praktijk was daarom reeds het gebruik gegroeid dat aan het Schepenbesluit 1965 bij de certificering van schepen een SOLAS-conforme toepassing werd gegeven, indien besluit en verdrag uiteenliepen. Met de inwerkingtreding van de hierboven aangehaalde resoluties MSC.69(69) en MSC.99(73) is het echter wenselijk geworden om de SOLAS-conforme certificering van schepen ook een formele basis te geven. Daartoe strekt de onderhavige regeling. Overigens zij opgemerkt dat de veiligheid van de schepen en hun opvarenden door de SOLAS-conforme certificering nooit in het geding is gekomen. Omdat de (gewijzigde) SOLAS-voorschriften vaak een iets hoger veiligheidsniveau hebben dan de (nog ongewijzigde) voorschriften van het Schepenbesluit 1965, is de veiligheid eerder toegenomen.
De regeling is opgezet als een vrijstellingsregeling: schepen die voldoen aan de eisen van het SOLAS-verdrag, zijn vrijgesteld van de (soms verouderde) eisen van het Schepenbesluit 1965. Omdat de internationaal benodigde certificaten en de onderzoeken waaraan schepen ter verkrijging van een certificaat worden onderworpen, ongewijzigd zijn gebleven, behoeft in de regeling daaromtrent niets te worden geregeld. Met betrekking tot de benodigde certificaten en de onderzoeken waaraan schepen in verband met die certificaten worden onderworpen, blijven gewoon de regels van het Schepenbesluit 1965 van toepassing.
Tot besluit zij nog opgemerkt dat de regeling slechts een tijdelijk karakter heeft. Momenteel wordt gewerkt aan een volledige herziening van het Schepenbesluit 1965, dat door de vele wijzigingen die het sinds zijn totstandkoming heeft ondergaan en door de toegenomen omvang en complexiteit van de bij of krachtens het besluit te implementeren internationale en Europese regelgeving, inmiddels in veel opzichten dringend toe is aan modernisering. Het streven is erop gericht om het nieuwe Schepenbesluit in de eerste helft van 2003 gereed te hebben. Omdat de moderniseringsoperatie er mede toe strekt om de bestaande implementatieachterstand op te ruimen, kan de onderhavige regeling na de totstandkoming van het nieuwe besluit weer worden ingetrokken.

Artikelsgewijs

Artikel 1
Dit artikel bevat de begripsomschrijving van de in de regeling toegepaste verkorte aanduiding van het SOLAS-verdrag. Van belang is dat de verwijzing naar het SOLAS-verdrag een dynamische is en dus mede de wijzigingen van dat verdrag omvat.

Artikelen 2 en 3
Deze artikelen vormen de kern van de regeling. Aangesloten is bij de op grond van het SOLAS-verdrag verplichte internationale veiligheidscertificaten, die overeenkomen met de op grond van artikel 4 van het Schepenbesluit 1965 benodigde certificaten.
De in artikel 2 aangehaalde hoofdstukken met technische eisen uit het SOLAS-verdrag vormen het kader voor de veiligheidscertificering van passagiersschepen en van vrachtschepen van 500 ton of meer (vgl. artikel 4, onderdelen a en b, van het Schepenbesluit 1965). Vanwege de samenhang tussen die hoofdstukken (en de onderlinge samenhang van de in die hoofdstukken opgenomen voorschriften) is ervoor gekozen om bedoelde hoofdstukken in hun geheel van toepassing te verklaren en de vrijstelling betrekking te laten hebben op alle voorschriften uit het Schepenbesluit 1965 die, gelet op de onderwerpen waarop zij betrekking hebben, met deze SOLAS-hoofdstukken overeenkomen. Een belangrijke overweging daarbij is ook dat deze methode voor de uitvoeringspraktijk wel zo eenvoudig is.
Voor vrachtschepen van 300 tot 500 ton geldt op grond van het SOLAS-verdrag uitsluitend de verplichting tot het hebben van een radioveiligheidscertificaat (vgl. artikel 4, onderdeel c, van het Schepenbesluit 1965). De vrijstelling in artikel 3 ziet dan ook slechts op de eisen die verband houden met radiocommunicatiemiddelen. Deze middelen kunnen zich overigens ook aan boord van reddingboten e.d. bevinden, reden waarom artikel 3 mede ziet op hoofdstuk III van het SOLAS-verdrag (reddingmiddelen en -voorzieningen) en de met dat hoofdstuk corresponderende bijlage XIA van het Schepenbesluit 1965.

Artikel 4
Op de kapitein van een schip rust de verplichting om ervoor te zorgen dat het schip aan de op dat schip toepasselijke eisen blijft voldoen. Voor een overeenkomstig de eisen van het SOLAS-verdrag gecertificeerd schip dient dan uiteraard het SOLAS-verdrag en niet het Schepenbesluit 1965 als uitgangspunt te worden genomen. Aan de vrijstellingen uit de artikelen 2 en 3 wordt in artikel 4 dan ook het voorschrift verbonden dat de kapitein ervoor zorgt dat het schip aan de SOLAS-eisen blijft voldoen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Roelf H. de Boer.
Naar boven