Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 05/2231/TA, 1 februari 2006, beroep
Uitspraakdatum:01-02-2006

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 05/2231/TA

betreft: [klager] datum: 1 februari 2006

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

het hoofd van tbs-kliniek De Kijvelanden te Poortugaal, verder te noemen de inrichting,

gericht tegen een uitspraak van 25 augustus 2005 van de beklagcommissie bij genoemde inrichting, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 10 november 2005, gehouden in de penitentiaire inrichtingen Amsterdam, zijn gehoord klager, en namens het hoofd van voormelde tbs-inrichting, [...], hoofd behandeling, en [...], waarnemend hoofd
behandelingsrapportage. Het hoofd van de inrichting is in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken. Op 22 december 2005 ontving het secretariaat van de Raad de informatie. Klager is vervolgens in de gelegenheid gesteld hierop te
reageren.
Op 2 januari 2006 ontving het secretariaat van de Raad zijn reactie.

Op grond van de stukken en haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het ontbreken van een regelbare verwarming in de verblijfsruimte van klager.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten
Namens het hoofd van de inrichting is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Klager heeft wel een regelbare verwarming in zijn persoonlijke verblijfsruimte. Uit onderzoek blijkt dat de verwarming in zijn
persoonlijke verblijfsruimte hetzelfde functioneert als de verwarmingen in de persoonlijke verblijfsruimtes van zijn medepatiënten; de knop in de verblijfsruimte van klager werkt. Zowel overdag als ’s nachts kan klager zelf de temperatuur van zijn
verwarming regelen. Het systeem van verwarmen is regelbaar, maar reageert traag. Eén knop van de verwarming bevindt zich in de technische ruimte naast de deur van de persoonlijke verblijfsruimte van patiënten. Deze knop staat gedeeltelijk opengedraaid.
De andere knop van de verwarming bevindt zich op de radiator in de persoonlijke verblijfsruimte. Door middel van deze laatste knop is de temperatuur van de verwarming regelbaar, zowel overdag als ’s nachts.
Hierbij is wel van belang dat de radiator vrij staat, zo is het niet bevordelijk voor de temperatuur in de persoonlijke verblijfsruimte als er een bed tegen de radiator aangeschoven staat. Hiernaast zal ook het constant openen en sluiten van de deur
een
slechte temperatuurregeling teweeg brengen.
’s Nachts wordt in de inrichting de temperatuur van de verwarming automatisch omlaag gebracht naar 18 graden. Hierdoor kan echter ook een temperatuur van 20 graden bereikt worden. Als klager bij de staf aangeeft dat hij een andere temperatuur van zijn
verwarming wil, dan is dat mogelijk nadat de staf een handeling heeft verricht waardoor de verwarming weer regelbaar wordt. Het is niet zo dat de verwarming in de persoonlijke verblijfsruimte alleen helemaal aan of helemaal uitgezet kan worden. Er is
geen sprake van een loze knop. Klager beschikt dus over een regelbare verwarming die een temperatuur van 20 graden kan bereiken. Hiermee is voldaan aan de zorgplicht uit artikel 16, eerste lid, Bvt. Voor de problemen met de verwarming is constant
aandacht geweest.

Klager heeft het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht. Het verwarmingssysteem is een ingewikkeld systeem. De thermostaatknop zit buiten de verblijfsruimte waar het koeler is. Klager kan in zijn verblijfsruimte
de temperatuur niet regelen. Weliswaar zit er een knop op de radiator met verschillende standen, maar deze werkt niet. Klager is overgeplaatst naar een andere verblijfsruimte. Ook daar speelt het probleem. Het probleem met de verwarming wordt breed
gedragen binnen de kliniek en wordt ook door de facilitaire dienst beaamd. Klager heeft niet de indruk dat er iets aan wordt gedaan. Hij meent dat het probleem simpel is op te lossen door de verwarming helemaal dicht te draaien en een klein elektrisch
kacheltje in de verblijfsruimte te plaatsen.
Klager wijst op de tegenspraak in het verweerschrift van het hoofd van de inrichting waar hij eerst aangeeft dat de temperatuur volledig door klager zelf kan worden ingesteld en later stelt dat het regelen van de verwarming mogelijk is nadat de staf
een
handeling heeft verricht.
Het verwarmingssysteem bestaat uit een aanvoer van heet water. De hoofdkraan is buiten de verblijfsruimte geplaatst en is voorzien van een thermostaatknop. De meting van de temperatuur vindt dus buiten de verblijfsruimte plaats. De temperatuur binnen
en
buiten de verblijfsruimte kunnen niet overeenkomen. Het is niet mogelijk om met twee knoppen in verschillende ruimten, de temperatuur in één hiervan te regelen. Nog steeds is het soms te koud en wil het niet warmer worden en is het soms te warm en kan
klager de kachel niet laten afkoelen. Het afknijpingsmechaniek functioneert niet goed. De hoofdkraan is louter een schakelaar die open- of dichtgedraaid kan worden. Door een te hoge waterdruk kan het afknijpmechaniek het water alleen doorlaten of
afstoppen. De verwarmingsknop in de verblijfsruimte heeft geen enkele invloed op de temperatuur van de verwarming en functioneert helemaal niet.
Om de temperatuur te normaliseren moet klager een portier oproepen. Voordat deze tijd heeft gaan er soms twee of drie uur voorbij, waarna bijna altijd het toezichtluikje wordt geopend met de vraag het verzoek toe te lichten. Klager gebruikt gedurende
de
nacht het omslagpunt tussen koud en bloedheet om in slaap te komen. Het hoofd van de inrichting voldoet volgens klager niet aan de zorgplicht van artikel 16, eerste lid, Bvt.
Inmiddels is een instructie uitgegaan op grond waarvan de staf niet meer bereid is de thermostaatknop in de technische ruimte te verstellen, nadat deze volgens de instructie is afgesteld. Diezelfde dag wilde het niet warmer worden dan 12 graden. De
staf
heeft uiteindelijk de betreffende thermostaatknop versteld, waardoor het nu onaangenaam warm in de verblijfsruimte wordt.

3. De beoordeling
Op grond van artikel 16, eerste lid, Bvt draagt het hoofd van de inrichting voor iedere verpleegde zorg voor een persoonlijke verblijfsruimte, welke behoorlijk is ingericht. De persoonlijke verblijfsruimte dient op grond van artikel 7, eerste lid van
de
Regeling eisen persoonlijke verblijfsruimte justitiële tbs-inrichtingen (verder: de Regeling) voorzien te zijn van een regelbare verwarming.

De beroepscommissie stelt vast dat tussen partijen overeenstemming bestaat over de globale inrichting van het verwarmingssysteem, in die zin dat de toevoer van warm water kan worden gereguleerd door een knop in de technische ruimte naast de
persoonlijke
verblijfsruimten van de patiënten en een knop op de radiator in de persoonlijke verblijfsruimten van de patiënten. Tussen partijen is in geschil de mate waarin de warmte in de persoonlijke verblijfsruimte daadwerkelijk door de knop op de radiator kan
worden gereguleerd. Klager stelt dat in zijn geval de knop op de radiator niet werkt en dat met de knop overigens de warmte niet kan worden gereguleerd; dit kan wel met de thermostaatknop in de technische ruimte. Het hoofd van de inrichting weerspreekt
dit en stelt dat uit onderzoek is gebleken dat de knop op de radiator in de verblijfsruimte van klager wel werkt en hiermee wel de warmte in de verblijfsruimte van klager kan worden gereguleerd, zij het dat deze traag werkt. De beroepscommissie heeft
geen aanleiding aan de resultaten van dit door het hoofd van de inrichting verrichte onderzoek te twijfelen. Het tegendeel is gebleken noch door klager aannemelijk gemaakt. Gelet op het vorenstaande moet worden aangenomen, dat in de persoonlijke
verblijfsruimte van klager zich een knop bevindt waarmee de warmte kan worden gereguleerd. Het hoofd van de inrichting heeft aan zijn zorgplicht zoals bedoeld in voornoemd artikel 16 Bvt en artikel 7 van de Regeling, voldaan. Het beroep van de
directeur
dient derhalve gegrond te worden verklaard. De uitspraak van de beklagcommissie kan niet in stand blijven en dient te worden vernietigd.

Ten overvloede merkt de beroepscommissie nog het volgende op. Artikel 7 van de Regeling moet niet zo worden uitgelegd dat het hoofd van de inrichting dient zorg te dragen voor een verwarmingsinstallatie waarmee elke patiënt elke door hem gewenste
temperatuur zelf kan instellen. Het gebruik van een verwarmingsinstallatie waarop meerdere verblijfsruimten zijn aangesloten brengt nu eenmaal met zich mee dat de temperatuur door de één te warm en door de ander te koud wordt bevonden. Daar waar klager
klaagt over de temperatuur in zijn persoonlijke verblijfsruimte, beveelt de beroepscommissie aan, dat het hoofd van de inrichting nagaat of er in het specifieke geval van klager toch nog enige oplossing mogelijk is.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr.drs. F.A.M. Bakker, voorzitter, mr.drs. T.A.M. Louwe en dr. E.B.M. Rood-Pijpers, leden, in tegenwoordigheid van R. Kokee, secretaris, op 1 februari 2006

secretaris voorzitter

Naar boven