Onderwerp: Bezoek-historie

Wonen in Nederland, werken buiten Nederland (SB1035)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 12, eerste lid, KB 746 bepaalt dat personen die langer dan drie maanden buiten Nederland werken voor een in Nederland gevestigde werkgever verzekerd blijven voor de volksverzekeringen. Voorwaarde is dat men in Nederland woont. Uit het beleid van de SVB over de territoriale werking van Verordening (EG) nr. 883/2004 volgt dat, indien de betrokkene onmiddellijk voorafgaand aan het werken buiten Nederland in Nederland verzekerd was, het wonen in een andere lidstaat van de EU of de EER of het wonen in Zwitserland gelijkgesteld moet worden met het wonen in Nederland.

Het komt voor dat een persoon beurtelings in en buiten Nederland werkt en tussenliggende perioden van kort verlof geniet. Bij de beoordeling of er ten aanzien van een dergelijke persoon sprake is van een aaneengesloten periode van arbeid buiten Nederland van ten minste drie maanden hanteert de SVB inzake verlofperiodes de volgende beleidsregel. Uitgangspunt is dat een periode van verlof die wordt genoten in aansluiting op een periode van werken, wordt toegerekend aan de direct voorafgaande werkperiode. Indien het verlof evenwel wordt genoten in aansluiting op een periode van werken buiten Nederland die korter is dan drie maanden, en de werknemer direct na de betreffende verlofperiode weer in Nederland gaat werken, wordt het verlof niet toegerekend aan de buitenlandse werkperiode.

Op grond van het arrest van de HR van 17 december 1997 acht de SVB artikel 12 van KB 746 mede van toepassing op zeevarenden die in Nederland wonen en varen in dienst van een buiten Nederland gevestigde werkgever.

De SVB interpreteert het begrip 'arbeid' in de zin van artikel 12 op gelijke wijze als het begrip arbeid zoals werd bedoeld in artikel 22 van de (ingetrokken) Wet op de inkomstenbelasting 1964. Hieronder vallen zowel arbeid in dienstbetrekking als buiten een dergelijk verband verrichte werkzaamheden. In de belastingrechtspraak zijn daarbij als voorwaarden gesteld dat de arbeid moet zijn verricht in het economisch verkeer en dat met de arbeid het verkrijgen van enig geldelijk voordeel moet zijn beoogd of volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende regelen redelijkerwijs moet kunnen worden verwacht. De SVB hanteert deze interpretatie van het begrip 'arbeid' eveneens ten aanzien van de overige bepalingen uit KB 746 waarin het begrip wordt genoemd of beleidsmatig toepassing verkrijgt.

Naar boven