Deze begrippenlijst is een hulpmiddel bij het lezen van de SVB Beleidsregels over het EU-coördinatierecht in verordening 883/2004. De begrippenlijst bevat zelf geen beleid. Aan de lijst kunnen daarom geen rechten worden ontleend.
Inleiding bij de begrippenlijst
De sociale zekerheid is in alle lidstaten anders geregeld. Verordening (EG) nr. 883/2004 zorgt voor afstemming van deze verschillende regelingen. Deze afstemmingsregels worden ook wel coördinatieregels genoemd. Ze voorkomen dat iemand dubbel of juist helemaal niet verzekerd is in een situatie waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn.
Het gaat niet om een Europees stelsel dat de nationale stelsels vervangt. Alle lidstaten kunnen op basis van hun eigen wetgeving vrij beslissen wie verzekerd moet worden en welke uitkeringen onder welke voorwaarden worden verstrekt.
Aanwijsregels
Om te voorkomen dat een persoon onder geen enkele wetgeving of juist tegelijkertijd onder verschillende wetgevingen valt, bevat verordening 883/2004 aanwijsregels die aangeven welke lidstaat zijn nationale socialezekerheidswetgeving moet toepassen. Het feit dat een lidstaat zijn nationale wetgeving moet toepassen, betekent ook dat andere lidstaten hun nationale socialezekerheidswetgeving niet mogen toepassen.
Dat de wetgeving van een lidstaat wordt aangewezen, betekent niet dat de persoon altijd in die lidstaat verzekerd is. De nationale wetgeving van de lidstaat die is aangewezen, bepaalt namelijk welke voorwaarden voor verzekering en premieheffing gelden. Wel geldt dat deze lidstaat nationaliteits- en woonplaatsvoorwaarden die in zijn wetgeving staan, niet mag toepassen.
Aanwijsregels: hoofdregel
De hoofdregel in verordening 883/2004 is dat de wetgeving van de lidstaat waar iemand feitelijk werkt van toepassing is (artikel 11 lid 3 onder a). Deze hoofdregel wordt vaak aangeduid als het werklandbeginsel. Dit beginsel geldt soms ook voor personen die (tijdelijk) niet werken en een uitkering ontvangen (artikel 11 lid 2).
Aanwijsregels: uitzonderingen
Behalve de hoofdregel, bevat artikel 11 aanwijsregels voor:
-
Ambtenaren (11 lid 3 onder b);
-
Personen die een werkloosheidsuitkering ontvangen van het woonland (artikel 11 lid 3 onder c);
-
Personen die worden opgeroepen voor militaire dienst of vervangende burgerdienst (artikel 11 lid onder d);
-
Personen die niet onder de andere aanwijsregels vallen (artikel 11 lid 3 onder e). Meestal zijn dit personen die niet werken;
-
Zeelieden die werken aan boord van een schip dat vaart onder de vlag van een lidstaat (artikel 11 lid 4); en
-
Cockpit- of cabinepersoneel dat diensten verricht voor luchtpassagiers of luchtvervoer (artikel 11 lid 5).
Bijzondere aanwijsregel: detachering
Artikel 12 van verordening 883/2004 bevat een bijzondere aanwijsregel voor detachering. Detachering betekent dat iemand tijdelijk in een andere lidstaat werkt. Als de persoon aan de voorwaarden in artikel 12 voldoet, blijft de wetgeving van de lidstaat waar hij normaal gesproken werkt op hem van toepassing gedurende de tijdelijke werkzaamheden in de andere lidstaat.
Detachering is zowel mogelijk voor personen die in loondienst werken, als voor personen die anders dan in loondienst werken (bijvoorbeeld zelfstandigen). Artikel 12 is een uitzondering op de hoofdregel dat iemand valt onder de wetgeving van de lidstaat waar hij feitelijk werkt.
Bijzondere aanwijsregel: werken in twee of meer lidstaten
Artikel 13 van verordening 883/2004 bevat bepalingen over de vaststelling van de toepasselijke wetgeving als iemand in meerdere lidstaten werkt. Het gaat om regels voor personen die:
-
in meerdere lidstaten in loondienst werken;
-
in meerdere lidstaten anders dan in loondienst werken (bijvoorbeeld als zelfstandige);
-
in meerdere lidstaten in loondienst en anders dan in loondienst werken;
-
als ambtenaar werken en daarnaast in een of meer lidstaten in loondienst of anders dan in loondienst werken.
Afwijken van de aanwijsregels: artikel 16-overeenkomst
Artikel 16 van verordening 883/2004 geeft lidstaten de mogelijkheid om bij het vaststellen van de toepasselijke wetgeving af te wijken van de andere aanwijsregels. De lidstaten sluiten dan een overeenkomst. Hierin staat dat de wetgeving van een andere lidstaat geldt dan de wetgeving van de lidstaat die wordt aangewezen door de hiervoor genoemde aanwijsregels.
Administratieve Commissie
De Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (AC) houdt zich onder andere bezig met de uitleg van verordening 883/2004. Aan de AC nemen vertegenwoordigers van alle lidstaten en de Europese Commissie deel. De AC kan beslissingen over de uitleg van de verordening nemen en aanbevelingen doen. Deze worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, maar zijn niet juridisch bindend. Op basis van het beginsel van goede samenwerking wordt echter wel van de lidstaten verwacht dat zij zich hieraan houden.
Centrum van belangen
Als iemand anders dan in loondienst in twee of meer lidstaten werkt en niet substantieel werkt in zijn woonland, is de wetgeving van de lidstaat waar het centrum van belangen van zijn werkzaamheden ligt van toepassing. Voor het bepalen van het centrum van belangen wordt gekeken naar alle elementen waaruit de werkzaamheden van de persoon bestaan. Vooral van belang zijn: de vaste plaats van waaruit hij werkt, de normale aard of de duur van zijn werk, het aantal verleende diensten en de bedoeling van de betrokkene.
Grensoverschrijdende situatie
Een situatie waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn.
Hof van Justitie van de EU (HvJ)
Het HvJ is de hoogste rechterlijke instantie binnen de EU. Het is opgericht om ervoor te zorgen dat het EU-recht in alle lidstaten op dezelfde manier wordt uitgelegd en toegepast. Het HvJ zetelt in Luxemburg.
Lidstaat van de EU
Een land dat hoort bij de EU. Dit zijn de volgende landen:
-
België
-
Bulgarije
-
Cyprus
-
Denemarken
-
Duitsland
-
Estland
-
Finland
-
Frankrijk
-
Griekenland
-
Hongarije
-
Ierland
-
Italië
-
Kroatië
-
Letland
-
Litouwen
-
Luxemburg
-
Malta
-
Nederland
-
Oostenrijk
-
Polen
-
Portugal
-
Roemenië
-
Slovenië
-
Slowakije
-
Spanje
-
Tsjechië
-
Zweden
Bij de toepassing van verordening 883/2004 worden IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland over het algemeen gelijkgesteld met de EU-lidstaten. Ook het Verenigd Koninkrijk wordt voor de toepassing van de verordening gelijkgesteld met een EU-lidstaat, voor zover een bepaalde situatie valt onder het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.
Personele werkingssfeer
De personen op wie de verordening van toepassing is.
Pro rata Anw-uitkeringen
Bij een pro rata Anw-uitkering ontvangt de nabestaande een uitkering die is gebaseerd op de verhouding tussen het tijdvak waarin de overledene verzekerd was in de lidstaat die de uitkering betaalt en de totale duur van de tijdvakken waarin hij verzekerd was in alle lidstaten.
Substantieel werken
Als iemand in twee of meer lidstaten werkt, is de wetgeving van toepassing van de lidstaat waar hij woont als hij daar een substantieel deel van zijn activiteit uitoefent. Een indicatie hiervoor is dat de persoon 25% of meer van zijn arbeidstijd werkt of 25% of meer van zijn beloning verdient in zijn woonland.
Toepasselijke wetgeving
De socialezekerheidswetgeving van de lidstaat die volgens de aanwijsregels in verordening 883/2004 geldt voor een persoon. In de beleidsregels wordt in dat geval vaak gezegd dat iemand aan die wetgeving is onderworpen.
Verordening (EG) nr. 883/2004
De sociale zekerheid is in alle lidstaten anders geregeld. Verordening (EG) nr. 883/2004 zorgt voor coördinatie van deze verschillende regelingen. Het gaat alleen om coördinatie en niet om een Europees stelsel dat de nationale stelsels vervangt. Alle lidstaten kunnen op basis van hun eigen wetgeving vrij beslissen wie verzekerd moet worden en welke uitkeringen onder welke voorwaarden worden verstrekt.
De volledige naam van Verordening (EG) nr. 883/2004 is: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. De verordening geldt vanaf 1 mei 2010.
Verordening (EEG) nr. 1408/71
Verordening 1408/71 is de voorloper van verordening 883/2004. Verordening 1408/71 gold tot 1 mei 2010.
Woonland
De lidstaat waar iemand woont.