Participatiewet
De SVB kan de kosten van bijstand verhalen op de persoon die een schenking van een AIO-gerechtigde heeft ontvangen (hierna: ontvanger). Een schenking is iedere bevoordeling uit vrijgevigheid waardoor het vermogen van de schenker vermindert en die van de ontvanger toeneemt (Kamerstukken II 1991/92, 22545, nr. 3, p. 178).
Verhaal is niet mogelijk als, gelet op alle omstandigheden, aannemelijk is dat de schenker tijdens de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien.
Beleid
Bijstandsverlening is voorzienbaar als de schenker al bijstand ontvangt op het moment van de schenking (
ECLI:NL:HR:2004:AN9405
). Bijstandsverlening is niet voorzienbaar als de schenker op het moment van de schenking niet op bijstand was aangewezen en hij niet kon verwachten dat deze situatie binnen afzienbare tijd zou veranderen.
Bij de beoordeling van deze verwachting houdt de SVB rekening met:
-
-
het tijdsverloop tussen de schenking en de bijstandsverlening; en
-
het pensioenoverzicht dat de schenker heeft aangevraagd of kon aanvragen.
Bij de vaststelling van de hoogte van de schenking gaat de SVB uit van de waarde op het moment van de schenking minus de verschuldigde schenkbelasting. Bij schenking van een woning gaat de SVB uit van de WOZ-waarde.
Als geen WOZ-waarde is vastgesteld, laat de SVB zich adviseren door een gecertificeerd taxateur. De kosten van de taxatie komen voor rekening van de SVB. De SVB gaat uit van de waarde van de woning in onbewoonde staat als de ontvanger vrij over de woning kan beschikken.
De SVB ziet geheel of gedeeltelijk af van verhaal in geval van dringende redenen. Dit zijn sociale omstandigheden waardoor het verhalen te ernstige gevolgen voor de ontvanger of zijn gezin heeft. Hierbij weegt de SVB alle omstandigheden van de schenker en de ontvanger mee. Zij moeten deze omstandigheden aannemelijk maken.
De SVB kan daarnaast op verzoek van de ontvanger gedeeltelijk afzien van verhaal als:
-
-
redelijkerwijs te voorzien is dat hij zijn schulden niet meer kan betalen;
-
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met de overige schuldeisers anders niet tot stand komt; en
-
de vordering tot verhaal ten minste wordt voldaan naar evenredigheid van de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang.
Het besluit om af te zien van verhaal treedt pas in werking nadat de schuldregeling tot stand is gekomen. De SVB trekt dit besluit in of herziet dit besluit ten nadele als:
-
-
niet binnen twaalf maanden nadat dit besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de hiervoor genoemde eisen; of
-
de ontvanger zijn schuld aan de SVB niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of
-
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en dit tot een ander besluit heeft geleid.
De ontvanger is verplicht om de SVB op verzoek de inlichtingen te verstrekken die voor verhaal van belang zijn.
Beleid
De inlichtingenplicht ziet in ieder geval op het inkomen van de ontvanger. Als de ontvanger deze inlichtingenplicht niet nakomt, dan neemt de SVB aan dat hij in staat is om een verhaalsbijdrage ter hoogte van de uitbetaalde AIO-aanvulling te voldoen. De SVB neemt dit niet aan als het inkomen uit een andere bron bekend is of kan zijn. De SVB kan de verhaalsbijdrage aanpassen als de ontvanger alsnog de gevraagde informatie verstrekt.