Ga direct naarInhoudofMenu
Momenteel ondervinden sommige gebruikers 503-foutmeldingen. Onze technische teams werken aan een oplossing. Mocht je deze melding krijgen, probeer het dan na enige tijd opnieuw.
Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.
Onderstaande relaties zijn gevonden bij “document”. Bij klikken wordt een externe website met een relatieoverzicht geopend op overheid.nl.
Deze beleidsregel gaat over de begrippen ‘blootstelling’ en ‘huisgenoten’ in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (TAS 2014), de woonplaatsvoorwaarde in de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose (TNS) en de eerder ontvangen schadevergoeding in de TAS 2014 en de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB).
Een werknemer kan recht hebben op een tegemoetkoming als aannemelijk is dat de ziekte maligne mesothelioom of asbestose is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid.
Beleid
De SVB neemt in ieder geval een oorzakelijk verband aan tussen de ziekte maligne mesothelioom en blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als: de werknemer ten minste zes maanden werkzaam is geweest in de primaire of secundaire asbestindustrie of de werknemer ten minste zes maanden werkzaam is geweest in een functie of beroep die voorkomt op de beroepenlijst die deel uitmaakt van het advies van de Gezondheidsraad aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 april 1998. Daarnaast moet op basis van de stellige verklaring van de werknemer aannemelijk zijn dat hij tijdens dit dienstverband aan asbest is blootgesteld.
De SVB neemt in ieder geval een oorzakelijk verband aan tussen de ziekte maligne mesothelioom en blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als:
De bepalingen van de TAS 2014 zijn ook van toepassing op huisgenoten. Dit betekent dat de voor de werknemers geldende eisen ook op hen van toepassing zijn.
Een huisgenoot komt alleen in aanmerking voor een tegemoetkoming als hij tijdens de asbestblootstelling een duurzaam hoofdverblijf had in dezelfde woning als de werknemer. Daarvan is sprake als het gezamenlijk hoofdverblijf minimaal zes maanden geduurd heeft.
Beleid Van een gezamenlijk hoofdverblijf is in ieder geval sprake geweest als de huisgenoot tijdens de asbestblootstelling: met de werknemer gehuwd was of het eigen of aangehuwde kind van de werknemer was en minderjarig was. Als het gezamenlijk hoofdverblijf minder dan zes maanden heeft geduurd, is dit hoofdverblijf toch duurzaam als: vaststaat dat een relevante asbestblootstelling heeft plaatsgevonden en de perioden van gezamenlijk hoofdverblijf en asbestblootstelling elkaar geheel overlappen.
Van een gezamenlijk hoofdverblijf is in ieder geval sprake geweest als de huisgenoot tijdens de asbestblootstelling:
Als het gezamenlijk hoofdverblijf minder dan zes maanden heeft geduurd, is dit hoofdverblijf toch duurzaam als:
De TNS vereist dat een persoon een aaneengesloten periode van minimaal tien jaar in Nederland heeft gewoond. Deze periode moet liggen tussen tien en zestig jaar voorafgaand aan de aanvraag.
Beleid Een persoon voldoet ook aan de woonplaatsvoorwaarde als hij minimaal vijftien jaar in Nederland heeft gewoond. De periode van vijftien jaar moet bestaan uit minimaal twee aaneengesloten periodes van minimaal vijf jaar.
Een persoon voldoet ook aan de woonplaatsvoorwaarde als hij minimaal vijftien jaar in Nederland heeft gewoond. De periode van vijftien jaar moet bestaan uit minimaal twee aaneengesloten periodes van minimaal vijf jaar.
Bij de beoordeling van een recht op tegemoetkoming telt elke betaling mee die een aanvrager in verband met zijn ziekte heeft ontvangen. Het maakt hierbij niet uit in welke vorm de betaling is gedaan of in welke kosten de betaling voorziet. Dit volgt uit de TAS 2014 en de TSB. In afwijking hiervan heeft de SVB het volgende buitenwettelijk begunstigend beleid opgesteld.
Beleid Als een deel van de betaling is gebruikt voor kosten van rechtsbijstand of buitengerechtelijke kosten, dan brengt de SVB deze kosten in mindering op de ontvangen betaling. De verlaging bedraagt maximaal 30% van de betaling tot een maximum van €6.000. De aanvrager moet met bewijsstukken aantonen welk deel van de betaling is gebruikt voor kosten van rechtsbijstand of buitengerechtelijke kosten.
Als een deel van de betaling is gebruikt voor kosten van rechtsbijstand of buitengerechtelijke kosten, dan brengt de SVB deze kosten in mindering op de ontvangen betaling. De verlaging bedraagt maximaal 30% van de betaling tot een maximum van €6.000.
De aanvrager moet met bewijsstukken aantonen welk deel van de betaling is gebruikt voor kosten van rechtsbijstand of buitengerechtelijke kosten.
Huidige versie: 2