Als de SVB een uitkering verlaagt of intrekt over een periode in het verleden, houdt de SVB rekening met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Beleid
De SVB heeft beleid ontwikkeld voor de volgende situaties:
-
Betrokkene heeft de mededelingsplicht geschonden. De uitkering wordt dan verlaagd of ingetrokken met een terugwerkende kracht van maximaal 5 jaar. Als betrokkene grove schuld heeft aan het niet nakomen van de mededelingsplicht, is de terugwerkende kracht maximaal 10 jaar. In geval van opzet is de terugwerkende kracht maximaal 20 jaar.
-
Door een fout van de SVB is een onjuist besluit genomen. De uitkering wordt dan zonder terugwerkende kracht verlaagd of ingetrokken.
In geval van een ‘kenbaar evidente fout’ wordt de uitkering wel met een terugwerkende kracht verlaagd of ingetrokken. De mate van terugwerkende kracht is een percentage van de periode waarover de SVB te veel uitkering heeft betaald, namelijk:
-
25% en maximaal 5 jaar als betrokkene de fout uit eigen beweging meldt aan de SVB;
-
50% en maximaal 5 jaar als betrokkene heeft verzuimd de fout aan de SVB te melden;
-
75% en maximaal 10 jaar als betrokkene grove schuld heeft aan het niet melden van deze fout;
-
100% en maximaal 20 jaar als betrokkene met opzet de fout niet aan de SVB heeft gemeld.
Of sprake is van een ’kenbaar evidente fout’ beoordeelt de SVB aan de hand van de communicatie tussen de SVB en de individuele betrokkene. Daarnaast is van belang welk besluit betrokkene van de SVB mocht verwachten op grond van de door hem verstrekte informatie. De SVB verwacht wel van betrokkene dat hij de brieven van de SVB zorgvuldig leest, maar niet dat hij de inhoud van de brieven controleert aan de hand van de wet- en regelgeving, de beleidsregels en de website van de SVB.
-
Betrokkene ontvangt met terugwerkende kracht een nabetaling van een andere instantie. In dat geval wordt de uitkering met dezelfde terugwerkende kracht verlaagd of ingetrokken.
-
De SVB heeft verwijtbaar niet tijdig gehandeld bij het verwerken van relevante informatie die van invloed is op het recht, de hoogte of de duur van de uitkering. Als betrokkene hierdoor te veel of ten onrechte uitkering heeft ontvangen, vermindert de SVB de periode van herziening of intrekking met terugwerkende kracht.
De SVB heeft verwijtbaar niet tijdig gehandeld als:
-
na ontvangst van relevante informatie direct een besluit kon worden genomen en dit niet binnen 6 maanden na ontvangst heeft plaatsgevonden;
-
relevante, maar onvolledige, informatie is ontvangen en niet binnen 6 maanden na ontvangst een aanvullend onderzoek is opgestart;
-
na afronding van het aanvullend onderzoek direct een besluit kon worden genomen en dit niet binnen 6 maanden na afronding heeft plaatsgevonden.
In deze gevallen vermindert de SVB de herziening of intrekking met terugwerkende kracht:
-
met de periode tussen 6 maanden na ontvangst van de informatie en de datum van het besluit;
-
met de periode tussen 6 maanden na ontvangst van de onvolledige informatie en de start van het aanvullend onderzoek;
-
met de periode tussen 6 maanden na ontvangst van de informatie uit het aanvullend onderzoek en de datum van het besluit.
Meerdere perioden van overschrijding van de termijn van 6 maanden worden samengeteld.
Dit beleid past de SVB toe als de relevante informatie afkomstig is van:
-
personen of instellingen voor wie de wettelijke mededelingsplicht geldt;
-
door de wetgever bij ministeriële regeling aangewezen administraties, waarvan de wetgever heeft bepaald dat deze als authentiek zijn aan te merken. Deze informatie is door de SVB te verkrijgen en er geldt daarom geen mededelingsplicht.
De SVB past deze beleidsregel niet toe, als de toepassing ervan strijd oplevert met het doel waarvoor deze is opgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer afspraken zijn gemaakt over het achteraf periodiek herberekenen van uitkeringen, zoals door sterk wisselende inkomsten, inkomsten als ZZP’er of zelfstandig ondernemer.
De SVB past deze beleidsregel ook niet toe bij te veel of ten onrechte betaalde voorschotten (zie hiervoor SB1429).
Evenredigheidstoets
Ook ziet de SVB geheel of gedeeltelijk af van de voorgenomen verlaging of intrekking als de bijzondere omstandigheden van het geval ertoe leiden dat de mate van terugwerkende kracht onevenredig is. Bij deze beoordeling hecht de SVB belang aan:
-
de mate waarin de betrokkene een verwijt kan worden gemaakt; en
-
de mate waarin de SVB een verwijt kan worden gemaakt.