Onderwerp: Bezoek-historie

Gegevensverstrekking door de SVB (SB4233)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Uitwisseling van persoonsgegevens kan voorkomen tussen de SVB en andere bestuursorganen in het kader van een wettelijke verplichting of in het kader van de uitoefening van een publiekrechtelijke taak. Daarnaast kan het voorkomen dat om verstrekking van gegevens wordt verzocht door privaatrechtelijke organen. De SVB hanteert in dit kader bij verzoeken om gegevensverstrekking het volgende beleid.

De SVB verstrekt gegevens voor zover de verstrekking geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy van de persoon of personen van wie gegevens worden verstrekt én de verstrekking nodig is voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak. Indien niet ten behoeve van een publiekrechtelijke taak om verstrekking van persoonsgegevens wordt verzocht, dan verstrekt de SVB in beginsel alleen gegevens indien op de SVB de wettelijke plicht rust gegevens te verstrekken of door de persoon of de personen op wie de gegevens betrekking hebben toestemming is verleend. Op deze regel maakt de SVB echter een uitzondering als de gegevensverstrekking moet worden geacht in het algemeen belang te zijn en de verstrekking geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy van de persoon of personen op wie de gegevens betrekking hebben. Bij de toepassing van dit beleid worden de volgende regels in acht genomen.

In het geval dat op een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens artikel 8, onder c Wbp van toepassing is, rust op de SVB een wettelijke verplichting om tot gegevensverstrekking over te gaan. De SVB zal daarom - behoudens in gevallen waarin onmiskenbaar sprake is van een onevenredige inbreuk op de privacy - overgaan tot verstrekking van de gevraagde gegevens indien het verzoekende orgaan heeft aangegeven dat deze dienen ter uitvoering van de taken die aan dat orgaan zijn opgedragen. De motivering die het verzoekende bestuursorgaan bij het verzoek verstrekt wordt - voor zover deze niet kennelijk doel mist - door de SVB niet getoetst.

Indien een bestuursorgaan een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens indient waarop artikel 8, onder e Wbp van toepassing is, neemt de SVB niet zonder meer aan dat van een onevenredige inbreuk op de privacy geen sprake is. Bij een dergelijk verzoek dient het verzoekende bestuursorgaan daarom niet alleen melding te maken van het feit dat het verzoek geschiedt ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak, maar dient dit orgaan tevens aannemelijk te maken dat de inbreuk op de privacy niet onevenredig is. Hiertoe dient in ieder geval het doel van de gegevensverstrekking nader te zijn omschreven. De SVB toetst echter niet of de gegevens door het verzoekende orgaan op andere wijze zouden kunnen worden verkregen. Deze keuze houdt verband met de doelstelling van de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen. Deze doelstelling brengt met zich mee dat van de burger die persoonsgegevens aan de overheid heeft verstrekt niet opnieuw wordt verlangd deze gegevens te verstrekken.

Ingeval een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens niet dient ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak, gaat de SVB restrictief om met verzoeken om gegevensverstrekking. In beginsel zal de SVB daarom aan een verzoek om gegevensverstrekking alleen tegemoetkomen, indien op de SVB de wettelijke verplichting rust de gegevens te verstrekken, bijvoorbeeld in geval van de verklaring bedoeld in artikel 476 Rv, of indien door de personen op wie de gegevens betrekking hebben, toestemming is verleend. Indien echter wordt aangetoond dat de gegevensverstrekking het algemeen belang dient en tevens wordt aangetoond dat de gegevensverstrekking geen onevenredige inbreuk maakt op de privacy van de betrokkenen, dan toetst de SVB of voldaan wordt aan de voorwaarden neergelegd in artikel 8, onder f en artikel 9, derde lid Wbp.

Grondslag

artikel 8, onder c en e Wbp en artikel 62, eerste lid Wet SUWI

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven