Onderwerp: Bezoek-historie

Kosten gemaakt voor de behandeling van een bezwaarschrift (SB3223)
Geldigheid:25-08-2011 t/m 30-08-2012Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 7: 14-05-2014 t/m 14-01-2015  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op 12 maart 2002 is de wet in werking getreden waarmee de vergoeding van in de bezwaarfase gemaakte kosten in de Awb is geregeld. Artikel 7:15 Awb is hierbij aldus gewijzigd dat de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van een bezwaarschrift heeft moeten maken door het bestuursorgaan dienen te worden vergoed indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het verzoek tot schadevergoeding moet tijdens de procedure worden gedaan, in ieder geval voordat de beslissing op bezwaar wordt genomen. Voorts moet het maken van kosten redelijk worden geacht. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald aan de hand van artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht en het in de bijlage bij dat besluit neergelegde puntensysteem en forfaitair tarief. Uit de toelichting op de wettelijke regeling blijkt dat alleen sprake kan zijn van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid indien een besluit inhoudelijk onjuist is. De SVB vergoedt derhalve geen kosten indien louter sprake is van vormfouten of motiveringsgebreken.

Uit de uitspraak van de CRvB van 13 juni 2005 volgt dat de SVB schadeplichtig is in geval van een gegrondverklaring van een bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit. In dat geval vergoedt de SVB de kosten die een belanghebbende in verband met het behandelen van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, tenzij het niet tijdig nemen van een besluit niet aan de SVB kan worden verweten. In beginsel past de SVB daarbij de gewichtsfactor 0,25 (zeer licht) als bedoeld in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht toe.

De in artikel 7:15 Awb vervatte regeling ziet alleen op de vergoeding van kosten van een bezwaarschriftprocedure in geval van primaire besluiten genomen op of na 12 maart 2002. Uit het arrest van de Hoge Raad van 17 december 1999 vloeit echter voort dat de SVB tevens kan worden gehouden tot vergoeding van kosten gemaakt ten behoeve van een bezwaarschriftprocedure waarin bezwaar is gemaakt tegen een primair besluit van vóór 12 maart 2002. In dat geval vindt toetsing van de vraag of de SVB aansprakelijkheid aanvaardt, plaats naar analogie van het bepaalde in artikel 7:15, tweede lid Awb. Uit het feit dat de vergoeding van kosten in geval van een primair besluit genomen vóór 12 maart 2002 een overwegend civielrechtelijk karakter draagt, volgt dat geen analoge toepassing kan worden gegeven aan artikel 7:15, derde lid Awb of artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wat betreft verzoeken om vergoeding van kosten gemaakt in geval van een primair besluit genomen vóór 12 maart 2002 geldt daarom dat de SVB met toepassing van artikel 3:310 BW inhoudelijke toetsing achterwege laat als het verzoek niet is ontvangen binnen vijf jaren vanaf het moment dat herroeping van het primaire besluit heeft plaatsgevonden. Voorts toetst de SVB de hoogte van de vergoeding in geval van primaire besluiten genomen vóór 12 maart 2002 aan de vraag of de hoogte van de gemaakte kosten redelijk is, zodat artikel 2 van het Besluit proceskosten bestuursrecht en het in de bijlage bij dat besluit neergelegde puntensysteem en forfaitair tarief buiten beschouwing blijven.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en de beleidsregels Internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 1 juni 2011. De beleidsregels zijn nog niet aangepast aan31 december 2013 en de inwerkingtredingstand van de EG-Verordeningen 883/2004jurisprudentie op 21 februari 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (de delen Awb en 987/2009 per 1 mei 2010Overige onderwerpen) is niet aangepast.

Artikel 7:15, leden 2 en 3

Besluit beleidsregels SVB 20112013

Naar boven