Onderwerp: Bezoek-historie

Beslistermijnen bezwaarschriftprocedure (SB3213)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 1: 03-06-2007 t/m 14-06-2008  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van de artikelen 52 AOW, 65 Anw, 30 AKW, 27 OBR en 6g, vijfde lid Remigratiewet dient de SVB te beslissen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De Participatiewet kent geen bepaling over de termijn waarop op een bezwaarschrift moet zijn beslist. Daarom geldt voor de AIO-aanvulling de termijn van zes weken op grond van artikel 7:10 Awb. Indien het bezwaarschrift te laat is ingediend, maar dit verzuim verschoonbaar is, gaat de SVB er, in afwijking van deze artikelen, van uit dat de beslistermijn aanvangt op de dag waarop het bezwaarschrift is ontvangen.

Op grond van de artikelen 7:14 en 4:15, tweede lid, onder b Awb wordt de beslistermijn opgeschort zolang de vertraging aan de indiener van het bezwaarschrift kan worden toegerekend. De SVB past het beleid verwoord in SB3197 over beslistermijnen, overeenkomstig toe. Daarnaast wordt een uitstel van een hoorzitting aan de indiener van het bezwaarschrift toegerekend. De SVB schort de beslistermijn op vanaf de geplande datum van de eerste hoorzitting tot de datum waarop de hoorzitting plaatsvindt, of de datum waarop de belanghebbende verklaart geen gebruik meer te willen maken van het recht te worden gehoord.

In geval van overmacht schort de SVB de beslistermijn op met toepassing van de artikelen 7:14 en 4:15, tweede lid, onder c Awb. SB3197 over beslistermijnen is van overeenkomstige toepassing op de bezwaarschriftprocedure.

DeArtikel 7:10, derde lid Awb regelt dat de SVB verdaagt het nemen van een beschikkingbeslissing op het bezwaar voor ten hoogste zes weken kan verdagen. De SVB maakt van deze bevoegdheid uitsluitend gebruik:

  • indien nader onderzoek bij een persoon of instantie noodzakelijk is;
  • indien het bezwaar een juridische vraag oproept die een zodanige algemene uitstraling heeft dat nadere beleidsmatige besluitvorming noodzakelijk is;
  • indien sprake is van een plotselinge toevloed van bezwaarzaken;
  • indien de belanghebbende vraagt om uitstel van de hoorzitting.

  • indien nader onderzoek bij een persoon of instantie noodzakelijk is;
  • indien het bezwaar een rechtsvraag oproept die een zodanige algemene uitstraling heeft dat beleidsmatige besluitvorming noodzakelijk is;
  • indien sprake is van een plotselinge toename van bezwaarzaken.

De SVB deelt aan de belanghebbende de reden van de verdaging van de beschikkingbeslissing op het bezwaar medemee. Verdaging vindt uitsluitend plaats tot een bepaalde gebeurtenis of datum, of met een met name genoemde termijn.

De SVB gaat ervan uit dat verdere verlengingVerder uitstel voor het nemen van de bezwaartermijnbeslissing op het bezwaar is op grond van artikel 7:10, vierde lid Awb uitsluitend kan plaatsvindenmogelijk in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften of na voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de belanghebbende.

Een uitzondering geldt als de SVB de belanghebbende om toestemming voor verlenginguitstel heeft gevraagd in afwachting van nadere gegevens die zouden kunnen leiden tot een beschikking waarbij de SVB geheel of gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet wordt gekomenkomt. In dat geval wordt aangenomenneemt de SVB aan dat de belanghebbende deze toestemming heeft verleend, tenzij de belanghebbende uitdrukkelijk bezwaar maakt tegen deze verlengingdit uitstel. In dit laatste geval wordtneemt de SVB een beschikkingbeslissing op het bezwaar genomen op basis van de beschikbare gegevens en documenten.

Grondslag

Deze Beleidsregels zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen, zoals die luidden op 4 april 2007.

artikel 52 AOW, artikel 65 Anw, artikel 30 AKW, enartikel 27 OBR, artikel 6g, vijfde lid Remigratiewet, artikel 7:10, leden 2, 3 en 4
Awb, artikel 7:14 Awb en artikel 4:15 Awb.

Besluit beleidsregels SVB 20072016