Onderwerp: Bezoek-historie

Beslistermijnen (SB3197)
Geldigheid:15-06-2008 t/m 11-07-2009Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 7: 14-05-2014 t/m 14-01-2015  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De beslistermijn vangt aan op het moment waaropdat het aanvraagformulier voor een uitkering bij de SVB wordt ingediendis ontvangen. Indien de aanvraag via een buitenlands verbindingsorgaan, een Nederlands bestuursorgaan of, indien het een aanvraag om uitkering ingevolgeop grond van de TAS of de TNS betreft, bij het IAS ingediend wordtwordt ingediend, begint de beslistermijn te lopen op het moment dat de SVB de aanvraag van het betreffende orgaan ontvangen heeftheeft ontvangen.

Ingevolge de artikelen 51 AOW, 64a65a Anw en 29c AKW dient de SVB op een aanvraag op grond van deze wetten binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag te beslissen. In hetHet tweede lid van genoemde bepalingen is vervolgens geregeldregelt dat een redelijke termijn in ieder geval is verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegevengenomen. HetOp grond van het derde lid van deze artikelen bepaalt datis verlenging met een redelijke termijn mogelijk indien de beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, deze termijn met een redelijke termijn kan worden verlengdgenomen. De SVB maakt van deze verlengingsmogelijkheidverlengingstermijn gebruik door de beslissingstermijnbeslistermijn in beginsel met maximaal acht weken te verlengen indien zulksdit nodig is met het oog op het noodzakelijkevoor onderzoek naar de rechtsfeitenfeiten. Alleen dán zal totDe SVB maakt alleen gebruik van een langere verlengingstermijn dan acht weken worden besloten indienals zij bij het nemen van de beslissing tot verlenging gemotiveerd kan worden aangegevenaangeven dat het onderzoek naar de rechtsfeitenfeiten deze langere verlengingstermijntermijn noodzakelijk maakt.

De SVB stuurt personen die in Nederland wonen een half jaar voor zij 65 jaar worden een aanvraagformulier voor een AOW pensioen (zie deel I, Toekenning op aanvraag, SB1065). Indien in die gevallen de aanvraag eerder wordt ingediend dan acht weken voor de ingang van het AOW-pensioen, beschouwt de SVB een verlenging van de beslistermijn tot de eerste dag van de maand waarin de aanvrager 65 jaar wordt als redelijk.

Indien sprake is van vertraging bij het nemen van een beslissing op aanvraag wordt de beslistermijn opgeschort zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, De SVB rekent de vertraging in ieder geval toe aan de aanvrager indien hij vlak voor het einde van de beslistermijn spontaan nieuwe gegevens overlegt. In dat geval schort zij de beslistermijn met ten hoogste acht weken op.

Als de aanvrager niet of niet tijdig reageert op een verzoek om informatie, anders dan op een verzoek om aanvulling van de aanvraag (zie deel III, Aanvulling van de aanvraag, SB3196) rekent de SVB de vertraging eveneens aan hem toe. In dat geval schort de SVB de beslistermijn op met ingang van de dag waarop zij de aanvrager op zijn verzuim heeft gewezen tot de dag waarop de SVB de informatie heeft ontvangen of de hersteltermijn ongebruikt is verstreken.

Ingevolge artikel 4:15, tweede lid, onder c Awb wordt de beslistermijn opgeschort in geval van overmacht. Volgens de SVB is in ieder geval sprake van overmacht indien de voor het nemen van een beschikking benodigde gegevens verloren zijn gegaan of voor langere tijd ontoegankelijk zijn ten gevolge van abnormale en onvoorziene omstandigheden die liggen buiten de invloedssfeer van de SVB.

Indien een uitkering tijdelijk bij wijze van voorschot wordt verleend (zie Deel I, Toekenning van voorschotten, SB1068) wordt de daartoe strekkende beschikkingdeze beslissing niet aangemerkt als de definitieve beschikkingbeslissing op de aanvraag, als bedoeld in de hierboven weergegeven bepalingen. Indien de definitieve beschikking derhalvedeze beslissing niet binnen de wettelijke beslistermijn kan worden gegeven zalwordt naast de voorschotbeschikking tevensvoorschotbeslissing ook een kennisgeving van verlenging van de beslistermijn aan de aanvrager worden verstrektgezonden.

Voor toepassing van de AOW geldt voorts nog het volgende. De SVB bevordert de AOW-aanvraag van in Nederland wonenden door personen van 64 jaar een half jaar voordat zij 65 worden een aanvraagformulier toe te zenden (zie Deel I, Toekenning op aanvraag, SB1065). Indien de aanvraag door deze personen eerder wordt ingediend dan acht weken voordat zij 65 jaar worden beschouwt de SVB een verlenging van de beslistermijn als redelijk wanneer de beslissing op de aanvraag is verzonden vóór de eerste dag van de maand waarin betrokkene 65 jaar wordt.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en de beleidsregels Internationaal is afgesloten naar de stand van zakende wetgeving op 7 april 2008, met dien verstande dat het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten dat per 1 mei 2008 in werking is getreden wel31 december 2013 en de stand van de jurisprudentie op 21 februari 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (de delen Awb en Overige onderwerpen) is verwerktniet aangepast.

artikel 4:13 en artikel 4:15 Awb, artikel 29c AKW, artikel 64 a Anw, artikel 51 AOW,
artikel 8a TOG, artikel 12, lid 2 Besluit voorzieningen Remigratiewet, artikel 4:15
Awb

Besluit beleidsregels SVB 20082013

Naar boven