Onderwerp: Bezoek-historie

Besluit en beschikking (SB3193)
Geldigheid:03-06-2007 t/m 14-06-2008Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 8: 15-01-2015 t/m 06-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Bij beantwoording van de vraag of een schriftelijke mededeling van de SVB moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, is onder meer van belang of de mededeling is gericht op rechtsgevolg. Van een rechtsgevolg is in ieder geval sprake als de mededeling is gericht op de vaststelling van het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering of het bedrag van de uitkering dat wordt betaald (zie CRvB 31 juli 2002 en 23 december 2002). Voorts blijkt uit jurisprudentie van de CRvB dat een rechtsvaststelling omtrentover feiten en omstandigheden die betrekking hebben op een toekomstig recht op uitkering, op rechtsgevolg is gericht. Een opgave van (niet-)verzekerde jaren of een stand van verzekering is daarom een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb (zie CRvB 15 juli 2004).

Daarnaast merkt de SVB in de volgende specifieke situaties als een besluit aan:

  • de beslissing om een voorschot op een uitkering te verlenen. Dit geldt blijkens het arrest Damiani van het HvJ EG eveneens voor de toekenning van een voorlopige uitkering op grond van artikel 45, eerste, tweede en derde lid van Verordening (EEG) nr. 574/72. Uit genoemd arrest blijkt echter tevens dat tegen het voorlopige karakter van laatstgenoemde beschikking geen bezwaar of beroep openstaat.
  • een beslissing op een verzoek om vergoeding van schade geleden als gevolg van een (beweerdelijk) onrechtmatig besluit (zie onder meer CRvB 28 juli 1994 en 2 juli 1997 en ABRvS 29 november 1996).
  • een verklaring omtrent de toepasselijkheid van artikel 13, lid 2, onder f) van Vo. 1408/71, zoals bedoeld in artikel 10ter van Vo. 574/72 (zie CRvB 23 december 2002).
  • een beslissing op een verzoek om afgifte van een detacheringsverklaring als bedoeld in Deel II, § 1.2.8. De SVB leidt dit af uit het arrest Fitzwilliam van het HvJ EG.

  • de beslissing om een voorschot op een uitkering te verlenen. Uit het arrest Damiani van het HvJ EG vloeit voort dat dit eveneens geldt voor de toekenning van een voorlopige uitkering op grond van artikel 50, eerste en tweede lid van Verordening (EG) nr. 987/2009. Uit dit arrest volgt echter tevens dat tegen het voorlopige karakter van laatstgenoemde beschikking geen bezwaar of beroep openstaat.
  • een beslissing op een verzoek om vergoeding van schade geleden als gevolg van een (beweerdelijk) onrechtmatig besluit (zie onder meer CRvB 28 juli 1994 en 2 juli 1997 en ABRvS 29 november 1996).
  • een beslissing op een verzoek om afgifte van een verklaring als bedoeld in SB2139 over detachering. De SVB leidt dit af uit het arrest Fitzwilliam van het HvJ EG.

De (schriftelijke) mededeling van de SVB dat een artikel 1716-overeenkomst (zie Deel II, § 1.2.9SB2146 over een verzoek tot het sluiten van een artikel 16-overeenkomst) niet kan worden afgesloten wegens het ontbreken van de bereidheid daartoe bij het andere betrokken land, valt niet onder het besluitbegrip van de Awb (zie CRvB 24 januari 2001). Een mededeling van de SVB betreffendeover haar bereidheid zich in te zetten om met het andere betrokken land tot overeenstemming over het afsluiten van een dergelijke overeenkomst te komen, valt daarentegen wel onder het besluitbegrip.

Tegen beschikkingen die onverbrekelijk zijn verbonden met de op grond van de belastingwetgeving toe te passen inhoudingen staat geen bezwaar bij de SVB open (zie artikel 8:6 Awb en CRvB 3 oktober 1996 en 13 april 2000). Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de belastinginspecteur bevoegd om kennis te nemen van bezwaarschriften gericht tegen deze beschikkingen. De SVB zendt deze bezwaarschriften door naar de bevoegde belastinginspecteur. Bezwaarschriften die niet direct betrekking hebben op de toepassing van de belastingwetgeving worden door de SVB zelf afgehandeld.

Als tegen een besluit beroep openstaat bij een andere administratieve rechter dan de bestuursrechter, dan is op grond van artikel 8:6 Awb geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk. Dit leidt ertoe dat tegen een dergelijk besluit ook geen bezwaar bij de SVB open staat. Deze situatie doet zich voor bij beschikkingen die onverbrekelijk zijn verbonden met de op grond van de belastingwetgeving toe te passen inhoudingen (zie CRvB 3 oktober 1996 en 13 april 2000). Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn de belastinginspecteur en vervolgens de belastingrechter bevoegd om kennis te nemen van geschillen over deze beschikkingen.

Grondslag

Deze Beleidsregels zijn gebaseerdDe tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 november 2014. De tekst van de volgende wetsartikelenoverige delen van de beleidsregels (het deel AOW, zoals die luidden op 4 april 2007Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

artikel 1:3, leden 1 en 2 Awb

Besluit beleidsregels SVB 20072014

Naar boven