Onderwerp: Bezoek-historie

Belanghebbende (SB3192)
Geldigheid:15-06-2008 t/m 11-07-2009Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 8: 15-01-2015 t/m 06-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Belanghebbende bij een beschikking betreffende het AOW-pensioen, de Anw-uitkering, de kinderbijslag, de overbruggingsuitkering, de Remigratie-uitkering, de tegemoetkoming TOG 2000op grond van de MKOB of de eenmalige uitkering ingevolgeRegeling niet-KOB-gerechtigden, de tegemoetkoming op grond van de TOG, het voorschot op grond van de TAS 2014 of de tegemoetkoming op grond van de TNS is in ieder geval degene tot wie de beschikking is gericht. De volgende personen en instellingen beschouwt de SVB mede als belanghebbende(n):

  • De partner van de aanvrager van kinderbijslag of tegemoetkoming TOG 2000: Indien de partner van de aanvrager deel uitmaakt van het huishouden van de aanvrager en beiden in beginsel recht op kinderbijslag of tegemoetkoming TOG 2000 hebben, beschouwt de SVB de partner van de aanvrager eveneens als belanghebbende ten aanzien van de beschikking die wordt afgegeven aan de aanvrager.
  • De partner van de aanvrager van een halfwezenuitkering: als een nabestaande in de zin van artikel 22, tweede lid Anw, een halfwezenuitkering heeft aangevraagd, en de partner van de aanvrager ter zake van de halfwees waaraan het recht op uitkering kan worden verleend eveneens als nabestaande in de zin van artikel 22, tweede lid Anw kan worden aangemerkt, dan beschouwt de SVB de partner van de aanvrager als belanghebbende ten aanzien van de beschikking die wordt afgegeven aan de aanvrager.
  • De nabestaanden van een persoon die een aanvraag ingevolge de TAS of TNS heeft ingediend. Op grond van artikel 8 TAS respectievelijk artikel 3, lid 5 TNS wordt de behandeling van een aanvraag ten behoeve van de nabestaanden voortgezet indien de persoon die de aanvraag heeft ingediend komt te overlijden voordat op de aanvraag is beslist.
  • De werknemer voor wie de werkgever een verklaring van toepasselijke wetgeving (E 101-verklaring) heeft aangevraagd. Aangezien het technisch (nog) niet mogelijk is de werknemer voorafgaande aan de indiening van de aanvraag tijdig van een elektronische handtekening te voorzien, stelt de SVB niet de eis dat de aanvraag mede ondertekend moet worden door de werknemer. Om in deze gevallen te verzekeren dat de werknemer geen bezwaar heeft tegen de verlening van een verklaring, wordt de werknemer in kennis gesteld van de ontvangst van de aanvraag. Daarnaast ontvangt de werknemer een afschrift van de beslissing.

  • De partner van de aanvrager van kinderbijslag of tegemoetkoming op grond van de TOG: Indien de partner van de aanvrager deel uitmaakt van het huishouden van de aanvrager en beiden in beginsel recht op kinderbijslag of tegemoetkoming op grond van de TOG hebben, beschouwt de SVB de partner van de aanvrager eveneens als belanghebbende ten aanzien van de beschikking die wordt afgegeven aan de aanvrager.
  • De nabestaanden van een persoon die een aanvraag op grond van de TAS 2014 of TNS heeft ingediend. Artikel 15 TAS 2014 respectievelijk artikel 3, vijfde lid TNS regelen dat de behandeling van een aanvraag ten behoeve van de nabestaanden wordt voortgezet indien de persoon die de aanvraag heeft ingediend overlijdt voordat op de aanvraag is beslist.
  • De werknemer voor wie de werkgever een verklaring toepasselijke wetgeving (A1/E 101-verklaring) heeft aangevraagd. De SVB stelt niet de eis dat de werknemer deze aanvraag mede ondertekent, omdat het technisch (nog) niet mogelijk is dat de werknemer de aanvraag van een elektronische handtekening te voorziet. Om te verzekeren dat de werknemer geen bezwaar heeft tegen het verlenen van een verklaring toepasselijke wetgeving, stelt de SVB de werknemer in kennis van de ontvangst van de aanvraag. Daarnaast ontvangt de werknemer een afschrift van de beslissing.

Als de SVB zonder machtiging van een gerechtigde het pensioen of de uitkering overmaakt naar een ander dan de gerechtigde op grond van artikel 19, tweede lid, artikel 20, artikel 25 AOW, de artikelen 49 en 57 Anw, artikel 25 AKW dan wel artikel 26, eerste lid van het Verdrag met Marokko, artikel 36 van het Verdrag met Tunesië of artikel 33, tweede lid, van het Verdrag met Turkije, dan wordt het orgaan of de persoon aan wie het pensioen of de uitkering wordt betaald naast de rechthebbende aangemerkt als belanghebbende bij het betaaladres. Het orgaan of de persoon wordt dan niet als belanghebbende bij het recht op pensioen of uitkering beschouwd.

Als de SVB zonder machtiging van een gerechtigde het pensioen of de uitkering overmaakt naar een ander dan de gerechtigde op grond van artikel 19, tweede lid, artikel 20, artikel 25 AOW, de artikelen 49 en 57 Anw, artikel 25 AKW, artikel 19, tweede lid OBR dan wel artikel 26, eerste lid van het Verdrag met Marokko, artikel 36 van het Verdrag met Tunesië of artikel 33, tweede lid van het Verdrag met Turkije, dan merkt de SVB het orgaan of de persoon aan wie het pensioen of de uitkering wordt betaald naast de rechthebbende aan als belanghebbende bij het betaaladres. De SVB beschouwt het orgaan of de persoon niet als belanghebbende bij het recht op pensioen of uitkering.

Personen en instellingen die de SVB nadrukkelijk niet als belanghebbenden in de zin van de Awb beschouwt, zijn:

  • Partners van pensioengerechtigden die op grond van artikel 1, tweede lid, onder b AOW als ongehuwd moeten worden beschouwd omdat zij duurzaam gescheiden leven. De betrokken partner kan met betrekking tot zijn eigen rechten zelf een beschikking aanvragen.
  • Partners van AOW- of Anw-gerechtigden die een andere socialezekerheidsuitkering genieten en die door de werking van een onweerlegbaar rechtsvermoeden tevens voor die andere socialezekerheidsuitkering als partner worden aangemerkt. Deze partners worden geacht slechts belanghebbende te zijn bij de beschikking van het bestuursorgaan dat de andere socialezekerheidsuitkering verstrekt (zie CRvB 7 november 2006).
  • Ex-partners van degenen aan wie kinderbijslag wordt uitbetaald. Deze ex-partners kunnen zelf om uitbetaling van de kinderbijslag aan hen vragen en ontvangen daarover dan een beschikking.
  • Personen (of instellingen) die aanspraak maken op een overlijdensuitkering Deze personen (of instellingen) kunnen zelf een aanvraag indienen.

  • Partners van pensioengerechtigden die op grond van artikel 1, tweede lid, onder b AOW als ongehuwd moeten worden beschouwd omdat zij duurzaam gescheiden leven. De betrokken partner kan met betrekking tot zijn eigen rechten zelf een beschikking aanvragen.
  • Partners van AOW- of Anw-gerechtigden die een andere socialezekerheidsuitkering genieten en die door de werking van een onweerlegbaar rechtsvermoeden tevens voor die andere socialezekerheidsuitkering als partner worden aangemerkt. Deze partners worden geacht slechts belanghebbende te zijn bij de beschikking van het bestuursorgaan dat de andere socialezekerheidsuitkering verstrekt (zie CRvB 7 november 2006).
  • Ex-partners van degenen aan wie kinderbijslag wordt uitbetaald. Deze ex-partners kunnen zelf om uitbetaling van de kinderbijslag vragen en zij ontvangen daarover dan een beschikking.
  • Personen (of instellingen) die aanspraak maken op een overlijdensuitkering. Deze personen (of instellingen) kunnen zelf een aanvraag indienen.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van zakende wetgeving en de jurisprudentie op 7 april 20081 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, met dien verstande dat het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten dat per 1 mei 2008 in werkingAnw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is getreden wel is verwerktniet aangepast.

artikel 1:2 Awb

Besluit beleidsregels SVB 20082014

Wet- en regelgeving