Onderwerp: Bezoek-historie

Overgangsrecht toepasselijke wetgeving (SB2267)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 87, achtste lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004 bepaalt dat deze verordening eerbiedigende werking heeft in relatie tot Verordening (EEG) nr. 1408/71 indien een persoon door de eerste toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt onderworpen aan een andere wetgeving dan de wetgeving die ingevolge titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 toepasselijk was. Op deze persoon blijft titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van toepassing zolang de desbetreffende situatie voortduurt tot een maximum van tien jaar. De betrokkene kan evenwel verzoeken om eerdere toepassing van titel II van Verordening (EG) nr. 883/2004.

De SVB gaat ervan uit dat de volgende categorieën personen in ieder geval onder het overgangsrecht vallen:

 

  • Personen die niet onder de personele werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 vielen en voorafgaand aan de eerste toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 onderworpen waren aan de wetgeving van een andere lidstaat dan de lidstaat van de woonplaats.
  • Personen werkzaam op een Rijnvaartschip die voor de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 883/2004 op grond van artikel 7, tweede lid Verordening (EEG) nr. 1408/71 en het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden onderworpen waren aan de wetgeving van een andere lidstaat dan de lidstaat die wordt aangewezen door Verordening (EG) nr. 883/2004.
  • Personen op wie artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 van toepassing was en die voorafgaand aan de eerste toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 onderworpen waren aan de wetgeving van een andere lidstaat dan de lidstaat van de woonplaats.
  • Personen die voor de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 883/2004 onderworpen waren aan de wetgeving van twee lidstaten op grond van artikel 14quater of artikel 14septies Verordening (EEG) nr. 1408/71.
  • Personen werkzaam in het internationaal vervoer op wie door de toepassing van artikel 14, tweede lid, onder a Verordening (EEG) nr. 1408/71 de lidstaat van vestiging van de werkgever van toepassing was en die door de toepassing van Verordening (EEG) nr. 883/2004 onderworpen zouden raken aan de wetgeving van hun woonland.
  • Personen die werken in twee of meer lidstaten en die ingevolge artikel 14, tweede lid, onder b, sub i, Verordening (EEG) nr. 1408/17 verzekerd waren in de lidstaat van hun woonplaats omdat zij daar een gedeelte van hun werkzaamheden verrichten, maar in die lidstaat geen substantiële werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 14, achtste lid, Verordening (EEG) nr. 987/2009.
  • Personen die onder artikel 14, derde lid Verordening (EEG) nr. 1408/71 vielen en die met toepassing van Verordening (EEG) nr. 883/2004 onderworpen zouden worden aan de wetgeving van hun woonland omdat zij daar substantieel werkzaamheden verrichten.
  • Personen die in meerdere lidstaten werkzaam zijn voor een buiten de EU gevestigde werkgever en die, al dan niet met toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, verzekerd waren in een andere lidstaat dan de lidstaat van hun woonplaats.
  • Personen deels werkzaam in Nederland die voor 1 mei 2010 onder Verordening (EEG) nr. 1408/71 voor de werkzaamheden in Nederland als werknemer werden beschouwd, maar die onder Verordening (EG) nr. 883/2004 als zelfstandige worden beschouwd, bijvoorbeeld de directeurgrootaandeelhouder en de commissaris.

 

De toepassing van titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 eindigt als zich een wijziging in de desbetreffende situatie voordoet. Als een dergelijke wijziging beschouwt de SVB elke wijziging in de feiten en omstandigheden die met toepassing van titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 leidt tot de aanwijzing van een andere toepasselijke wetgeving. Dit betekent bijvoorbeeld dat een werknemer die een andere werkgever krijgt, onder het overgangsrecht blijft vallen als de wijziging van werkgever voor de werknemer niet leidt tot de aanwijzing van een andere toepasselijke wetgeving door titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71.

Op grond van artikel 90, eerste lid en onderdeel c Verordening (EG) nr. 883/2004 blijft Verordening (EEG) nr. 1408/71 van kracht na 1 mei 2010 in de relatie tussen de lidstaten van de Europese Unie en de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland tot het moment waarop de overeenkomsten van de EU met de EER en met Zwitserland voorzien in de toepassing van de eerstgenoemde verordening. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft dit bevestigd in het arrest Wagener.

In grensoverschrijdende situaties binnen de Europese Unie waarin tevens sprake is van een aanknoping met de landen van de EER en Zwitserland past de SVB daarom titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 toe tot 1 april 2012 voor Zwitserland en tot 1 juni 2012 voor de landen van de EER.

Grondslag

Artikel 87, lid 8 Vo. 883/2004Artikel 90, lid 1 Vo. 883/2004

Wijzigingsbesluit Beleidsregels SVB oktober 2017

Wet- en regelgeving

Naar boven