Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdvakken op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 (SB2263)
Geldigheid:24-03-2022 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 1: 31-08-2012 t/m 13-05-2014  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 11, derde lid, onder a, van Verordening (EG) nr. 883/2004 bevat een aanwijsregel voor personen, met uitzondering van ambtenaren, die werkzaamheden verrichten in loondienst of werkzaamheden anders dan in loondienst. Artikel 11, tweede lid, Verordening (EG) nr. 883/2004 bepaalt dat personen die een uitkering ontvangen omdat of als gevolg van het feit dat zij een werkzaamheid uitvoeren, moeten worden beschouwd als personen die die werkzaamheid verrichten. Artikel 11, derde lid, onder e, Verordening (EG) nr. 883/2004 bevat een conflictregel die voor niet-actieven de wetgeving van de woonplaats als toepasselijk aanwijst. De SVB begrijpt deze bepalingen zo dat de Nederlandse wetgeving van toepassing blijft op personen die in aansluiting op in Nederland verrichte werkzaamheden een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de IOW, IOAZ en IOAW ontvangen of recht hebben op betaling van loon op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek. In deze gevallen neemt de SVB aan dat sprake is van werken in twee lidstaten als de betrokkene naast zijn Nederlandse uitkering of de loondoorbetaling arbeid verricht in een andere lidstaat (zie SB2138, over werken in loondienst in twee of meer lidstaten). Op personen die hun werkzaamheden hebben gestaakt, in een andere lidstaat wonen en een AOW-pensioen of een Anw- of WIA-uitkering ontvangen, is de wetgeving van toepassing van hun woonstaat.

De vraag doet zich voor of perioden waarin een dienstbetrekking voortduurt maar niet daadwerkelijk werkzaamheden worden verricht of aanspraak bestaat op een Nederlandse uitkering of loondoorbetaling,van onbetaald verlof ook moeten worden aangemerkt als perioden waarin werkzaamheden worden verricht. Dit geldt met name voor periodenUit de rechtspraak van het Hof van onbetaald verlof. De SVB hanteert het beleidJustitie van de Europese Unie volgt dat deze perioden kunnen worden beschouwd als perioden waarin werkzaamheden worden verricht zolang de verzekering voor de werkloosheidswet doorloopt (arrest X, zaak C-569/15). Hiervoor gelden de volgende door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen gehanteerde cumulatieve voorwaarden:

  • De dienstbetrekking blijft in stand gedurende de periode van onbetaald verlof;
  • De periode van onbetaald verlof is vooraf overeengekomen tussen de werkgever en de werknemer;
  • De werkgever en de werknemer verbinden zich na afloop van de overeengekomen periode weer tot het betalen van loon en het verrichten van werkzaamheden;
  • De overeengekomen periode van onbetaald verlof bedraagt maximaal 78 weken.

  • De dienstbetrekking blijft in stand gedurende de periode van onbetaald verlof;
  • De periode van onbetaald verlof is vooraf overeengekomen tussen de werkgever en de werknemer;
  • De werkgever en de werknemer verbinden zich na afloop van de overeengekomen periode weer tot het betalen van loon en het verrichten van werkzaamheden;
  • De overeengekomen periode van onbetaald verlof bedraagt maximaal 78 weken.

De SVB neemt aan dat een dienstverband is verbroken als aan het arbeidscontract tussen werkgever en werknemer geen andere rechten en plichten meer verbonden zijn dan die welke verband houden met het formeel beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Het beleid betreffende onbetaald verlof betekent dat de SVB aanneemt dat een werknemer in meerdere lidstaten werkzaamheden verricht als hij tijdens een periode van onbetaald verlof in Nederland in een andere lidstaat werkt (zie verder SB2138, werken in twee of meer lidstaten).

Tijdvakken op grond van artikel 13, lid 2, onder f Verordening (EEG) nr. 1408/71

artikel 13, lid 2, onder f Vo. 1408/71 en artikel 10 ter Vo. 574/72

Vo. 1408/71

http://www.svb.nl/images/vo-1408-71.pdf

Vo. 574/72

http://www.svb.nl/images/vo-574-72.pdf

2132

In de periode van 29 juli 1991 tot aan het moment van toepassing worden van Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt de rechtspositie van personen die hun werkzaamheden staakten bestreken door artikel 13, tweede lid, onder f, van Verordening (EEG) nr. 1408/71. Op grond van deze bepaling zijn werknemers of zelfstandigen die ophouden onderworpen te zijn aan de wetgeving van hun laatste werkland, onderworpen aan de wetgeving van hun woonland. Zoals volgt uit artikel 10ter van Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt aan de hand van het nationale recht van het laatste werkland bepaald of de betrokkene aan die wetgeving onderworpen is gebleven. Voor de toepasselijkheid van de Nederlandse wetgeving wordt onderzocht of de betrokkene nog voor één of meerdere takken van verzekering is aangesloten bij het Nederlandse stelsel.

De SVB gaat ervan uit dat in de periode tussen 29 juli 1991 en het van toepassing worden van Verordening (EG) nr. 883/2004 de overige in titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 opgenomen conflictregels slechts van toepassing zijn op personen die een dienstbetrekking hadden of daadwerkelijk beroepswerkzaamheden verrichtten. Een 'nawerking' van deze conflictregels voor personen die hun beroepswerkzaamheden hebben gestaakt is sinds 29 juli 1991 niet langer aan de orde. Dit uitgangspunt geldt blijkens het arrest Kuusijärvi zowel voor personen die definitief alle beroepswerkzaamheden hebben gestaakt als voor personen die niet definitief hun beroepswerkzaamheden hebben gestaakt. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de aanwijsregel van artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 tevens van toepassing is op zieken en werklozen. Wat werklozen betreft is de toepasselijkheid van die bepaling bevestigd in het arrest Adanez-Vega.

Toepassing van artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 leidt er in samenhang met artikel 10 ter van Verordening (EEG) nr. 574/72 toe dat personen onderworpen blijven aan de Nederlandse wetgeving indien uit hoofde van de nationale verzekeringsbepalingen nog aansluiting bestaat bij ten minste een tak van sociale zekerheid. Personen die een WW-uitkering ontvingen en in een andere lidstaat woonden, blijven in Nederland verzekerd voor de duur van de uitkering. Deze personen worden immers als verzekerde werknemers in de zin van de WW beschouwd. Personen die een uitkering ingevolge de Ziektewet ontvingen of van wie het loon werd doorbetaald op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek blijven in Nederland verzekerd voor de WW en de WAO voor de duur van hun uitkering of loondoorbetaling. Uit dien hoofde is ook op hen de Nederlandse wetgeving van toepassing.

De Nederlandse wetgeving is niet van toepassing indien blijkt dat een persoon die niet in Nederland woonachtig was, nog voor één of meerdere takken van verzekering was aangesloten bij het wettelijke stelsel van het laatste werkland. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat deze aansluiting nog daadwerkelijk dekking moet geven voor één of meerdere risico's als genoemd in artikel 4, eerste lid, Verordening (EEG) nr. 1408/71. Er is bijvoorbeeld sprake van daadwerkelijke dekking als ongeacht de woonplaats:

  • nog tijdvakken van verzekering worden opgebouwd, of
  • rechten ontstaan op een uitkering bij het intreden van een risico, of
  • bepaalde medische zorg wordt vergoed (op grond hiervan dienen onder andere Duitse post-actieve ambtenaren die verzekerd blijven voor de 'Beihilfe', nog als verzekerd in Duitsland te worden beschouwd).

Als niet bekend is dat nog sprake is van buitenlandse verzekering, kan het voorkomen dat ten onrechte is uitgegaan van de toepasselijkheid van de Nederlandse volksverzekeringen. In dat geval zal op aanvraag van de belanghebbende artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 worden toegepast met een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaren, mits in de tussentijd geen zwaarwegend risico werd gedragen door de Nederlandse verzekeringsinstanties (bijvoorbeeld ingevolge de Anw of AWBZ). De terugwerkende kracht van vijf jaren is afgeleid van de termijn die de Belastingdienst hanteert voor de teruggave van premies. Tijdvakken die niet in aanmerking komen voor teruggave van premies, worden beschouwd als tijdvakken van vrijwillige verzekering (zie Deel I,Uitzonderingssituaties, SB1044).

HvJ EU 13 oktober 1993, zaak C-121/92 (Zinnecker), Jur. 1993, I-5023, RSV 1994/118

121-92.pdf

Rb. Roermond 23 februari 1994, 92/3496 AOW/AWW, n.g.

92-3496-AOW-AWW.pdf

Rb. Amsterdam 3 mei 1995, RSV 1996/107

AWW-90-7092-26.pdf

HR 17 april 1996, nr. 258, RSV 1996/212

258.pdf

CRvB 12 november 1997, RSV 1998/225, «USZ» 1998/36

AOW-1992-99.pdf

CRvB 12 november 1997, RSV 1998/226, «USZ» 1998/37

94-2521-AOW.pdf

HvJ EU 11 juni 1998, zaak C-275/96 (Kuusijärvi), Jur. 1998, I-3419, RSV 1998/244

c-275-96.pdf

HvJ EU 11 november 2004, zaak C-372-02 (Adanez-Vega), Jur. 2004, I-10761, RSV 2005/106

C-372-02.pdf

Grondslag

De tekst van de beleidsregels internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving en jurisprudentie op 1 mei 2012. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, Remigratiewet, MKOB, TOG, TAS en TNS, en de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.

Artikel 11, lid 2 en lid 3, onder e Vo. 883/2004

Besluit beleidsregels internationaalWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2012maart 2022

Wet- en regelgeving