Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdvakken op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 (SB2263)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 11, derde lid, onder a, van Verordening (EG) nr. 883/2004 bevat een aanwijsregel voor personen, met uitzondering van ambtenaren, die werkzaamheden verrichten in loondienst of werkzaamheden anders dan in loondienst. Artikel 11, tweede lid, Verordening (EG) nr. 883/2004 bepaalt dat personen die een uitkering ontvangen omdat of als gevolg van het feit dat zij een werkzaamheid uitvoeren, moeten worden beschouwd als personen die die werkzaamheid verrichten. Artikel 11, derde lid, onder e, Verordening (EG) nr. 883/2004 bevat een conflictregel die voor niet-actieven de wetgeving van de woonplaats als toepasselijk aanwijst. De SVB begrijpt deze bepalingen zo dat de Nederlandse wetgeving van toepassing blijft op personen die in aansluiting op in Nederland verrichte werkzaamheden een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de IOW, IOAZ en IOAW ontvangen of recht hebben op betaling van loon op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek. In deze gevallen neemt de SVB aan dat sprake is van werken in twee lidstaten als de betrokkene naast zijn Nederlandse uitkering of de loondoorbetaling arbeid verricht in een andere lidstaat (zie SB2138 over werken in loondienst in twee of meer lidstaten). Op personen die hun werkzaamheden hebben gestaakt, in een andere lidstaat wonen en een AOW-pensioen of een Anw- of WIA-uitkering ontvangen, is de wetgeving van toepassing van hun woonstaat.

De vraag doet zich voor of perioden waarin een dienstbetrekking voortduurt maar niet daadwerkelijk werkzaamheden worden verricht of aanspraak bestaat op een Nederlandse uitkering of loondoorbetaling, moeten worden aangemerkt als perioden waarin werkzaamheden worden verricht. Dit geldt met name voor perioden van onbetaald verlof. De SVB hanteert het beleid dat deze perioden worden beschouwd als perioden waarin werkzaamheden worden verricht zolang de verzekering voor de werkloosheidswet doorloopt. Hiervoor gelden de volgende door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen gehanteerde cumulatieve voorwaarden:

  • De dienstbetrekking blijft in stand gedurende de periode van onbetaald verlof;
  • De periode van onbetaald verlof is vooraf overeengekomen tussen de werkgever en de werknemer;
  • De werkgever en de werknemer verbinden zich na afloop van de overeengekomen periode weer tot het betalen van loon en het verrichten van werkzaamheden;
  • De overeengekomen periode van onbetaald verlof bedraagt maximaal 78 weken.

De SVB neemt aan dat een dienstverband is verbroken als aan het arbeidscontract tussen werkgever en werknemer geen andere rechten en plichten meer verbonden zijn dan die welke verband houden met het formeel beëindigen van de arbeidsovereenkomst.

Het beleid betreffende onbetaald verlof betekent dat de SVB aanneemt dat een werknemer in meerdere lidstaten werkzaamheden verricht als hij tijdens een periode van onbetaald verlof in Nederland in een andere lidstaat werkt (zie verder SB2138, werken in loondienst in twee of meer lidstaten).

Grondslag

Artikel 11, lid 2 en lid 3, onder e Vo. 883/2004

Besluit beleidsregels SVB 2016

Wet- en regelgeving

Naar boven