Onderwerp: Bezoek-historie

Polygamie: bijzondere regeling ouderdomspensioen Marokko en Tunesië (SB2183)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De verdragen met Marokko en Tunesië kenden aanvankelijk een specifieke regeling voor de vaststelling van het ouderdomspensioen in situaties van polygamie. Op grond van deze regeling werd als echtgenote van de werknemer aangemerkt de echtgenote met wie de werknemer bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd het langst was gehuwd. Voor die echtgenote werden huwelijkse tijdvakken in het ouderdomspensioen in aanmerking genomen. Bij de wijziging van de verdragen per 1 november 2004 is deze specifieke regeling komen te vervallen. Sedertdien worden huwelijkse tijdvakken in aanmerking genomen in het pensioen van de vrouw die vrijwillig verzekerd is geweest (zie SB2181 over huwelijkse tijdvakken). Omdat bij polygamie een man gelijktijdig met meerdere vrouwen is gehuwd en het mogelijk is dat ieder van deze vrouwen vrijwillig verzekerd kan geraken, zou het bij een letterlijke toepassing van de verdragsbepalingen kunnen voorkomen dat meerdere vrouwen aanspraak krijgen op overlappende huwelijkse tijdvakken. Naar het oordeel van de SVB zou dit indruisen tegen de bedoeling van de verdragsluitende partijen. Deze zijn ervan uitgegaan dat de voorwaarde van vrijwillige verzekering voor de toewijzing van huwelijkse tijdvakken met zich meebrengt dat slechts één vrouw hiervoor in aanmerking komt. Om deze reden handelt de SVB als volgt. Huwelijkse tijdvakken worden toegerekend aan de vrouw die op de datum van inwerkingtreding van het gewijzigde verdrag bevoegd is zich vrijwillig te verzekeren. Op deze tijdvakken kan door andere vrouwen geen aanspraak worden gemaakt. Andere vrouwen kunnen wel aanspraak maken op huwelijkse tijdvakken voor zover deze niet samenvallen met de tijdvakken van de eerstbedoelde vrouw. Ontstaan aldus concurrerende aanspraken voor deze andere vrouwen, dan prevaleert het recht van de vrouw die het eerst met de man gehuwd was. De CRvB acht dit beleid niet onjuist of onredelijk, aangezien het honoreren van eenzelfde verzekeringstijdvak van meer dan één rechthebbende, niet past binnen de systematiek van de AOW (zie CRvB 8 januari 2014).

Naar boven