Onderwerp: Bezoek-historie

De gevolgen van de vrijwillige verzekering voor huwelijkse tijdvakken op grond van bilaterale verdragen (SB2183)
Geldigheid:03-12-2025 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van de verdragen met Kaapverdië, Kroatië, Marokko, Noord-Macedonië, Slovenië en Tunesië kon de in het andere verdragsland wonende huwelijkspartner van een in Nederland verzekerde werknemer, zich na wijziging of inwerkingtreding van het verdrag aanmelden voor de vrijwillige verzekering. De mogelijkheid van vrijwillige verzekering verving de opbouw van huwelijkse tijdvakken in deze verdragen (zie SB2181 over huwelijkse tijdvakken op grond van bilaterale verdragen). Met betrekking tot de verdragsbepalingen over vrijwillige verzekering voert de SVB het volgende beleid.

 

Als de vrijwillig verzekerde huwelijkspartner overlijdt of als het huwelijk wordt ontbonden, eindigt de vrijwillige verzekering. Als de verzekerde werknemer opnieuw trouwt, stelt de SVB de nieuwe huwelijkspartner in de gelegenheid om zich vrijwillig te verzekeren.

 

Polygame huwelijken en het verdrag met Marokko

Voor polygame huwelijken bepaalt artikel 3, onderdeel a van het Slotprotocol bij het verdrag met Marokko dat alleen de eerste huwelijkspartner zich vrijwillig mag verzekeren. Dit is de huwelijkspartner die op het te beoordelen moment het langst met de verzekerde werknemer getrouwd is. De SVB voert het beleid dat zij na overlijden of echtscheiding van de eerste huwelijkspartner, de huwelijkspartner die vervolgens het langst met de verzekerde werknemer is getrouwd in de gelegenheid stelt om zich vrijwillig te verzekeren.

 

Toepassing van dit beleid kan er niet toe leiden dat verschillende (ex-) huwelijkspartners aanspraak krijgen op overlappende huwelijkse tijdvakken. Volgens de SVB zou dit indruisen tegen de bedoeling van de verdragsluitende partijen. Die zijn ervan uitgegaan dat de voorwaarde van vrijwillige verzekering voor de toewijzing van huwelijkse tijdvakken met zich meebrengt dat slechts één huwelijkspartner hiervoor in aanmerking komt. De SVB rekent huwelijkse tijdvakken daarom toe aan degene die op de datum van inwerkingtreding van het gewijzigde verdrag (1 november 2004) de eerste huwelijkspartner was en daarom bevoegd was om zich vrijwillig te verzekeren. Op deze tijdvakken kan door andere huwelijkspartners geen aanspraak worden gemaakt. De CRvB acht dit beleid niet onjuist of onredelijk (zie CRvB 8 januari 2014).

 

Ex-huwelijkspartners kunnen wel aanspraak maken op huwelijkse tijdvakken die zijn ontstaan voor het huwelijk tussen de verzekerde werknemer en degene die eerste huwelijkspartner was op 1 november 2004. Als er overlappende aanspraken zijn van meerdere ex-huwelijkspartners, gaat de aanspraak van degene die het eerst met de verzekerde werknemer getrouwd was voor.

 

Polygame huwelijken en het verdrag met Tunesië

Het beleid over polygame huwelijken en het verdrag met Marokko geldt ook voor de toepassing van het verdrag met Tunesië. Daar waren polygame huwelijken in het verleden ook mogelijk. Bij toepassing van het beleid op het verdrag met Tunesië moet de datum ‘1 november 2004’ worden gelezen als ‘1 januari 1994’.

Grondslag

Artikel 3, onderdeel a Slotprotocol betreffende de nadere bepalingen voor de toepassing van de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partijen

Wijzigingsbesluit Beleidsregels SVB november 2025

Naar boven