Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdvakken voor 1957 en huwelijkse tijdvakken (SB2181)
Geldigheid:14-05-2014 t/m 14-01-2015Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Een aantal verdragen inzake sociale zekerheid bevat, evenals Verordening (EG) nr. 883/2004, een regeling over het in aanmerking nemen van tijdvakken van wonen of werken voor 1957 en/of het in aanmerking nemen van tijdvakken van het huwelijk waarin de man verzekerd was en de vrouw op het grondgebied van een andere verdragsstaat woonde. De SVB beschouwt deze tijdvakken niet als echte tijdvakken van verzekering (vgl. SB2154 over bijzonderheden voor de toepassing van de AOW). Een uitzondering geldt ten aanzien van enkele verdragen waarin uitdrukkelijk is geregeld dat de vrouw van een AOW-verzekerde met haar echtgenoot is meeverzekerd.

Vanaf 1 januari 2013 wordt de leeftijd waarop recht ontstaat op AOW-pensioen jaarlijks met een of meer maanden verhoogd. Als gevolg daarvan is in artikel 13, eerste en tweede lid AOW '15-jarige leeftijd' vervangen door: aanvangsleeftijd en '65-jarige leeftijd' door: pensioengerechtigde leeftijd. Bij de toepassing van slaat de SVB daarom uitsluitend acht op tijdvakken die zijn gelegen tussen de aanvangsleeftijd en de pensioengerechtigde leeftijd die op grond van artikel 7a AOW op de betrokkene van toepassing is. de bepalingen over huwelijkse tijdvakken in de verschillende verdragen

Blijkens de arresten van het Hof van Justitie EU in de zaak De Wit en de zaken Grahame en Hollanders moesten tijdvakken waarin voor 1957 arbeid buiten Nederland is verricht, vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 883/2004 worden gehonoreerd als ware sprake van arbeid verricht in Nederland indien de buiten Nederland verrichte arbeid leidde tot aansluiting bij de Nederlandse sociale zekerheid. De bepalingen in Verordening (EG) nr. 883/2004 zijn daarom ten opzichte van de voorgaande verordening aangepast (zie ook SB2154 over bijzonderheden voor de toepassing van de AOW). Naar het oordeel van de SVB hebben de arresten van het Hof van Justitie EU geen betrekking op bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid. Deze arresten zijn immers met name gemotiveerd met een verwijzing naar het beginsel van vrij verkeer van personen binnen de EU. Dit beginsel vormt geen onderdeel van de rechtsorde die wordt beheerst door de bilaterale verdragen.

De SVB past de bepalingen inzake huwelijkse tijdvakken in de bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid sexe-neutraal toe. Voor zover een verdrag de toepassing van die bepalingen beperkt tot gehuwde personen, weduwen en weduwnaars worden ze door de SVB ook toegepast op personen die gescheiden zijn.

Ongehuwd samenwonenden worden voor de toepassing van de betreffende bepalingen niet met gehuwden gelijkgesteld. Tijdvakken van geregistreerd partnerschap worden als huwelijkstijdvakken beschouwd.

Tijdvakken gelegen voor 1957 kunnen alleen worden gehonoreerd in het AOW-pensioen of de AOW-toeslag als zij niet samenvallen met tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de wetgeving van een andere verdragsstaat. Evenals het geval is bij de overeenkomstige regels in Verordening (EG) nr. 883/2004 slaat de SVB hierbij geen acht op tijdvakken van vrijwillige verzekering (zie SB2155 over vrijwillige verzekering, SB2155).

Voor de toepassing van het bilaterale verdrag met Marokko geldt het volgende. Het verdrag zoals dat gold tot 1 november 2004 hield nog geen rekening met het zelfstandige pensioenrecht van de gehuwde vrouw dat op 1 april 1985 in de AOW is ingevoerd. Onder dit verdrag was het daarom uitsluitend mogelijk om huwelijkse tijdvakken te honoreren in het ouderdomspensioen van de man. Wel werd het gedeelte van zijn ouderdomspensioen dat op huwelijkse tijdvakken was gebaseerd, betaalbaar gesteld aan zijn vrouw. Het gevolg was dat als een gehuwde vrouw weduwe werd of ging scheiden, zij niet langer in aanmerking kwam voor ouderdomspensioen. Op grond van het verdrag met Marokko zoals dat geldt vanaf 1 november 2004, heeft een vrouw die gehuwd is geweest wél zelfstandig recht op huwelijkse tijdvakken. De SVB hanteert het beleid dat een ouderdomspensioen dat is ingetrokken in verband met echtscheiding of overlijden, op grond van de nieuwe verdragstekst kan herleven met ingang van de datum waarop deze tekst in werking is getreden (1 november 2004).

Uit de uitspraak van 2 december 2005 blijkt dat de Centrale Raad van Beroep de hiervoor beschreven handelwijze onderschrijft.

In de relatie met Kroatië geldt het volgende. Kroatië is met ingang van 1 juli 2013 lid van de Europese Unie. Daardoor zijn vanaf genoemde datum de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en nr. 987/2009 en Verordening (EU) nr. 1231/2010 van toepassing. Voor genoemde datum gold in de relatie met Kroatië het bilaterale verdrag inzake sociale zekerheid met Kroatië. Indien in het ouderdomspensioen of de toeslag recht bestaat op zogenaamde huwelijkse tijdvakken, kan de SVB deze op grond van Bijlage XI van Verordening (EG) nr. 883/2004 slechts in aanmerking nemen tot 2 augustus 1989, terwijl de SVB deze tijdvakken op grond van het verdrag met Kroatië in aanmerking kan nemen tot 1 oktober 2000. In geval op grond van het bilaterale verdrag met Kroatië in het tijdvak van 2 augustus 1989 tot 1 oktober 2000 recht bestaat op huwelijkse tijdvakken in het pensioen of de toeslag dan honoreert de SVB deze tijdvakken.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en de beleidsregels Internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 31 december 2013 en de stand van de jurisprudentie op 21 februari 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.

Besluit beleidsregels SVB 2013

Naar boven