Onderwerp: Bezoek-historie

Huwelijkse tijdvakken (SB2181)
Geldigheid:26-09-2019 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 6: 31-08-2012 t/m 13-05-2014  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Een aantal verdragen inzake sociale zekerheid bevat, evenals Verordening (EG) nr. 883/2004, een regeling met betrekking totover het in aanmerking nemen van tijdvakken van wonen of werken voor 1957 en/oftijdens het in aanmerking nemen van tijdvakken van het huwelijk waarin de man verzekerd was envoor de AOW en zijn vrouw op het grondgebied van eende andere verdragsstaat woonde. De SVB beschouwt dezeHet gaat om de verdragen met voormalig Joegoslavië, Kaapverdië, Kroatië, Marokko, Noord-Macedonië, Slovenië en Tunesië. Deze zogenaamde huwelijkse tijdvakken niet als echte tijdvakkenzijn van verzekering (vgl. Deel II, Bijzonderheden voorbelang voor het AOW-pensioen en de toeslag op het AOW-pensioen. Uit de toepassinguitspraak van de AOW, SB2154). Een uitzondering geldt ten aanzienCRvB van enkele verdragen waarin uitdrukkelijk is geregeld dat8 september 2017 blijkt dat het voor de vrouwopbouw van een AOW-huwelijkse tijdvakken op grond van deze verdragen niet uitmaakt of de verzekerde met haar echtgenoot is meeverzekerdverplicht of vrijwillig verzekerd was voor de AOW.

Blijkens de arresten van het Hof van Justitie EU in de zaak De Wit en de zaken Grahame en Hollanders moesten tijdvakken waarin voor 1957 arbeid buiten Nederland is verricht, vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 883/2004 worden gehonoreerd als ware sprake van arbeid verricht in Nederland indien de buiten Nederland verrichte arbeid leidde tot aansluiting bij de Nederlandse sociale zekerheid. De bepalingen in Verordening (EG) nr. 883/2004 zijn daarom ten opzichte van de voorgaande verordening aangepast (zie ook Deel II, Bijzonderheden voor de toepassing van de AOW, SB2154). Naar het oordeel van de SVB hebben de arresten van het Hof van Justitie EU geen betrekking op bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid. Deze arresten zijn immers met name gemotiveerd met een verwijzing naar het beginsel van vrij verkeer van personen binnen de EU. Dit beginsel vormt geen onderdeel van de rechtsorde welke wordt beheerst door de bilaterale verdragen.

De SVB past de bepalingen inzakeover huwelijkse tijdvakken in de bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid sexe-neutraalsekseneutraal toe. Voor zover een verdrag de toepassing van die bepalingen beperkt tot gehuwde personen, weduwen en weduwnaars worden ze doorpast de SVB deze ook toegepasttoe op personen die gescheiden zijn. Bij de verhoging van rechtens onaantastbaar geworden uitkeringen of de toekenning van uitkeringen in verband met deze beleidswijziging wordt een terugwerkende kracht gehanteerd van een jaar, behoudens in bijzondere gevallen waarin sprake is van hardheid (zie ook Deel I, Terugwerkende kracht van meer dan een jaar, SB1070).

Ongehuwd samenwonenden worden voorVanaf 1 januari 2013 wordt de leeftijd waarop recht ontstaat op AOW-pensioen jaarlijks met een of meer maanden verhoogd. Als gevolg daarvan is in artikel 13, eerste en tweede lid AOW '15-jarige leeftijd' vervangen door: aanvangsleeftijd en '65-jarige leeftijd' door: pensioengerechtigde leeftijd. Bij de toepassing van de betreffende bepalingen niet met gehuwden gelijkgesteld. Tijdvakkenover huwelijkse tijdvakken in de verschillende verdragen honoreert de SVB daarom uitsluitend tijdvakken die zijn gelegen in de periode tussen de aanvangsleeftijd en de pensioengerechtigde leeftijd die op grond van geregistreerd partnerschap worden als huwelijkstijdvakken beschouwdartikel 7a AOW op de betrokkene van toepassing is.

Tijdvakken gelegen voor 1957Huwelijkse tijdvakken kunnen alleen worden gehonoreerd in het AOW-pensioen of de AOW-toeslag als zij niet samenvallen met tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de wetgeving van een andere verdragsstaat. Evenals het geval is bij de overeenkomstige regels in Verordening (EG) nr. 883/2004 slaathoudt de SVB hierbij geen acht oprekening met tijdvakken van vrijwillige verzekering (zie Deel II, VrijwilligeSB2155 over vrijwillige verzekering, SB2155).

Voor de toepassingDoor middel van een wijziging van het bilaterale verdrag met Marokko geldt het volgende. Het verdrag zoals dat gold tot 1 november 2004 hield nog geen rekening met het zelfstandige pensioenrecht vanKaapverdië, respectievelijk Kroatië, Marokko, Noord-Macedonië, Slovenië en Tunesië zijn de gehuwde vrouw dat op 1 april 1985 inbepalingen over de AOW is ingevoerd. Onder dit verdrag was het daarom uitsluitend mogelijk om huwelijkse tijdvakken te honoreren in het ouderdomspensioen van de man. Wel werd het gedeelte van zijn ouderdomspensioen dat op huwelijkse tijdvakken was gebaseerd, betaalbaar gesteld aan zijn vrouw. Het gevolg was dat alsdie verdragen vervangen door een gehuwde vrouw weduwe werd of ging scheiden, zij niet langer in aanmerking kwamregeling op grond waarvan de huwelijkspartner zich vrijwillig kan verzekeren voor ouderdomspensioende AOW. Op grond van verdrag met Marokko zoals dat geldt vanaf 1 november 2004, heeft een vrouw die gehuwd is geweest wél zelfstandig recht opverdragen mogen huwelijkse tijdvakken. De SVB hanteert het beleid dat een ouderdomspensioen dat is ingetrokken die zijn opgebouwd vóór de verdragswijziging slechts worden gehonoreerd als de huwelijkspartner zich in verband met echtscheiding of overlijden,aansluiting op die tijdvakken vrijwillig heeft verzekerd op grond van de nieuwe verdragstekst kan herleven met inganghet desbetreffende verdrag. Uit de uitspraak van de datum waarop deze tekstCRvB van 29 juli 2011 over het verdrag met Marokko blijkt dat in werkinggeval van een verdragswijziging het overgangsrecht van artikel 39 van het verdrag van toepassing is getreden (1 november 2004). Dit betekent dat de eis van vrijwillige verzekering voor het honoreren van huwelijkse tijdvakken niet mag worden gesteld, omdat hierdoor aanspraken in de zin van dit artikel verloren zouden gaan. De SVB geeft aan de verdragen met Kaapverdië, Kroatië, Noord-Macedonië, Slovenië en Tunesië overeenkomstige toepassing.

Indien de vrijwillig verzekerde huwelijkspartner gaat scheiden van de in Nederland verzekerde werknemer, of overlijdt, eindigt de vrijwillig verzekering. Ingeval de verzekerde werknemer na de echtscheiding of het overlijden van de huwelijkspartner opnieuw trouwt, stelt de SVB de nieuwe huwelijkspartner in de gelegenheid om zich vrijwillig te verzekeren.

In geval van polygamie schrijft het verdrag met Marokko voor dat het recht op vrijwillige verzekering slechts toekomt aan de eerste echtgenote. Als de verzekerde werknemer na overlijden of echtscheiding van de eerste echtgenote nog steeds is gehuwd, stelt de SVB de vrouw die vervolgens het langst met de verzekerde gehuwd is in de gelegenheid om zich vrijwillig te verzekeren.

In verband met de verhoging van de AOW-leeftijd gaat de SVB ervan uit dat de bevoegdheid om zich vrijwillig te verzekeren pas eindigt op de dag dat de huwelijkspartner de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

UitIn de uitspraakrelatie met Slovenië en Kroatië geldt voorts nog het volgende. Slovenië is met ingang van 2 december 2005 blijkt dat1 mei 2004 lid van de Centrale RaadEuropese Unie. Vanaf 1 mei 2004 tot 1 mei 2010 waren voor Slovenië de Verordeningen (EG) nr. 1408/71 en nr. 574/72 van Beroeptoepassing. Vanaf 1 mei 2010 zijn de hiervoor beschreven handelwijze onderschrijftVerordeningen (EG) nr. 883/2004 en nr. 987/2009 en Verordening (EU) nr. 1231/2010 van toepassing. Voor 1 mei 2004 gold in de relatie met Slovenië het bilaterale verdrag inzake sociale zekerheid met Slovenië. Kroatië is met ingang van 1 juli 2013 lid van de Europese Unie. Daardoor zijn vanaf genoemde datum de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en nr. 987/2009 en Verordening (EU) nr. 1231/2010 van toepassing. Voor genoemde datum gold in de relatie met Kroatië het bilaterale verdrag inzake sociale zekerheid met Kroatië. Indien in het ouderdomspensioen of de toeslag recht bestaat op zogenaamde huwelijkse tijdvakken, kan de SVB deze op grond van Bijlage XI van Verordening (EG) nr. 883/2004 slechts in aanmerking nemen tot 2 augustus 1989, terwijl de SVB deze tijdvakken op grond van het verdrag met Kroatië respectievelijk Slovenië in aanmerking kan nemen tot 1 oktober 2000 respectievelijk 1 mei 2003. In geval op grond van het bilaterale verdrag met Kroatië respectievelijk Slovenië in het tijdvak van 2 augustus 1989 tot 1 oktober 2000 respectievelijk 1 mei 2003 recht bestaat op huwelijkse tijdvakken in het pensioen of de toeslag dan honoreert de SVB deze tijdvakken.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving en jurisprudentie op 1 mei 2012. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, Remigratiewet, MKOB, TOG, TAS en TNS, en de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.

Besluit beleidsregels internationaalWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2012september 2019

Naar boven