Onderwerp: Bezoek-historie

Bijzonderheden voor de toepassing van de AOW (SB2154)
Geldigheid:21-02-2019 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 1: 03-06-2007 t/m 14-06-2008  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het hierboven opgenomen onderdeel van bijlage VI kent twee voorzieningen. De eerste voorziening is bestemd voor personen die niet voldoen aan de nationaliteits- en woonvoorwaarden voor de overgangsvoordelen zoals vervat in de artikelen 55 en 56 AOW en in de op artikel 57 AOW gebaseerde besluiten inzake gelijkstelling van wonen en van nationaliteit. Deze personen komen in aanmerking voor dergelijke voordelenBijlage XI, naar rato van de tijdvakken gedurende welke zij vóór 1957 in Nederland hebben gewoond of arbeid hebben verricht in Nederland in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever, onder 2 Verordening (EG) nr. De tweede883/2004 kent een voorziening is bedoeld voor de gehuwde partner van een AOW-verzekerde. Deze partner heeft recht op zogenaamde 'huwelijkse tijdvakken' over periodes tijdens het huwelijk waarin de AOW-gerechtigde in Nederland verplicht of vrijwillig verzekerd is geweest en over periodes gelegen vóór 1957 die uit hoofde van bijlage VIde echtgenoot in aanmerking worden genomeneen andere lidstaat dan Nederland woonde. De regeling van huwelijkse tijdvakken is met ingang van 2 augustus 1989 omgezet in een mogelijkheid tot vrijwillige verzekering voor de huwelijkspartner van een AOW-verzekerde.

Volgens vaste rechtspraak van het HvJ Bijlage XI Verordening (EG kunnen tijdvakken gelegen voor 2 augustus 1989, die op grond van bijlage VI in aanmerking worden genomen voor de berekening van het AOW-pensioen, niet gelijkgesteld worden met eigenlijke, verplichte of vrijwillige verzekeringstijdvakken ingevolge de AOW) nr. Aldus kunnen tijdvakken vervuld883/2004 gebruikt op grond vandiverse plaatsen de bijlage na 1 januari 1957 niet meetellen als tijdvakken voor het verkrijgen van overgangsvoordelen zoalsterm 'echtgenoot'. De SVB gaat ervan uit dat deze term uitsluitend ziet op personen die formeel zijn geregeldgehuwd en de in de artikelen 55, 56 en 57 AOW en het Besluit inzake deNederlandse wetgeving per 1 januari 1998 met hen gelijkgestelde geregistreerde partners. Er vindt geen gelijkstelling plaats van wonen buiten het Rijkgehuwden met wonen binnen het Rijkpersonen die een gezamenlijke huishouding voeren. Eveneens kunnen dergelijke tijdvakken niet meetellen voorDit standpunt is bevestigd in de termijn van één jaar waarbinnen een verzoek om vrijwillige verzekering ingevolge artikel 45uitspraak van de AOW moet worden ingediendCentrale Raad van Beroep van 6 november 2013.

Het begrip 'wonen' zoals dat in bijlage VIXI wordt gehanteerd, wordt doorinterpreteert de SVB op dezelfde wijze geïnterpreteerd als het woonbegrip zoals dat voorkomt in artikel 3 van de AOW. Zie hierover Deel I, § 2.2.1SB1022 over ingezetene/wonen.

BlijkensVanaf 1 januari 2013 wordt de arresten van het HvJ EG in de zaken De Wit en Grahame en Hollanders moeten tijdvakken van arbeid buiten Nederland voor 1957leeftijd waarop recht ontstaat op AOW-pensioen jaarlijks met een of meer maanden verhoogd. Als gevolg daarvan is in artikel 13, die binnen het totale stelsel van Nederlandse sociale zekerheid (inclusief bijzondere regelingen voor ambtenaren of militairen) werden gedekt, op grondeerste en tweede lid AOW '15-jarige leeftijd' vervangen door: aanvangsleeftijd en '65-jarige leeftijd' door: pensioengerechtigde leeftijd. Bij de toepassing van bijlage VI in het ouderdomspensioen worden gehonoreerdXI, Nederland, onder 2, Verordening (EG) nr. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om tijdvakken waarin personen naar het buitenland883/2004 a en b honoreert de SVB daarom uitsluitend tijdvakken die zijn uitgezondengelegen in publiekrechtelijke of privaatrechtelijke dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid, of waarin zij als zeevarende hebben gevaren in dienstperiode tussen de aanvangsleeftijd en de pensioengerechtigde leeftijd die op grond van een in Nederland gevestigde werkgeverartikel 7a AOW op een schip dat zijn thuishaven in Nederland hadde betrokkene van toepassing is.

TijdvakkenHuwelijkse tijdvakken die de SVB op grond van bijlage VIXI Verordening (EG) nr. 883/2004 in aanmerking zouden kunnen worden genomenkan nemen, mogen uit hoofdeop grond van bijlage VI onderdeel QXI, Nederland, onder 2, he Verordening (EG) nr. 883/2004 niet worden meegeteld voor de berekening van een AOW-pensioen als deze tijdvakken samenvallen met tijdvakken die in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van pensioenrechten ingevolge de ouderdomspensioenregeling van een andere lidstaat dan Nederland, of met tijdvakken gedurende welkewaarvoor de betrokkene ingevolge een dergelijke regeling een pensioen ontvingouderdomspensioen ontvangt op grond van dergelijke wetgeving. De SVB past deze regel niet toe ingeval de tijdvakken die op grond van bijlage VIXI Verordening (EG) nr. 883/2004 in aanmerking kunnen worden genomen, samenvallen met tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering vervuld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat.

Bijlage VI gebruikt op diverse plaatsen de term ‘huwelijkspartner’. De SVB gaat ervan uit dat deze term uitsluitend ziet op personen die formeel zijn gehuwd en de in de Nederlandse wetgeving per 1 januari 1998 met hen gelijkgestelde geregistreerde partners. Er vindt geen gelijkstelling plaats van gehuwden met personen die een gezamenlijke huishouding voeren.

Grondslag

Deze Beleidsregels zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen, zoals die luidden op 4 april 2007.

bijlage VIXI, onderdeel QNederland, onder 2, a tot en met e en hi Vo. 1408883/712004

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2007februari 2019

Wet- en regelgeving

Naar boven