Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdvakken van wonen of werken van minder dan één jaar (SB2152)
Geldigheid:15-01-2015 t/m 06-09-2016Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 6: 31-08-2012 t/m 13-05-2014  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van de letterlijke tekst van artikel 57, eerste lid Verordening (EG) nr. 883/2004 zou de SVB geen nabestaandenuitkering hoeven toe te kennen als de overledene op de datum van overlijden krachtens de wetgeving van een andere lidstaat verzekerd was en hij ingevolge de Anw korter dan één jaar verzekerd is geweest. In het arrest Malfitano van het Hof van Justitie EU is echter beslist dat deze bepaling niet aan de betrokkene mag worden tegengeworpen als de desbetreffende nationale regeling geen eisen stelt aan de duur van de verzekering voor de opening van het recht op uitkering. Voor de toepassing van de Anw, in het kader van welke wet geen wachttijd geldt, betekent dit dat een nabestaandenuitkering ook kan worden toegekend als de duur van de verzekering in Nederland korter was dan één jaar en de betrokkene op datum van overlijden krachtens de wetgeving van een andere lidstaat verzekerd was.

In de situatie waarin de uitsluitingsgrond van artikel 15, eerste lid, onder b Anw van toepassing is en uitsluitend recht op uitkering zou kunnen ontstaan via een beroep op de arresten Moscato en Klaus (zie Deel II, InSB2150 over in aanmerking te nemen tijdvakken voor de opening van het recht op uitkering, SB2150), is artikel 57 Verordening (EG) nr. 883/2004 wel van toepassing. Dit brengt met zich dat indien een verzekerde uitsluitend in het jaar voorafgaande aan het overlijden tijdvakken van verzekering ingevolge de Anw heeft vervuld, en de gezondheidstoestand van de verzekerde bij aanvang van de verzekering het overlijden binnen een jaar redelijkerwijs moest doen verwachten, er geen recht op nabestaandenuitkering ontstaat.

Artikel 57, tweede lid Verordening (EG) nr. 883/2004 schrijft voor dat als een uitkering uit een lidstaat wordt geweigerd op grond van het eerste lid van dat artikel, andere lidstaten de periode van verzekering van minder dan één jaar in aanmerking dienen te nemen voor de berekening van een pensioen krachtens artikel 52, eerste lid, onder b), i), Verordening (EG) nr. 883/2004. Uit het Hof van Justitie EU-arrest Vermaut volgt dat dit ook dient te gebeuren als het pensioen nationaalrechtelijk wordt berekend, dus zonder terug te vallen op samentellings- en prorateringsregels. Wanneer een ouderdomspensioen door een lidstaat wordt geweigerd op grond van het eerste lid van artikel 57 Verordening (EG) nr. 883/2004, worden de tijdvakken van verzekering korter dan één jaar in aanmerking genomen bij de berekening van een pensioen krachtens de AOW, alsof die tijdvakken krachtens de AOW waren vervuld. Door de SVB worden tijdvakken korter dan één jaar eveneens in aanmerking genomen bij de berekening van de uitkering ingevolge de AOW als deze reeds zijn meegeteld voor de berekening van een ouderdomspensioen uit een andere lidstaat van de EUEuropese Unie dan Nederland.

Bij de toepassing van de Anw is het tweede lid van artikel 57 Verordening (EG) nr. 883/2004 uitsluitend relevant voor de berekening met toepassing van de samentellings- en prorateringsregels. Ingeval van een nationaalrechtelijke berekening is de duur van het verzekeringsverleden in verband met het risicokarakter van de Anw immers niet van belang voor de hoogte van de uitkering.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels internationaalAwb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 mei 2012november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS, en de delen Awb en Overige onderwerpenhet deel Internationaal) is niet aangepast.

artikel 57 Vo. 883/2004

Besluit beleidsregels internationaal SVB 20122014

Wet- en regelgeving

  • Vo. 883/2004