Onderwerp: Bezoek-historie

Samenloop van uitkeringen (SB2151)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Conform bijlage VIII, Deel 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 mag bij aanvragen om ouderdomspensioen krachtens de AOW van een dubbele berekening als bedoeld in artikel 52, eerste lid, onder b Verordening (EG) nr. 883/2004 worden afgezien. Dit betekent in de praktijk dat ook in het geval dat een AOW-gerechtigde aan de wetgeving van meer dan één lidstaat onderworpen is geweest de SVB het recht op AOW slechts vaststelt aan de hand van de nationale wetgeving. De SVB hanteert echter het beleid dat zij nog wél een dubbele berekening uitvoert ten aanzien van de toeslag voor de jongere partner voor zover er samenloop bestaat tussen deze toeslag en een buitenlandse wettelijke uitkering welke is gebaseerd op tijdvakken van verzekering van die partner. Indien de SVB de hoogte van de toeslag in die situatie uitsluitend zou bepalen aan de hand van het nationale recht zou er sprake zijn van dubbele korting op de toeslag, namelijk korting wegens niet verzekerde jaren en korting in verband met de inkomsten die de jongere partner op basis van die buitenlandse tijdvakken ontvangt. Door de hoogte van de toeslag vast te stellen aan de hand van de pro rata berekening als bedoeld in artikel 52, eerste lid, onder b Verordening (EG) nr. 883/2004 treedt dit nadeel niet op, aangezien artikel 54, eerste lid Verordening (EG) nr. 883/2004 verbiedt een aldus berekende uitkering te anticumuleren met een andere uitkering van gelijke aard. In de praktijk betekent dit dat een buitenlandse wettelijke uitkering niet in mindering wordt gebracht op de AOW-toeslag.

Als de gerechtigde op een nabestaandenuitkering op grond van de Anw een buitenlandse uitkering ontvangt die niet onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004 valt, of een uitkering ontvangt uit een land dat geen deel uitmaakt van de Europese Unie, worden deze uitkeringen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 niet beschouwd als uitkeringen van dezelfde aard in de zin van artikel 53, eerste lid, Verordening (EG) nr. 883/2004 doch als 'andere inkomsten' in de zin van het derde lid van dit artikel.

Dergelijke uitkeringen dienen dan op grond van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten op de nabestaandenuitkering in mindering te worden gebracht.

Grondslag

artikel 52, lid 4, bijlage VIII, Deel 1 en artikel 53 Vo. 883/2004

Besluit beleidsregels SVB 2016

Wet- en regelgeving

Naar boven