Beleidsregel
Ten aanzien van werknemers die in twee of meer lidstaten in loondienst werkzaam zijn, bevat artikel 13, eerste lid, Verordening (EG) nr. 883/2004 speciale aanwijsregels. Op grond van onderdeel a van deze bepaling is de wetgeving van het woonland van toepassing op een werknemer die daar een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht. Voor het bepalen of een persoon een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht in zijn woonland, berekent de SVB de arbeidstijd in het woonland aan de hand van daadwerkelijk gewerkte dagen.
Het kan voorkomen dat een persoon in Nederland een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de IOW, de IOAZ of de IOAW ontvangt en daarnaast in een andere lidstaat werkt. De SVB merkt deze persoon aan als iemand die in twee om meer lidstaten arbeid verricht (zie SB2263 over tijdvakken op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004). In deze gevallen merkt de SVB het orgaan dat de uitkering verstrekt aan als werkgever.
In Verordening (EG) nr. 883/2004 staat geen aanwijsregel voor personen die in twee of meer lidstaten als ambtenaar werkzaam zijn. In die gevallen past de SVB artikel 13, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004 naar analogie toe.
Artikel 14, zevende lid, van Verordening (EG) nr. 987/2009 bevat criteria voor het onderscheid tussen werken in meerdere lidstaten en detachering. De SVB hanteert op basis hiervan het beleid dat bij werkzaamheden in twee lidstaten tot twee jaar de toepassing van artikel 13, eerste en tweede lid, van Verordening (EG) nr. 883/2004 achterwege blijft als sprake is van detachering op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 883/2004.