Onderwerp: Bezoek-historie

Territoriale werkingssfeer (SB2135)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 3: 12-07-2009 t/m 16-06-2010  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het toepassingsgebied van de verordeningVerordening (EG) nr. 883/2004 wordt territoriaal begrensd door artikel 299 EG-52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, datdie een opsomming bevatbevatten van de lidstaten van de Europese GemeenschapUnie en van de overige gebieden waarop het verdragde verdragen van toepassing iszijn. De toepassing van VoVerordening (EG) nr. 1408883/712004 is daarom in beginsel slechts aan de orde als een persoon binnen de grenzenop het grondgebied van de Europese GemeenschapUnie woont en werkt. Uit de jurisprudentie van het HvJ EGarrest Salemink blijkt echter dat de verordening eveneens van toepassing kan zijn als een persoon onder de personele werkingssfeer valt maar buitenin het grondgebiedkader van de Europese Gemeenschap woont of werkt. De SVB voert in dit kadersociale zekerheid tot dit grondgebied eveneens moet worden gerekend het onder de Noordzee gelegen deel van het volgende beleidcontinentaal plat waarover Nederland soevereine rechten uitoefent.

Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU blijkt dat Verordening (EG) nr. 883/2004 eveneens van toepassing kan zijn als een persoon onder de personele werkingssfeer valt maar buiten het grondgebied van de Europese Unie woont of werkt. De SVB voert in dit kader het volgende beleid.

De SVB gaat ervan uit dat titel II van de verordeningVerordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing is als een werknemer op het grondgebied van de GemeenschapEuropese Unie woont maar buiten het grondgebied van de GemeenschapUnie werkt voor een binnen de GemeenschapUnie gevestigde werkgever. Daarbij ontleent de SVB aan de overwegingen van het HvJ EGHof van Justitie EU in de arresten Prodest en Aldewereld de voorwaarde dat de werknemer onmiddellijk voorafgaand aan de buiten de GemeenschapUnie verrichte arbeid verzekerd moet zijn in de lidstaat waar zijn werkgever is gevestigd dan wel dat de werknemer op grond van de nationale wetgeving van die lidstaat verzekerd is tijdens de arbeid buiten de GemeenschapUnie. Indien aan een van deze voorwaarden wordt voldaan gaat de SVB ervan uit dat de wetgeving van de lidstaat van de werkgever als toepasselijk is aangewezen gedurende de periode dat buiten de GemeenschapUnie arbeid wordt verricht.

De SVB neemt op grond van het arrest Chuck van het HvJ EG van 3 april 2008 aan dat hoofdstuk 35 van titel III van de verordeningVerordening (EG) nr. 883/2004, betreffende ouderdom en overlijden, alsmede Bijlage VIXI, onderdeel RNederland, onder 3, betreffende het recht op nabestaandenuitkering, van toepassing is ongeacht de woonplaats van de aanvrager om ouderdomspensioen of nabestaandenuitkering onder de voorwaarde dat de aanvrager onder de personele werkingssfeer van de verordening valtviel (zie SB 2120SB2120 over het verplaatsingscriterium). Indien een buiten de GemeenschapEuropese Unie wonende gewezen werknemer of zelfstandige zich tijdenspersoon aan de uitoefeningwetgeving van zijn beroepswerkzaamheden binnen de Gemeenschap heeft verplaatstmeer dan een lidstaat onderworpen is geweest, dient zijn ouderdomspensioen of de uitkering ten behoeve van zijn nabestaanden daarom te worden berekend met toepassing van hoofdstuk 35 van titel III. Dit uitgangspunt geldt niet voor de toepassing van hoofdstuk 8 van titel III, betreffende onder meer kinderbijslagvoor zover dit betrekking heeft op gezinsuitkeringen voor pensioengerechtigden, en Bijlage VIXI, onderdeel RNederland, punt 2, onder a tot en met d, betreffende in aanmerking te nemen tijdvakken voor de berekening van een ouderdomspensioen. De daarin vervatte bepalingen zijn blijkens de tekst van de verordening alleen van toepassing als de aanvrager op het grondgebied van de GemeenschapEuropese Unie woont.

Op grond van Bijlage II, artikel 126 EER en artikel 241, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, is voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 met ingang van 1 april 2012 het grondgebied van de GemeenschapEuropese Unie gelijkgesteld het grondgebied van de lidstaten van Zwitserland. Op grond van Bijlage VI, Sectorale Aanpassingen, bij de EEROvereenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte geldt dit met ingang van 1 juni 2012 eveneens voor de landen van de Europese Economische Ruimte, IJsland, Liechtenstein en ZwitserlandNoorwegen.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 20 april 2009. De wijzigingen die samenhangen met de inwerkingtreding artikel 52 VEU, artikel 355 VWEU, Bijlage II, artikel 1, lid 1, Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat over het vrije verkeer van de vierde tranche vanpersonen en Bijlage VI bij de Algemene wet bestuursrecht zijn eveneens verwerkt.Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

Besluit beleidsregels SVB 20092016

Wet- en regelgeving

  • VEU: art. 52
  • VWEU: art. 355
  • EG-VerdragOvereenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat over het vrije verkeer van personen: Bijlage II, artikel 1, lid 1
  • Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: Bijlage VI
Naar boven