Onderwerp: Bezoek-historie

Territoriale werkingssfeer (SB2135)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 1: 03-06-2007 t/m 14-06-2008  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt territoriaal begrensd door artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die een opsomming bevatten van de lidstaten van de Europese Unie en van de overige gebieden waarop de verdragen van toepassing zijn. De toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 is daarom in beginsel slechts aan de orde als een persoon op het grondgebied van de Europese Unie woont en werkt. Uit het arrest Salemink blijkt dat in het kader van de sociale zekerheid tot dit grondgebied eveneens moet worden gerekend het onder de Noordzee gelegen deel van het continentaal plat waarover Nederland soevereine rechten uitoefent.

Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU blijkt dat Verordening (EG) nr. 883/2004 eveneens van toepassing kan zijn als een persoon onder de personele werkingssfeer valt maar buiten het grondgebied van de Europese Unie woont of werkt. De SVB voert in dit kader het volgende beleid.

Het territoriale toepassingsgebied van de verordening wordt beheerst door artikel 299 EG-Verdrag. De SVB gaat ervan uit dat de conflictregels van titel II van VoVerordening (EG) nr. 1408883/71 alleen2004 van toepassing zijn indien de betrokkene binnen dit toepassingsgebied woont en werkt. Geletis als een werknemer op het arrest Aldewereldgrondgebied van het HvJ EG past de SVB een uitzondering op deze regel toe ingeval de betrokkene opEuropese Unie woont maar buiten het grondgebied van de Gemeenschap woont maar buiten het grondgebied van de GemeenschapUnie werkt voor een binnen de GemeenschapUnie gevestigde werkgever. IndienDaarbij ontleent de betrokkeneSVB aan de overwegingen van het Hof van Justitie EU in een dergelijke situatiede arresten Prodest en Aldewereld de voorwaarde dat de werknemer onmiddellijk voorafgaand aan de buiten de Unie verrichte arbeid verzekerd moet zijn in de lidstaat waar zijn werkgever is gevestigd dan wel dat de werknemer op grond van de nationale wetgeving van dedie lidstaat waarverzekerd is tijdens de werkgever gevestigd is, verzekerd blijft,arbeid buiten de Unie. Indien aan een van deze voorwaarden wordt voldaan gaat de SVB ervan uit dat de wetgeving van diede lidstaat van de werkgever als toepasselijk is aangewezen gedurende de periode dat buiten de Unie arbeid wordt verricht.

De SVB neemt op grond van het arrest Chuck aan dat hoofdstuk 5 van titel III van Verordening (EG) nr. 883/2004, betreffende ouderdom en overlijden, alsmede Bijlage XI, onderdeel Nederland, onder 3, betreffende het recht op nabestaandenuitkering, van toepassing is ongeacht de woonplaats van de aanvrager om ouderdomspensioen of nabestaandenuitkering onder de voorwaarde dat de aanvrager onder de personele werkingssfeer van de verordening viel (zie SB2120 over het verplaatsingscriterium). Indien een buiten de Europese Unie wonende persoon aan de wetgeving van meer dan een lidstaat onderworpen is geweest, dient zijn ouderdomspensioen of de uitkering ten behoeve van zijn nabestaanden daarom te worden berekend met toepassing van hoofdstuk 5 van titel III. Dit uitgangspunt geldt niet voor de toepassing van hoofdstuk 8 van titel III, voor zover dit betrekking heeft op gezinsuitkeringen voor pensioengerechtigden, en Bijlage XI, onderdeel Nederland, punt 2, onder a tot en met d, betreffende in aanmerking te nemen tijdvakken voor de berekening van een ouderdomspensioen. De daarin vervatte bepalingen zijn blijkens de tekst van de verordening alleen van toepassing als de aanvrager op het grondgebied van de Europese Unie woont.

Op grond van Bijlage II, artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, is voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 met ingang van 1 april 2012 het grondgebied van de Europese Unie gelijkgesteld het grondgebied van de lidstaten van Zwitserland. Op grond van Bijlage VI, Sectorale Aanpassingen, bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte geldt dit met ingang van 1 juni 2012 eveneens voor de landen van de Europese Economische Ruimte, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

Grondslag

artikel 52 VEU, artikel 355 VWEU, Bijlage II, artikel 1, lid 1, Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat over het vrije verkeer van personen en Bijlage VI bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

Besluit beleidsregels SVB 20072016

Wet- en regelgeving

  • VEU: art. 52
  • VWEU: art. 355
  • Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat over het vrije verkeer van personen: Bijlage II, artikel 1, lid 1
  • Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: Bijlage VI
Naar boven