Onderwerp: Bezoek-historie

Tijdvakken op grond van artikel 13, lid 2, onder f Verordening (EEG) nr. 1408/71 (SB2132)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

In de periode van 29 juli 1991 tot aan het moment van toepassing worden van Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt de rechtspositie van personen die hun werkzaamheden staakten bestreken door artikel 13, tweede lid, onder f, van Verordening (EEG) nr. 1408/71. Op grond van deze bepaling zijn werknemers of zelfstandigen die ophouden onderworpen te zijn aan de wetgeving van hun laatste werkland, onderworpen aan de wetgeving van hun woonland. Zoals volgt uit artikel 10ter van Verordening (EEG) nr. 574/72 wordt aan de hand van het nationale recht van het laatste werkland bepaald of de betrokkene aan die wetgeving onderworpen is gebleven. Voor de toepasselijkheid van de Nederlandse wetgeving wordt onderzocht of de betrokkene nog voor één of meerdere takken van verzekering is aangesloten bij het Nederlandse stelsel.

De SVB gaat ervan uit dat in de periode tussen 29 juli 1991 en het van toepassing worden van Verordening (EG) nr. 883/2004 de overige in titel II van Verordening (EEG) nr. 1408/71 opgenomen conflictregels slechts van toepassing zijn op personen die een dienstbetrekking hadden of daadwerkelijk beroepswerkzaamheden verrichtten. Een 'nawerking' van deze conflictregels voor personen die hun beroepswerkzaamheden hebben gestaakt is sinds 29 juli 1991 niet langer aan de orde. Dit uitgangspunt geldt blijkens het arrest Kuusijärvi zowel voor personen die definitief alle beroepswerkzaamheden hebben gestaakt als voor personen die niet definitief hun beroepswerkzaamheden hebben gestaakt. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de aanwijsregel van artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 tevens van toepassing is op zieken en werklozen. Wat werklozen betreft is de toepasselijkheid van die bepaling bevestigd in het arrest Adanez-Vega.

Toepassing van artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 leidt er in samenhang met artikel 10 ter van Verordening (EEG) nr. 574/72 toe dat personen onderworpen blijven aan de Nederlandse wetgeving indien uit hoofde van de nationale verzekeringsbepalingen nog aansluiting bestaat bij ten minste een tak van sociale zekerheid. Personen die een WW-uitkering ontvingen en in een andere lidstaat woonden, blijven in Nederland verzekerd voor de duur van de uitkering. Deze personen worden immers als verzekerde werknemers in de zin van de WW beschouwd. Personen die een uitkering ingevolge de Ziektewet ontvingen of van wie het loon werd doorbetaald op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek blijven in Nederland verzekerd voor de WW en de WAO voor de duur van hun uitkering of loondoorbetaling. Uit dien hoofde is ook op hen de Nederlandse wetgeving van toepassing.

De Nederlandse wetgeving is niet van toepassing indien blijkt dat een persoon die niet in Nederland woonachtig was, nog voor één of meerdere takken van verzekering was aangesloten bij het wettelijke stelsel van het laatste werkland. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat deze aansluiting nog daadwerkelijk dekking moet geven voor één of meerdere risico's als genoemd in artikel 4, eerste lid, Verordening (EEG) nr. 1408/71. Er is bijvoorbeeld sprake van daadwerkelijke dekking als ongeacht de woonplaats:

  • nog tijdvakken van verzekering worden opgebouwd, of
  • rechten ontstaan op een uitkering bij het intreden van een risico, of
  • bepaalde medische zorg wordt vergoed (op grond hiervan dienen onder andere Duitse post-actieve ambtenaren die verzekerd blijven voor de 'Beihilfe', nog als verzekerd in Duitsland te worden beschouwd).

Als niet bekend is dat nog sprake is van buitenlandse verzekering, kan het voorkomen dat ten onrechte is uitgegaan van de toepasselijkheid van de Nederlandse volksverzekeringen. In dat geval zal op aanvraag van de belanghebbende artikel 13, tweede lid, onder f, Verordening (EEG) nr. 1408/71 worden toegepast met een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaren, mits in de tussentijd geen zwaarwegend risico werd gedragen door de Nederlandse verzekeringsinstanties (bijvoorbeeld ingevolge de Anw of AWBZ). De terugwerkende kracht van vijf jaren is afgeleid van de termijn die de Belastingdienst hanteert voor de teruggave van premies. Tijdvakken die niet in aanmerking komen voor teruggave van premies, worden beschouwd als tijdvakken van vrijwillige verzekering (zie SB1044 over uitzonderingssituaties).

Grondslag

Artikel 13, lid 2, onder f Vo. 1408/71 en artikel 10 ter Vo. 574/72

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven