Onderwerp: Bezoek-historie

Onderdanen van landen buiten de Europese Unie (SB2124)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De personele werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004 is in beginsel beperkt tot de onderdanen van lidstaten van de EU, landen van de EER en Zwitserland. Onderdanen van derde landen vallen uitsluitend onder de personele werkingssfeer van die verordening als zij erkend zijn als vluchteling of in de hoedanigheid van gezinslid of nabestaande. In Verordening (EU) nr. 1231/2010 is echter bepaald dat op onderdanen van derde landen die uitsluitend wegens hun nationaliteit niet onder Verordening (EG) nr. 883/2004 vallen, die laatste verordening niettemin van toepassing is als deze onderdanen legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven en zich rechtmatig binnen de Unie verplaatsen.

Het begrip legaal verblijf is niet gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1231/2010. Het beleid van de SVB is om legaal verblijf in Nederland aan te nemen indien dit verblijf rechtmatig is in de zin van artikel 8 Vw 2000, met dien verstande dat de SVB geen legaal verblijf aanneemt indien de vreemdeling in Nederland verblijft in afwachting van een aanvraag om eerste toelating.

Uit de titel, considerans en bepalingen van Verordening (EU) nr. 1231/2010 volgt dat onderdanen van derde landen op dezelfde wijze als gemeenschapsonderdanen moeten voldoen aan het verplaatsingscriterium zoals omschreven in SB2120 over het verplaatsingscriterium.

Verordening (EU) nr. 1231/2010 is niet van toepassing op Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. In relatie met Denemarken past de SVB daarom titel II van Verordening (EG) nr. 883/2004 niet toe op onderdanen van derde landen die in Denemarken verblijven. Voorts beschouwt de SVB Denemarken niet als lidstaat in de zin van Verordening (EG) nr. 883/2004 bij de beoordeling van de vraag of aan het verplaatsingscriterium is voldaan door een onderdaan van een derde land. Wanneer zich in de situatie van een onderdaan van een derde land aanknopingspunten voordoen met Denemarken en ten minste twee andere lidstaten, dan past de SVB Verordening (EG) nr. 883/2004 uitsluitend toe in relatie tot deze andere lidstaten. Dit beleid geldt eveneens in relatie tot Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland, die geen lid zijn van de EU.

In relatie tot het Verenigd Koninkrijk doet zich de bijzondere situatie voor dat op onderdanen van derde landen ook na de inwerkingtreding van Verordening (EU) 1231/2010 op 1 januari 2011 de voorheen geldende Verordening (EG) nr. 859/2003 van toepassing blijft. De SVB geeft daarom voor onderdanen van derde landen toepassing aan Verordening (EEG) nr. 1408/71 wanneer zich in de situatie van een onderdaan van een derde land aanknopingspunten voordoen met het Verenigd Koninkrijk.

Grondslag

artikel 1 en 2 Vo. 1231/2010

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven