Onderwerp: Bezoek-historie

Terugkomen van een rechtens onaantastbaar AIO-besluit op verzoek van de belanghebbende (SB1310)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk
Vergelijk versie 2 met:
Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Soms is er geen sprake van een wijziging van omstandigheden of van nieuwe feiten, maar verzoekt de belanghebbende de SVB niettemin om terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit over de hoogte van de AIO-aanvulling. Bij de beoordeling van dit verzoek maakt de SVB onderscheid tussen de periode die ligt voor de datum waarop zij het verzoek om herziening ontvangt en de periode vanaf die datum. Voor zover het herzieningsverzoek ziet op de periode die ligt na de datum waarop de SVB het ontvangt, beoordeelt de SVB het verzoek op basis van de gronden die de belanghebbende aanvoert. Voor zover het herzieningsverzoek ziet op de periode die ligt voor de datum waarop de SVB het ontvangt, is de SVB bevoegd om het verzoek om herziening zonder nader onderzoek af te wijzen, tenzij dit evident onredelijk is. Dit volgt uit artikel 4:6 Awb en de jurisprudentie van de CRvB (zie CRvB 6 november 2003 en CRvB 20 december 2016).

De SVB acht het evident onredelijk om niet terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit als de SVB uit hetgeen belanghebbende in zijn herzieningsverzoek aanvoert, concludeert dat dit besluit onmiskenbaar onjuist is.

Als de SVB terugkomt van een eerder besluit stelt zij met toepassing van het volgende beleid vast of zij terugwerkende kracht geeft aan het nieuwe besluit.

Een besluit kan onmiskenbaar onjuist zijn als gevolg van:

 

  • een fout van de SVB;
  • een wijziging in het beleid van de SVB;
  • een fout van de belanghebbende.

FOUT VAN DE SVB

Van een onmiskenbaar onjuist besluit als gevolg van een fout van de SVB is sprake als de SVB op basis van de gegevens die op de datum van dat besluit beschikbaar waren of die bij een normaal onderzoek van de SVB beschikbaar zouden zijn geweest, de AIO-aanvulling correct had kunnen vaststellen aan de hand van de toen geldende wetgeving en beleidsregels, en de belanghebbende alle relevante informatie tijdig heeft verstrekt. De SVB verhoogt de AIO-aanvulling in dergelijke gevallen met toepassing van het beleid in SB1307 over de mate van terugwerkende kracht bij een toekenning op een eerste aanvraag. Tevens past de SVB dat beleid naar analogie toe als de belanghebbende aantoonbaar heeft ingeteerd op zijn vrij te laten vermogen. De SVB berekent de terugwerkende kracht vanaf het moment waarop zij het verzoek om herziening ontvangt. Als niet blijkt dat de belanghebbende schulden is aangegaan of op zijn vrij te laten vermogen heeft ingeteerd, herziet de SVB de AIO-aanvulling niet met terugwerkende kracht maar verhoogt zij de uitkering met ingang van het moment waarop zij het verzoek om herziening ontvangt.

WIJZIGING VAN HET BELEID VAN DE SVB

Het beleid uit de vorige alinea geldt ook als een besluit bij nader inzien onjuist is als gevolg van een wijziging in het beleid van de SVB in het voordeel van de belanghebbende. De SVB herziet de AIO-aanvulling echter niet over perioden gelegen voor de datum van inwerkingtreding van het gewijzigde beleid.

Betreft de wijziging van het beleid de invulling van een discretionaire bevoegdheid dan verhoogt de SVB de AIO-aanvulling vanaf het moment dat de SVB het verzoek om herziening ontvangt, dan wel vanaf de datum die de SVB heeft bepaald voor de desbetreffende beleidswijziging.

FOUT VAN DE BELANGHEBBENDE 

Is het onmiskenbaar onjuiste besluit het gevolg van een fout van de belanghebbende dan past de SVB het beleid toe over tijdig en verschoonbaar te laat voldoen aan de mededelingsverplichting in SB1309 over verhoging AIO-aanvulling wegens wijziging van de omstandigheden.

Wet- en regelgeving

Naar boven