Onderwerp: Bezoek-historie

Verblijf buiten Nederland (SB1302)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van artikel 13 Participatiewet is het personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt toegestaan per kalenderjaar maximaal 13 weken in het buitenland te verblijven. Voor personen die jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd geldt een maximum verblijfsduur van 4 weken per kalenderjaar. De SVB leidt uit de jurisprudentie af dat een betrokkene op de dag van vertrek verblijf houdt in Nederland en op de dag van terugkeer verblijf houdt buiten Nederland (CRvB 22 maart 2011).

Het verblijf in het buitenland hoeft niet een aaneengesloten periode te zijn, mits de 4 of 13 weken niet worden overschreden. Als een aaneengesloten periode van verblijf in twee opeenvolgende kalenderjaren valt, mag de maximale duur van dit verblijf niet langer zijn dan de duur die voor één kalenderjaar is toegestaan. Dat wil zeggen 4 of 13 weken.

Als de betrokkene de toegestane verblijfsduur in het buitenland overschrijdt dan eindigt in beginsel het recht op AIO-aanvulling. Dit recht eindigt evenwel niet als sprake is van zeer dringende redenen om de AIO-aanvulling betaalbaar te blijven stellen na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur. De SVB leidt uit de jurisprudentie af (bijvoorbeeld CRvB 19 februari 2008) dat hiervan alleen sprake is in geval van een acute noodsituatie die niet aan de betrokkene is toe te rekenen en de behoeftige omstandigheden waarin hij verkeert niet op een andere manier te verhelpen zijn dan door het verlenen van de AIO-aanvulling. Van een acute noodsituatie is bijvoorbeeld sprake als een situatie levensbedreigend van aard is of als die blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben (zie CRvB 1 december 2009). De SVB leidt voorts uit de jurisprudentie af dat het op de weg van de betrokkene ligt om aan te tonen dat hij niet tijdig naar Nederland kon terugkeren (zie CRvB 1 februari 2005).

Indien een alleenstaande rechthebbende niet tijdig uit het buitenland terugkeert of als gehuwde rechthebbenden op dezelfde datum de toegestane duur van het verblijf in het buitenland overschrijden en geen sprake is van dringende redenen, dan trekt de SVB het recht op AIO-aanvulling in met ingang van het moment waarop de toegestane verblijfsduur in het buitenland is overschreden. Tevens beoordeelt de SVB of de AIO-aanvulling die ten gevolge van de intrekking onverschuldigd is betaald, moet worden teruggevorderd.

Indien een AIO-aanvulling is verleend voor gehuwden, een van beide echtgenoten langer dan toegestaan in het buitenland verblijft en voor deze echtgenoot geen recht meer op AIO-aanvulling bestaat, dan behoudt de andere echtgenoot recht op AIO-aanvulling. Na het verstrijken van de wettelijke vakantieduur wordt het recht op AIO-aanvulling ten behoeve van de te lang in het buitenland verblijvende echtgenoot beëindigd of ingetrokken met ingang van de dag waarop de toegestane verblijfsduur in het buitenland is overschreden. Tevens beoordeelt de SVB of de AIO-aanvulling die ten gevolge van de intrekking onverschuldigd is betaald, moet worden teruggevorderd. De AIO-aanvulling van de echtgenoot die recht op een AIO-aanvulling behoudt, wordt herzien naar de norm voor een alleenstaande.

Op een hernieuwde aanvraag om AIO-aanvulling van een persoon die na een te lang verblijf terugkeert, past de SVB het beleid in SB1307 over ingangsdatum bij aanvraag AIO-aanvulling mutatis mutandis toe.

Grondslag

artikel 11, artikel 13, eerste lid, onderdeel d en vierde lid, artikel 16, artikel 17

Participatiewet

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven