Onderwerp: Bezoek-historie

Ingangsdatum tegemoetkoming op grond van de TOG (SB1260)
Geldigheid:15-01-2015 t/m 06-09-2016Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 5: 07-09-2016 t/m   X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van artikel 4, eerste lid en artikel 6, derde en vijfde lid TOG gaat het recht op tegemoetkoming in met ingang van de eerste dag van het kwartaal waarin een indicatiebesluit geldt, mits de belanghebbende in dat kwartaal een aanvraag indient. Dient de belanghebbende de aanvraag later in, dan is de SVB op grond van artikel 6, vijfde lid TOG bevoegd om in bijzondere gevallen de tegemoetkoming met terugwerkende kracht toe te kennen. In dat geval toetst de SVB eerst of sprake is van een bijzonder geval met overeenkomstige toepassing van het beleid vervat in SB1071 over bijzonder geval. Alleen als van een bijzonder geval sprake is, is de SVB bevoegd de tegemoetkoming met terugwerkende kracht toe te kennen. Van deze bevoegdheid maakt de SVB uitsluitend gebruik als het van hardheid zou getuigen geen terugwerkende kracht te hanteren. De SVB beantwoordt de vraag of sprake is van hardheid aan de hand van het beleid vervat in SB1072 over hardheid, met dien verstande dat de SVB als minimumnorm hanteert de op de gezinssituatie (fictief) toepasselijke netto uitkeringsbedragen krachtens artikel 9 AOW, verhoogd met het op de desbetreffende situatie toepasselijke recht op kinderbijslag en tegemoetkoming. Voor het bepalen van de mate van terugwerkende kracht past de SVB het beleid toe vervat in SB1073 over mate van terugwerkende kracht. Een langere terugwerkende kracht dan 1 januari 2011, de datum waarop de huidige aanvraagsystematiek is ingegaan, is echter niet mogelijk.

De TOG bevat geen voorschrift over de ingangsdatumOp grond van een tegemoetkoming voor een kind dat niet in Nederland woont. In dit geval behandelt de SVB een aanvraag om tegemoetkoming zoveel mogelijk naar analogie van de situatieartikel 7a, eerste lid AKW bestaat recht op dubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen die zich voordoet voor in Nederland wonende kinderenintensieve zorg nodig hebben. In de Nederlandse situatie geldtArtikel 14, derde lid AKW regelt dat het recht op aanvraag door het CIZ een indicatiebesluit wordt afgegeven. Aan dit indicatiebesluit komt geen terugwerkende kracht toe. Bij eendubbele kinderbijslag voor deze kinderen niet eerder kan ingaan dan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag om tegemoetkoming voor een buiten Nederland wonendwordt ingediend. Voor de vraag of een kind ontbreekt een dergelijk indicatiebesluit en steltintensieve zorg nodig heeft, wint de SVB zelf vast of aan de voorwaarden is voldaan. Daartoe wint de SVB medischvoor zowel kinderen die in Nederland wonen als die in het buitenland wonen advies in bij het CIZ. In dat geval hanteert de SVB het beleid dat het medischDit advies geldt met ingang vanziet niet op kwartalen die liggen voor de datum waarop de aanvraaghet is ingediendafgegeven. Zij verleent daarom de tegemoetkoming met ingang vanDe SVB neemt echter aan dat het ook geldt voor de eerste dag van het kwartaal waarinperiode die ligt tussen de datum van de aanvraag is ingediend zonder aan deze toekenning verdere terugwerkende kracht te verlenenen de datum van het advies.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

artikel 2, tweede lid, artikel 414, eerstederde lid en artikel 6, leden 3, 5 en 6 TOGAKW

Besluit beleidsregels SVB 20142016