Onderwerp: Bezoek-historie

Schuldregeling en schuldsanering (SB1253)
Geldigheid:27-05-2021 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het staat de SVB zoals iedere schuldeiser in beginsel vrij om op verzoek mee te werken aan een minnelijke schuldregeling. Als die medewerking neerkomt op het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van een boete- of terugvordering, verbinden de AOW, Anw, AKW en Participatiewet daar nadere voorwaarden aan. Voor de terugvordering zijn deze voorwaarden opgenomen in de artikelen 25 AOW, 55a Anw en 24c AKW. Op grond van artikel 22, tweede lid OBR is het bepaalde in artikel 25 AOW van overeenkomstige toepassing op de OBR. Als wordt voldaan aan de  voorwaarden, werkt de SVB mee aan een minnelijke schuldregeling. De SVB past deze voorwaarden ook toe op een terugvordering op grond van de Participatiewet. 

Medewerking aan een schuldregeling is niet toegestaan als die medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een terugvordering die het gevolg is van een schending van de mededelingsplicht waarvoor een boete is opgelegd of aangifte is gedaan. Als boeteoplegging of aangifte achterwege is gebleven wegens verjaring of verzuim van de SVB, werkt de SVB in beginsel niet mee aan een schuldregeling. De SVB wijkt hiervan af als er dringende redenen aanwezig zijn als bedoeld in SB1111 over afzien van een sanctie wegens dringende redenen.

Voor de boetevordering geldt het bepaalde in de artikelen 17c, twaalfde lid AOW, artikel 39, elfde lid Anw, artikel 17a, elfde lid AKW en artikel 47g, dertiende lid van de Participatiewet. Een boetevordering kan wel geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden bij medewerking aan een schuldregeling. De SVB werkt mee aan de minnelijke schuldregeling als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. 

Als de schuldenaar de schuldregeling niet behoorlijk nakomt, trekt de SVB het besluit waarin zij heeft afgezien van de (gedeeltelijke) terugvordering in en vordert het oorspronkelijk openstaande bedrag van de terugvordering alsnog in z'n geheel in.

Als een schuldsaneringsregeling is uitgesproken op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Faillissementswet, titel III), dan werkt de schuldsaneringsregeling ten aanzien van vorderingen op de schuldenaar die ten tijde van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaan. De SVB gaat ervan uit dat, gelet op de artikelen 6:203 en 3:309 BW, een vordering uit onverschuldigde betaling ontstaat op het moment waarop er te veel uitkering is betaald. Vorderingen uit onverschuldigde betaling die zijn ontstaan vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de SVB niet invorderen of niet langer invorderen. Deze vorderingen vallen onder de schuldsaneringsregeling en worden aangemeld bij de bewindvoerder.

Op grond van een arrest van de Hoge Raad kan een vordering uit onverschuldigd betaald AOW-pensioen of Anw-uitkering, die is ontstaan voordat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, worden verrekend met nog uit te betalen AOW-pensioen of Anw-uitkering. De SVB maakt van deze verrekeningsmogelijkheid geen gebruik, maar zal de vordering aanmelden bij de bewindvoerder.

Als een schuldsaneringsregeling is uitgesproken op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen stelt de rechter-commissaris een bedrag vast dat ter vrije beschikking blijft van de belanghebbende. In die gevallen stelt de SVB niet zelf de beslagvrije voet vast, maar hanteert zij het door de rechter-commissaris vastgestelde bedrag als beslagvrije voet.

Grondslag

artikel 25 AOW, artikel 55a Anw, artikel 24c AKW, artikel 47g, dertiende lid en artikel 60c Participatiewet, artikel 22, tweede lid OBR en titel  III Faillissementswet

Wijzigingsbesluit Beleidsregels SVB mei 2021

Naar boven