Onderwerp: Bezoek-historie

Termijnen van verrekening en uitstel van betaling (SB1251)
Geldigheid:27-05-2021 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 2: 17-06-2010 t/m 24-08-2011  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van artikel 4:87 Awb hanteert de SVB in beginsel een betalingstermijn van 6 weken in gevallen waarin het verrekenen van een geldschuld met een lopend recht op uitkering niet mogelijk is of in gevallen waarin de geldsom € 2.400,- of hoger is. Op verzoek van de betrokkene verleent de SVB echter uitstel van betaling. De SVB verrekent de geldschuld als deze lager is dan € 2.400,- en verrekening mogelijk is.

Met betrekking totBij het verlenen van uitstel van betaling of het verrekenen van een geldschuld past de SVB de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen toe. Deze regeling bevat nadere regels over de termijn of termijnen waarbinnen een op grond van de AOW, Anw of AKW verschuldigde geldsom moet worden terugbetaald zijn nadere regels gesteld in de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen. Op grond van artikel 822, tweede lid 1 TOGOBR jo. artikel 24b AKWAOW is deze regeling van overeenkomstige toepassing op terugvorderingen op grond van de TOGOBR.

De SVB zal in overeenstemming met voornoemde regeling uitstelBij de toepassing van betaling verlenen ofde regeling hanteert de geldschuld verrekenen. Daarbij wordenSVB de volgende uitgangspunten gehanteerd.

De SVB heeft opOp grond van artikel 5 van de Regelingregeling verrekent de bevoegdheid om een geldsom van € 300,- of lagerSVB de geldschuld zonder voorafgaand overleg met de belanghebbende als deze € 300,- of lager is. De verrekening vindt plaats binnen 12twaalf maanden te verrekenen door inhouding van een bedrag van ten hoogste € 52,- per maand op de uitkering. Indien verrekening niet mogelijk is dient betaling ineens plaats te vinden. Indien de belanghebbende bezwaar maakt of verzoekt om uitstel van betaling, zal de SVB de termijnen van betaling vaststellen in overeenstemming met artikel 5 van de Regeling.

AlsDe SVB doet aan betrokkene een voorstel als de geldsom hoger is dan € 300,- maar lager dan € 2.400,- doet de SVB de belanghebbende eenen volledige of gedeeltelijke verrekening mogelijk is. Dit voorstel waarbijhoudt in dat de gehele geldsom binnen twaalf maanden door middel van verrekening of betaling wordt voldaan. De belanghebbendebetrokkene kan binnen de in het voorstel genoemde termijn een tegenvoorstel doen, waarbij eveneens als voorwaarde geldt dat. Ook dan moet de gehele geldsom binnen 12twaalf maanden moet zijn voldaan. Als de belanghebbendebetrokkene niet reageert op het voorstel verrekent, zal de SVB de vordering conform het voorstel of, indien verrekening niet mogelijk is, verlangt de SVBverrekenen of betaling van de gehele vordering binnen zes wekenverlangen.

Als de geldsom € 2.400,- of hoger is nodigten de SVB de belanghebbende uitbetrokkene verzoekt gemotiveerd om binnen zes weken een gemotiveerd voorstel te doen waarbijuitstel van betaling dan honoreert de SVB dit verzoek indien de gehele geldsom binnen twaalf maanden door middel van verrekening of betaling wordt voldaan.

Als de belanghebbendebetrokkene aangeeft dat hij de geldsom niet binnen 12twaalf maanden kan voldoen, wordtvolgt de SVB de procedure van artikel 3 of 4 van de Regeling gevolgdregeling.

De Regelingregeling is niet van toepassing bij besluiten tot terugvordering op grond van de Participatiewet en de Remigratiewet. Voor zover de SVB in dergelijke gevallen na 1 juli 2009 een besluit neemt inzake de wijze van terugbetaling hanteert zij daarbij naar analogie de Regelingregeling en de hiervoor geformuleerde uitgangspunten voor de toepassing daarvan.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 3 maart 2010.

Artikel 4:87 Awb, Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde
betalingen

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2010mei 2021