Onderwerp: Bezoek-historie

Omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (SB1243)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 8: 07-09-2016 t/m 31-10-2017  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Bij de beoordeling van de evenredigheid van de in concreto op te leggen boete dient de SVB rekening te houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 5:46, tweede lid van de Awb blijkt dat de draagkracht van de overtreder daarbij een rol kan spelen. De SVB slaat daarom ook acht op bijzondere financiële of sociale omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op het moment dat de boete wordt opgelegd. De SVB verlaagt de boete, die met inachtneming van de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid is vastgesteld, in ieder geval indien de financiële omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven. In dat geval moet de belanghebbende aannemelijk maken dat hij de boete niet binnen een jaar na oplegging kan voldoen, rekening houdend met zijn beslagvrije voet. De SVB stelt de boete dan vast op het bedrag dat de belanghebbende met inachtneming van de beslagvrije voet binnen een jaar kan betalen. De SVB baseert deze termijn op de uitspraak van de CRvB van 24 november 2014.

De SVB onderzoekt de draagkracht van de belanghebbende indien hij aangeeft dat hij de voorgenomen boete niet kan betalen. Naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB van 11 januari 2016 hanteert de SVB bij de vaststelling van de draagkracht termijnen die zijn gerelateerd aan de mate van verwijtbaarheid. De SVB onderscheidt de volgende termijnen:

  • 24 maanden in geval van opzet
  • 18 maanden in geval van grove schuld
  • 12 maanden in geval van verwijtbaarheid
  • 6 maanden in geval van verminderde verwijtbaarheid
  • 2 maanden in geval van sterk verminderde verwijtbaarheid.

De eerste vier termijnen zijn ontleend aan de eerdergenoemde uitspraak van de CRvB. De SVB heeft een vijfde termijn toegevoegd omdat de SVB ook rekening houdt met gevallen van sterk verminderde verwijtbaarheid.

De SVB leidt uitverlaagt de artikelen 17j, eerste lid AOW, 45a, eerste lid Anw, 17h, eerste lid AKWboete indien de belanghebbende deze niet binnen de toepasselijke termijn kan betalen door zijn volledige aflossingscapaciteit en 60b, eerste lid Participatiewet afvermogen aan te spreken. De SVB stelt de boete vast op het bedrag dat het niet is toegestaan om in geval van recidive rekeningde belanghebbende binnen deze termijn wel kan betalen door zijn volledige aflossingscapaciteit en vermogen te houden metbenutten. Voor de beslagvrije voet. Daarom verlaagtuitleg van de begrippen aflossingscapaciteit en vermogen sluit de SVB in dat gevalaan bij de boete niet op grond van bijzondere financiële omstandighedendefinities uit artikel 1 Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen.

Grondslag

artikel 5:46, tweede lid Awb, artikel 17j, eerste lid AOW, artikel 45a, eerste lid Anw, artikel 17h, eerste lid AKW, artikel 60b, eerste lid Participatiewet

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2016oktober 2017

Naar boven