Onderwerp: Bezoek-historie

Omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (SB1243)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 7: 15-01-2015 t/m 06-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Bij de beoordeling van de evenredigheid van de in concreto op te leggen boete dient de SVB rekening te houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 5:46, tweede lid van de Awb blijkt dat de draagkracht van de overtreder daarbij een rol kan spelen. De SVB slaat daarom ook acht op bijzondere financiële of sociale omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op het moment dat de boete wordt opgelegd. De SVB verlaagt de boete, die met inachtneming van de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid is vastgesteld, in ieder geval indien de financiële omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven. In dat geval moet de belanghebbende aannemelijk maken dat hij de boete niet binnen drie jaar na oplegging kan voldoen, rekening houdend met zijn beslagvrije voet. De SVB stelt de boete dan vast op het bedrag dat de belanghebbende met inachtneming van de beslagvrije voet binnen drie jaar kan betalen.

De SVB onderzoekt de draagkracht van de belanghebbende indien hij aangeeft dat hij de voorgenomen boete niet kan betalen. Naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB van 11 januari 2016 hanteert de SVB bij de vaststelling van de draagkracht termijnen die zijn gerelateerd aan de mate van verwijtbaarheid. De SVB onderscheidt de volgende termijnen:

  • 24 maanden in geval van opzet
  • 18 maanden in geval van grove schuld
  • 12 maanden in geval van verwijtbaarheid
  • 6 maanden in geval van verminderde verwijtbaarheid
  • 2 maanden in geval van sterk verminderde verwijtbaarheid.

De eerste vier termijnen zijn ontleend aan de eerdergenoemde uitspraak van de CRvB. De SVB heeft een vijfde termijn toegevoegd omdat de SVB ook rekening houdt met gevallen van sterk verminderde verwijtbaarheid.

De SVB leidt uitverlaagt de boete indien de artikelen 17j, eerste lid AOW, 45a, eerste lid Anwbelanghebbende deze niet binnen de toepasselijke termijn kan betalen door zijn volledige aflossingscapaciteit en 17h, eerste lid AKW afvermogen aan te spreken. De SVB stelt de boete vast op het bedrag dat het niet is toegestaan om in geval van recidive rekeningde belanghebbende binnen deze termijn wel kan betalen door zijn volledige aflossingscapaciteit en vermogen te houden metbenutten. Voor de beslagvrije voet. Daarom verlaagtuitleg van de begrippen aflossingscapaciteit en vermogen sluit de SVB in dat gevalaan bij de boete niet op grond van bijzondere financiële omstandigheden. definities uit artikel 1 Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen.

Indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hij de op hem rustende mededelingsverplichting niet bewust heeft overtreden, past de SVB artikel 3:4, tweede lid Awb toe en verlaagt zij de op te leggen boete met 25%, tenzij met deze omstandigheid al rekening is gehouden bij het beoordelen van de mate van verwijtbaarheid.

GrondslagWet- en regelgeving

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

Besluit beleidsregels SVB 2014

Naar boven