Onderwerp: Bezoek-historie

Mate van verwijtbaarheid (SB1108)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 7: 14-05-2014 t/m 14-01-2015  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op grond van artikel 5:46, tweede lid Awb moet de SVB de hoogte van de boete afstemmen op de mate van verwijtbaarheid. De op te leggen boete is hoger naarmate de schending van de mededelingsverplichting de belanghebbende meer kan worden aangerekend. Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid Boetebesluit socialezekerheidswetten onderscheidt de volgende categorieën: opzet, grove schuld, verwijtbaarheid zonder opzet of grove schuld en verminderde verwijtbaarheid. Daarnaast neemt de SVB aan dat ook sprake kan zijn van een situatie waarin een belanghebbende sterk verminderd verwijtbaar is. Het beleid over deze vijf categorieën staat in SB1244 over de mate van verwijtbaarheid.

De SVB legt in beginsel een boete op van 50% van het benadelingsbedrag. In de volgende gevallen hanteert de SVB een ander percentage van het benadelingsbedrag:

  • 100% in geval van opzet;
  • 75% in geval van grove schuld;
  • 25% in geval van verminderde verwijtbaarheid;
  • 10% in geval van sterk verminderde verwijtbaarheid.

In geval van recidive vermenigvuldigt de SVB het benadelingsbedrag eerst met 150% en daarna met de hiervoor genoemde percentages. Behalve voor sterk verminderde verwijtbaarheid volgt dit uit artikel 2, zesde lid Boetebesluit socialezekerheidswetten. In het geval van sterk verminderde verwijtbaarheid past de SVB dit artikellid naar analogie toe.

Artikel 2, zevende lid Boetebesluit socialezekerheidswetten bevat een formule voor het berekenen van de maximale boete in geval van verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid. De SVB past deze formule naar analogie toe op gevallen van sterk verminderde verwijtbaarheid.

Op grond van artikel 17c, achtste lid, AOW, artikel 39, zevende lid, Anw en artikel 17a, zevende lid, AKW, is de SVB bevoegd de boete te verlagen indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid. In die situatie verlaagt de SVB het basis boetebedrag of het wegens recidive verhoogde boetebedrag in beginsel met 50%. De SVB wijkt hiervan af als de mate van verwijtbaarheid relatief gering of relatief groot is. Bij een geringe mate van verwijtbaarheid legt de SVB een boete op van 25% van het basis boetebedrag of het wegens recidive verhoogde boetebedrag. Bij een grote mate van verwijtbaarheid, maar geen volledige verwijtbaarheid bedraagt de boete 75% van het basis boetebedrag dan wel het wegens recidive verhoogde boetebedrag. Ontbreekt iedere vorm van verwijtbaarheid, dan ziet de SVB op grond van artikel 5:41 Awb af van het opleggen van een boete of het geven van een schriftelijke waarschuwing.

Voor de mate van verwijtbaarheid zie SB1244 over het bepalen van de mate van verwijtbaarheid.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels AOW artikel 5:41, Anw, AKWartikel 5:46, OBR, Remigratiewet, MKOBtweede lid Awb, Regeling niet-KOB-gerechtigdenartikel 23, TOG, TAS en TNS en de beleidsregels Internationaal is afgesloten naar de standvierde lid Wetboek van de wetgeving op 31 december 2013 en de stand van de jurisprudentie op 21 februari 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.Strafrecht

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2013oktober 2017