Onderwerp: Bezoek-historie

Kinderbijslagbetaling bij gescheiden huishoudens; echtscheiding en co-ouderschap (SB1096)
Geldigheid:17-06-2010 t/m 24-08-2011Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 7: 14-05-2014 t/m 14-01-2015  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Als de ouders van een kind gescheiden huishoudens voeren en het kind in één van beide huishoudens woont, heeft de ouder in wiens huishouden het kind woont recht op kinderbijslag omdat het kind tot het huishouden van die ouder behoort. Indien de andere ouder, tot wiens huishouden het kind niet behoort, het kind in belangrijke mate onderhoudt, bijvoorbeeld door alimentatie te betalen, heeft ook deze ouder recht op kinderbijslag. Artikel 18, vierde lid AKW bepaalt dat in die situatie, waarin twee maal recht op kinderbijslag voor één kind bestaat, de betaling van de kinderbijslag aan de ouder tot wiens huishouden het kind niet behoort, achterwege moet blijven. In afwijking daarvan bepaalt artikel 18, zesde lid AKW dat de SVB de kinderbijslag uitbetaalt aan de ouder tot wiens huishouden het kind niet behoort als de andere ouder geen aanvraag heeft ingediend.

[De SVB gaat ervan uit dat artikel 18, lid 4 eerst toepassing kan vinden als beide ouders een aanvraag om kinderbijslag hebben ingediend. Indien geen kinderbijslag wordt aangevraagd door de ouder bij wie het kind woont, kan het bepaalde in artikel 18, vierde lid AKW er dus niet toe leiden dat het aangevraagde recht op kinderbijslag door de andere ouder niet tot uitbetaling komt. Dit brengt mee dat, in de situatie waarin de betaling van kinderbijslag plaatsvindt aan de ouder tot wiens huishouden het kind niet behoort, de SVB overgaat tot de uitbetaling van kinderbijslag aan de ouder bij wie het kind woont vanaf het moment waarop deze ouder een aanvraag om kinderbijslag indient.] Deze alinea is bij Besluit van de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van 22 september 2010 per 1 oktober komen te vervallen (Stcrt. 29 september 2010, nr. 14795).

Een kind kan ook (beurtelings) tot twee huishoudens behoren. Dit doet zich voor bij een zogenaamd co-ouderschap. Van co-ouderschap is sprake indien een kind overwegend in gelijke mate wordt verzorgd en onderhouden door beide ouders. Bij co-ouderschap wordt de kinderbijslag waarop één van beide ouders recht heeft gelijk verdeeld betaald aan beide ouders, terwijl de kinderbijslag waarop de andere ouder recht heeft niet wordt uitbetaald. Dit laatste is bepaald in artikel 5a, eerste lid van het Samenloopbesluit kinderbijslag.

Voor de interpretatieEen kind kan ook (beurtelings) tot twee huishoudens behoren. Dit doet zich voor bij een zogenaamd co-ouderschap. Van co-ouderschap is op grond van het begrip ‘artikel 5a, eerste lid Samenloopbesluit kinderbijslag sprake indien beide ouders een kind overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden’ in. Voor de zininterpretatie van artikel 5a, eerste lid van het Samenloopbesluit kinderbijslaghet begrip 'overwegend in gelijke mate verzorgen' valt de SVB terug op de regels die zijn ontwikkeld in het kader van het huishoudbegrip (zie Deel I, TotSB1014 over tot het huishouden behoren SB1014). Dat wil zeggen dat het kind afwisselend in gelijke mate de nachtrust moet doorbrengen bij beide ouders.

Bij co-ouderschap betaalt de SVB de kinderbijslag waarop één van beide ouders recht heeft in gelijke mate aan beide ouders, terwijl de kinderbijslag waarop de andere ouder recht heeft niet wordt uitbetaald. Dit laatste is bepaald in artikel 5a, eerste lid van het Samenloopbesluit kinderbijslag.

Het kan ook voorkomen dat er tussen de gescheiden levende ouders afspraken gelden die niet uitgaan van een strikte verdeling van de verzorging en het onderhoud van de kinderen op een wijze zoals hiervoor beschreven. Indien in een dergelijke situatie in de overeenkomst niettemin een expliciete afspraak is gemaakt over de verdeling van de kinderbijslag, dan zal deze doorhonoreert de SVB worden gehonoreerd.Dedeze afspraak. De SVB gaat uit van de in de overeenkomst opgenomen regeling betreffendeover de verdeling van de verzorging en het onderhoud. Alleen indien blijkt dat niet-naleving van deze regeling een bestendig karakter heeft (in zijn algemeenheid langer dan zes maanden), dient de feitelijke situatie als richtsnoer voor de uitbetaling. Als het niet goed mogelijk is om de feitelijke situatie vast te stellen, gaat de SVB alsnog uit van de in de overeenkomst opgenomen regeling.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en de beleidsregels Internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 3 maart 201031 december 2013 en de stand van de jurisprudentie op 21 februari 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.

artikel 18, lidleden 4 en 6 AKW en artikel 5a Samenloopbesluit kinderbijslag

Besluit beleidsregels SVB 20102013

Wet- en regelgeving