Onderwerp: Bezoek-historie

Kinderbijslagbetaling bij gescheiden huishoudens; echtscheiding en co-ouderschap (SB1096)
Geldigheid:17-06-2010 t/m 24-08-2011Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 10: 01-11-2017 t/m   X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Als de ouders van een kind gescheiden huishoudens voeren en het kind in één van beide huishoudens woont, heeft de ouder in wiens huishouden het kind woont recht op kinderbijslag omdat het kind tot het huishouden van die ouder behoort. IndienAls de andere ouder, tot wiens huishouden het kind niet behoort, het kind in belangrijke mate onderhoudt, bijvoorbeeld door alimentatie te betalen, heeft ook deze ouder recht op kinderbijslag. Artikel 18, vierde lid AKW bepaalt dat in die situatie, waarin twee maalpersonen recht hebben op kinderbijslag voor éénhetzelfde kind bestaat, de betalingkinderbijslag van de persoon tot wiens huishouden het kind niet behoort niet wordt betaald. In afwijking daarvan volgt uit artikel 18, zesde lid AKW dat de SVB de kinderbijslag uitbetaalt aan de ouder tot wiens huishouden het kind niet behoort, achterwege moet blijven als de andere ouder geen aanvraag heeft ingediend.

[De SVB gaat ervan uit dat artikel 18, lid 4 eerst toepassing kan vinden als beide ouders een aanvraag om kinderbijslag hebben ingediend. Indien geen kinderbijslag wordt aangevraagd door de ouder bij wie het kind woont, kan het bepaalde in artikel 18, vierde lid AKW er dus niet toe leiden dat het aangevraagde recht op kinderbijslag door de andere ouder niet tot uitbetaling komt. Dit brengt mee dat, in de situatie waarin de betaling van kinderbijslag plaatsvindt aan de ouder tot wiens huishouden het kind niet behoort, de SVB overgaat tot de uitbetaling van kinderbijslag aan de ouder bij wie het kind woont vanaf het moment waarop deze ouder een aanvraag om kinderbijslag indient.] Deze alinea is bij Besluit van de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van 22 september 2010 per 1 oktober komen te vervallen (Stcrt. 29 september 2010, nr. 14795).

Een kind kan ook (beurtelings) tot twee huishoudens behoren. Dit doet zich voor bij een zogenaamd co-ouderschap. VanOp grond van artikel 10, eerste lid Besluit uitvoering kinderbijslag is sprake van co-ouderschap is sprake indienals beide ouders een kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke uitspraak overwegend in gelijke mate wordt verzorgdverzorgen en onderhouden door beide ouders. Bij co-ouderschap wordtAls in de overeenkomst of rechterlijke uitspraak geen verdeling van de kinderbijslag is overeengekomen, dan betaalt de SVB de kinderbijslag waarop één van beide ouders recht heeft gelijk verdeeld betaaldin gelijke mate uit aan beide ouders, terwijl de. De kinderbijslag waarop de andere ouder recht heeft niet wordt uitbetaald. Dit laatste is bepaald, betaalt de SVB in artikel 5a, eerste lid van het Samenloopbesluit kinderbijslagdat geval niet uit.

Voor de interpretatieOp grond van het begrip ‘overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden’ in de zin van artikel 5a, eerstetweede lid van het Samenloopbesluit kinderbijslag valt de SVB terug op de regels die zijn ontwikkeld in het kaderartikel 10 van het huishoudbegrip (zie Deel I, Tot het huishouden behoren SB1014). Dat wil zeggen datBesluit uitvoering kinderbijslag is de hiervoor bedoelde verdeling niet van toepassing op het kind afwisselendextra bedrag als bedoeld in gelijke mate de nachtrust moet doorbrengen bij beide oudersartikel 7a, tweede lid AKW.

Het kan ook voorkomen dat er tussenVoor de gescheiden levende ouders afspraken gelden die niet uitgaan van een strikte verdelinginterpretatie van het begrip 'overwegend in gelijke mate verzorgen' in de zin van artikel 10, eerste lid Besluit uitvoering kinderbijslag valt de verzorging enSVB terug op het onderhoud van de kinderen op een wijze zoals hiervoor beschrevenbeleid in SB1014 over tot het huishouden behoren. IndienDit houdt in een dergelijke situatiedat het kind afwisselend in overwegend gelijke mate de overeenkomst niettemin een expliciete afspraak is gemaakt over de verdeling van de kinderbijslagnachtrust moet doorbrengen bij beide ouders. Als het kind aan deze voorwaarde voldoet, dan zal deze doorneemt de SVB worden gehonoreerd.De SVB gaat uit van deaan dat de verzorging en het onderhoud zijn verdeeld zoals is vastgelegd in de overeenkomst opgenomen regeling betreffende de verdelingof rechterlijke uitspraak. De SVB gaat alleen uit van de verzorging en het onderhoud. Alleenfeitelijke situatie indien blijkt dat niet-naleving van deze regelingafspraken een bestendig karakter heeft (in zijn algemeenheid. In het algemeen is hiervan sprake als de ouders de afspraken langer dan zes maanden), dient de feitelijke situatie als richtsnoer voor de uitbetaling niet naleven. AlsIn gevallen waarin het niet goed mogelijk is om de feitelijke situatie vast te stellen, gaat de SVB alsnog uit van de in de overeenkomst opgenomen regeling. of rechterlijke uitspraak.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 3 maart 2010.

artikel 18, lidleden 4 en 6 AKW en artikel 5a Samenloopbesluit10 Besluit uitvoering kinderbijslag

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2010oktober 2017

Wet- en regelgeving