Onderwerp: Bezoek-historie

Verlaging of intrekking ex nunc wegens wijziging van de omstandigheden (SB1077)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 17, vierde lid AOW, artikel 16, tweede lid Anw en artikel 19, tweede lid Anw bepalen dat een verlaging of beëindiging van de uitkering die voortvloeit uit een wijziging van de omstandigheden, ingaat op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de wijziging van de omstandigheden heeft plaatsgevonden. Artikel 16, tweede lid OBR verklaart artikel 17, tweede tot en met het zevende lid AOW en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing. Om die reden geldt het hiernavolgende het beleid in het kader van de AOW eveneens voor de OBR.

Indien de beëindiging van een nabestaandenuitkering uitsluitend het gevolg is van de toegenomen arbeidsgeschiktheid van de nabestaande wijkt de SVB af van het bepaalde in artikel 16, tweede lid Anw (zie hiervoor SB1287 over beëindiging nabestaandenuitkering wegens toegenomen arbeidsgeschiktheid). In geval van wijziging van het inkomen herziet de SVB de uitkering evenwel met ingang van de eerste dag van de maand waarin die wijziging zich voordoet, ongeacht of de uitkering moet worden verhoogd of verlaagd. Dit is bepaald in artikel 1a van de Regeling nadere regels inzake intrekking en herziening van het ouderdomspensioen en in artikel 19, eerste lid Anw.

De Participatiewet kent geen expliciete bepaling over de herziening of intrekking van de AIO-aanvulling wegens wijziging van de omstandigheden. Uit artikel 45, eerste lid Participatiewet vloeit echter voort dat de SVB tot verlaging van een al vastgestelde AIO-aanvulling moet overgaan indien zich een wijziging in de omstandigheden voordoet die tot een lagere uitkering leidt.

In geval van wijziging van het inkomen herziet de SVB de AIO-aanvulling met ingang van de eerste dag van de maand waarin die wijziging zich voordoet, tenzij de betrokkene door de wijziging van het inkomen ten minste gedurende dertig dagen geen recht meer heeft op een AIO-aanvulling. In het laatste geval geeft de SVB toepassing aan artikel 45, derde lid Participatiewet en trekt de AIO-aanvulling in met ingang van de dag waarop de wijziging van het inkomen zich voordoet.

In geval van een wijziging in de leefsituatie hanteert de SVB het beleid dat het recht op AIO-aanvulling met ingang van dezelfde dag als het ouderdomspensioen wordt herzien. Als een wijziging in de leefsituatie ertoe leidt dat geen recht meer bestaat op AIO-aanvulling, beëindigt de SVB het recht op AIO-aanvulling, zo nodig in afwijking van artikel 45, derde lid Participatiewet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de wijziging plaatsvond.

Uit artikel 6 Remigratiewet en artikel 10 Remigratiebesluit volgt dat de verlaging of intrekking van voorzieningen ingevolge de Remigratiewet als regel ingaat op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden. De AKW kent geen expliciete bepalingen inzake de herziening van kinderbijslag wegens wijziging van de omstandigheden. Ondanks dat feit wordt de SVB geacht ook tot verlaging van reeds vastgestelde kinderbijslagrechten over te gaan indien zich een wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan die hiertoe noopt. De herziening geldt in dat geval met ingang van het kwartaal waarin op de peildatum de gewijzigde omstandigheden van kracht waren.

In zeer uitzonderlijke situaties kan het voorkomen dat het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel zich verzet tegen een herziening of intrekking met ingang van de maand of het kwartaal na die waarin de wijziging plaatsvond. In dergelijke situaties kan de SVB - afhankelijk van de omstandigheden van het individuele geval - geheel van herziening of intrekking afzien, of een afbouwregeling toepassen.

Indien de SVB een afbouwregeling toepast, verlaagt zij de uitkering stapsgewijs gedurende maximaal een jaar. Van een afbouwregeling kan uitsluitend sprake zijn als ten minste wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de SVB heeft onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt, dan wel nagelaten noodzakelijke inlichtingen te verstrekken, waardoor betrokkene intrekking of verlaging van de uitkering niet behoefde te verwachten;
  • betrokkene was niet op andere wijze op de hoogte van de noodzaak tot intrekking of verlaging van de uitkering, terwijl deze hem ook niet redelijkerwijs duidelijk behoefde te zijn;
  • door herziening of intrekking vindt een ingrijpend verlies aan inkomen plaats.

Grondslag

artikel 17, vierde lid AOW en artikel 17, zesde lid AOW jo. Regeling nadere regels  inzake intrekking en herziening van het ouderdomspensioen, artikel 16, tweede lid Anw en  artikel 19, tweede lid Anw, artikel 16, tweede lid OBR, artikel 12, leden 1, 2 en 6  Remigratiewet en artikel 10 Remigratiebesluit

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven