Onderwerp: Bezoek-historie

Terugkomen van een rechtens onaantastbaar besluit op verzoek van de belanghebbende (SB1076)
Geldigheid:26-09-2018 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Soms is er geen sprake van een wijziging van omstandigheden of van nieuwe feiten, maar verzoekt de belanghebbende de SVB niettemin om terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit over de hoogte van een uitkering. Bij de beoordeling van dit verzoek maakt de SVB onderscheid tussen de periode die ligt voor de datum waarop zij het verzoek om herziening ontvangt en de periode vanaf die datum. Voor zover het herzieningsverzoek ziet op de periode die ligt na de datum waarop de SVB het ontvangt, beoordeelt de SVB het verzoek op basis van de gronden die de belanghebbende aanvoert. Voor zover het herzieningsverzoek ziet op de periode die ligt voor de datum waarop de SVB het ontvangt, is de SVB bevoegd om het verzoek om herziening zonder nader onderzoek af te wijzen onder verwijzing naar het eerdere besluit, tenzij dit evident onredelijk is. Dit volgt uit artikel 4:6 Awb en de jurisprudentie van de CRvB (zie CRvB 6 november 2003 en CRvB 20 december 2016).

Het hierna volgende beleid beschrijft in welke gevallen het evident onredelijk is om een herzieningsverzoek zonder nader onderzoek af te wijzen. Dit beleid geldt niet voor zover de SVB bijzondere beleidsregels over herzieningsverzoeken heeft opgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om het beleid over de Participatiewet in SB1310 over terugkomen van een rechtens onaantastbaar AIO-besluit op verzoek van de belanghebbende. Een ander voorbeeld is het beleid in SB1100 over niet of niet correct voldoen aan een verzoek van de SVB.

De SVB acht het evident onredelijk om zonder terugwerkende kracht terug te komen van een rechtens onaantastbaar besluit als de SVB uit hetgeen belanghebbende in zijn herzieningsverzoek aanvoert, concludeert dat dit besluit onmiskenbaar onjuist is. Voor de mate van terugwerkende kracht die de SVB vervolgens hanteert, is van belang of de onjuistheid het gevolg is van:

  • een fout van de SVB;
  • een wijziging van het beleid van de SVB; of
  • overige omstandigheden, zoals een fout van de belanghebbende of een derde.

FOUT VAN DE SVB

Van een onjuist besluit als gevolg van een fout van de SVB is sprake als de SVB op basis van de gegevens die op de datum van dat besluit  beschikbaar waren of die bij een normaal onderzoek van de SVB beschikbaar zouden zijn geweest, de uitkering correct had kunnen vaststellen aan de hand van de toen geldende wetgeving en beleidsregels, en de belanghebbende alle relevante informatie tijdig heeft verstrekt. De SVB verhoogt het AOW-pensioen, de Anw-uitkering en de overbruggingsuitkering in dergelijke gevallen met volledige terugwerkende kracht, echter tot een maximum van vijf jaar. Op grond van artikel 14, derde lid AKW verhoogt de SVB het recht op kinderbijslag met een maximale terugwerkende kracht van een jaar. De SVB berekent de terugwerkende kracht vanaf het moment waarop zij het verzoek om herziening heeft ontvangen.

WIJZIGING VAN HET BELEID VAN DE SVB

Als een besluit bij nader inzien onmiskenbaar onjuist is als gevolg van een wijziging in het beleid van de SVB in het voordeel van de belanghebbende, gelden de volgende aan de jurisprudentie van de CRvB ontleende regels (zie onder meer CRvB 24 september 1987, CRvB 18 december 1997 en CRvB 21 maart 2001).

De SVB beslist per categorie van gevallen of zij reeds vastgestelde uitkeringen herziet en zo ja, met welke terugwerkende kracht. Daarbij hanteert de SVB in het algemeen de volgende uitgangspunten. Belanghebbenden moeten zelf een verzoek indienen voor herziening op basis van nieuw beleid. Als het nieuwe beleid is gebaseerd op een rechterlijke uitspraak zal de SVB de beleidswijziging in het algemeen laten ingaan op de datum van die uitspraak. Andere beleidswijzigingen zullen in het algemeen ingaan op de datum waarop de SVB tot beleidswijziging beslist of op een andere, apart vastgestelde datum.

De SVB herziet een rechtens onaantastbaar geworden besluit met een terugwerkende kracht van ten hoogste één jaar vanaf het moment waarop de SVB het verzoek om herziening ontvangt, tot uiterlijk de ingangsdatum van het nieuwe beleid. In dit verband neemt de SVB aan dat van een rechtens onaantastbaar besluit sprake is als hiertegen op de ingangsdatum van het nieuwe beleid geen rechtsmiddelen meer openstaan.

Voor de AOW en de Anw geldt daarnaast het volgende. In bijzondere gevallen waarin het van hardheid zou getuigen om de terugwerkende kracht tot een jaar te beperken, herziet de SVB de uitkering met een langere terugwerkende kracht tot ten hoogste de ingangsdatum van het nieuwe beleid of de datum van de rechterlijke uitspraak. De beleidsregels die zijn beschreven in SB1070, SB1071, SB1072 en SB1073 over terugwerkende kracht van meer dan een jaar zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Dit beleid geldt ook voor de OBR. Daarbij neemt de SVB aan dat - gelet op de voorwaarden voor het recht op overbruggingsuitkering - aan het vereiste van hardheid is voldaan.

OVERIGE OMSTANDIGHEDEN, ZOALS EEN FOUT VAN DE BELANGHEBBENDE OF EEN DERDE

In overige gevallen waarin sprake is van een onmiskenbaar onjuist besluit verhoogt de SVB de uitkering met een terugwerkende kracht van een jaar vanaf het moment waarop zij het herzieningsverzoek heeft ontvangen.

Voor de AOW en de Anw geldt daarnaast het volgende. De SVB verhoogt het ouderdomspensioen of de nabestaandenuitkering met volledige terugwerkende kracht, tot een maximum van vijf jaar, als zich een bijzonder geval voordoet waarin het van hardheid zou getuigen om de terugwerkende kracht tot een jaar te beperken. De SVB past hiervoor de regels toe van SB1070, SB1071, SB1072 en SB1073 over terugwerkende kracht van meer dan een jaar. Dit beleid geldt ook voor de OBR. Daarbij neemt de SVB aan dat - gelet op de voorwaarden voor het recht op overbruggingsuitkering - aan het vereiste van hardheid is voldaan.

Wet- en regelgeving

Naar boven