Onderwerp: Bezoek-historie

Verhoging wegens wijziging van de omstandigheden (SB1075)
Geldigheid:15-01-2015 t/m 06-09-2016Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 2: 15-06-2008 t/m 11-07-2009  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het ouderdomspensioen en, de Anw-uitkering en de overbruggingsuitkering moeten worden verhoogd als de belanghebbende door een wijziging van de omstandigheden voor een hoger pensioen of een hogere uitkering in aanmerking komt.

De herziening van het pensioenouderdomspensioen of de Anw-uitkering door een wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op de eerste dag van de maand waarin de wijziging heeft plaatsgevonden (artikel 17, derde lid AOW en artikel 19 Anw). De SVB wijkt van deze hoofdregel af als de herziening van het ouderdomspensioen het gevolg is van de inkoop van niet verzekerde tijdvakken door de pensioengerechtigde of zijn echtgenoot. De SVB herziet het ouderdomspensioen in dat geval op het moment dat de verschuldigde premie volledig is voldaan. Zij verhoogt het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht tot de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om inkoop is gedaan, mits de premie binnen de door de SVB gestelde termijn is betaald.

De AKW kent geen expliciete bepaling met betrekking totover de herziening van kinderbijslag wegens een wijziging van omstandigheden die een verhoging van de kinderbijslag tot gevolg heeft. Ondanks dat feit wordt de SVB geacht om ook tot herziening van reeds vastgestelde kinderbijslagrechten over te gaan indien zich een wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan. De herziening geldt in dat geval met ingang van het kwartaal waarin op de peildatum de gewijzigde omstandigheden van kracht zijn.

Wijzigingen van omstandigheden die plaatsvinden na het vertrek van de remigrant kunnen binnen de systematiek van de Remigratiewet niet leiden tot verhoging van de aan een persoon toegekende remigratievoorzieningen.

Als de wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging van het AOW-pensioen, meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan de SVB wordt gemeld, wordt het pensioen - behoudens in bijzondere gevallen waarin sprake is van hardheid - met een terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Voor de Anw geldt deze wettelijke beperking van de terugwerkende kracht niet. De Anw kent namelijk geen uitkeringsverhogende aspecten, met uitzonderingDoet zich een wijziging van verlaging van inkomen en het verbreken van een gezamenlijke huishoudingomstandigheden voor die wordt gevoerd ten behoeveleidt tot een verhoging van de verzorging van een hulpbehoevende. Is daarvan sprake,Anw-uitkering dan wordtverhoogt de SVB de Anw-uitkering verhoogd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden (zie de artikelen 19 en 67, zesde lid 9 Anw).

Voor de verhoging van kinderbijslag met terugwerkende kracht zoekt de SVB aansluiting bij artikel 14, derde lid AKW. De kinderbijslag wordt - eveneens behoudens bijzondere gevallen met hardheid - met een terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Wat het ouderdomspensioen betreft is de SVB op grond van artikel 17, derde lid AOW in bijzondere gevallen bevoegd meer dan één jaar terugwerkende kracht aan de verhoging te verlenen. De vraag of er sprake is van een bijzonder geval wordt beoordeeld aan de hand van de criteria, vermeld in Deel I, BijzonderSB1071 over bijzonder geval, SB1071. In bijzondere gevallen maakt de SVB gebruik van haar bevoegdheid als het van hardheid zou getuigen de terugwerkende kracht van de verhoging tot een jaar te beperken. Of sprake is van hardheid wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in Deel I, Hardheid, SB1072SB1072 over hardheid. De mate van terugwerkende kracht wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in Deel I, MateSB1073 over de mate van terugwerkende kracht, SB1073.

Een overeenkomstig beleid past de SVB toe met betrekking tot de verhoging met terugwerkende kracht van kinderbijslag. Ten aanzien van de Anw, die geen beperking van de terugwerkende kracht van een verhoging kent, komt dit beleid niet aan de orde.

De herziening van de overbruggingsuitkering door een wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op de eerste dag van de maand waarin de wijziging heeft plaatsgevonden (artikel 16, tweede lid OBR), met dien verstande dat de verhoging - behoudens bijzondere gevallen - niet verder terug kan gaan dan de dag waarop de aanvraag om de overbruggingsuitkering werd ingediend.

Als de wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging van de overbruggingsuitkering meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan de SVB wordt gemeld, verhoogt de SVB de uitkering met terugwerkende kracht tot de dag waarop de aanvraag werd ingediend, met een maximum van een jaar. Indien sprake is van een bijzonder geval verhoogt de SVB de overbruggingsuitkering met volledige terugwerkende kracht. De vraag of er sprake is van een bijzonder geval beoordeelt de SVB aan de hand van de criteria vermeld in SB1071 over bijzonder geval.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van zakende wetgeving en de jurisprudentie op 7 april 20081 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, met dien verstande dat het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten dat per 1 mei 2008 in werkingAnw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is getreden wel is verwerktniet aangepast.

artikel 17, leden 1 en 3 AOW en, artikel 19 en 67, zesde lid Anw, artikel 14 AKW en
artikel 16 OBR

Besluit beleidsregels SVB 20082014

Naar boven