Onderwerp: Bezoek-historie

Verhoging wegens wijziging van de omstandigheden (SB1075)
Geldigheid:15-01-2015 t/m 06-09-2016Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 10: 01-11-2017 t/m   X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het ouderdomspensioen, de Anw-uitkering en de overbruggingsuitkering moeten worden verhoogd als de belanghebbende door een wijziging van de omstandigheden voor een hoger pensioen of een hogere uitkering in aanmerking komt.

De herziening van het ouderdomspensioen of, de Anw-uitkering of de overbruggingsuitkering door een wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op de eerste dag van de maand waarin de wijziging heeft plaatsgevonden (artikel 17, derde lid AOW en, artikel 19 Anw en artikel 16, tweede lid OBR). De SVBVoor de AOW wijkt de SVB van deze hoofdregel af als de herziening van het ouderdomspensioen het gevolg is van de inkoop van niet verzekerde tijdvakken door de pensioengerechtigde of zijn echtgenoot. De SVB herziet het ouderdomspensioen in dat geval op het moment dat de verschuldigde premie volledig is voldaan. Zij verhoogt het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht tot de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om inkoop is gedaan, mits de premie binnen de door de SVB gestelde termijn is betaald.

De AKW kent geen expliciete bepaling over de herziening van kinderbijslag wegens een wijziging van omstandigheden die een verhoging van de kinderbijslag tot gevolg heeft. Ondanks dat feit wordt de SVB geacht om ook tot herziening van reeds vastgestelde kinderbijslagrechten over te gaan indien zich een wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan. De herziening geldt in dat geval met ingang van het kwartaal waarin op de peildatum de gewijzigde omstandigheden van kracht zijn.

Wijzigingen van omstandigheden die plaatsvinden na het vertrek van de remigrant kunnen binnen de systematiek van de Remigratiewet niet leiden tot verhoging van de aan een persoon toegekende remigratievoorzieningen.

Als de wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging van het AOW-pensioen of de overbruggingsuitkering, meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan de SVB wordt gemeld, wordtherziet de SVB het AOW-pensioen - behoudensof de overbruggingsuitkering in bijzondere gevallen waarin sprake is van hardheid -beginsel met een jaar terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Uit artikel 17, derde lid AOW en artikel 16, tweede lid OBR volgt dat de SVB in bijzondere gevallen bevoegd is meer dan één jaar terugwerkende kracht aan de verhoging te verlenen. De SVB maakt gebruik van deze bevoegdheid in bijzondere gevallen waarin het van hardheid zou getuigen om de terugwerkende kracht tot een jaar te beperken. De beleidsregels die zijn beschreven in SB1070, SB1071, SB1072 en SB1073 over terugwerkende kracht van meer dan een jaar zijn daarbij van toepassing. Voor de toepassing van de OBR gaat de SVB er - gelet op de voorwaarden voor het recht op overbruggingsuitkering - van uit dat aan het vereiste van hardheid is voldaan.

Voor de Anw geldt dezegeen wettelijke beperking van de terugwerkende kracht niet. Doet zich een wijziging van omstandigheden voor die leidt tot een verhoging van de Anw-uitkering dan verhoogt de SVB de Anw-uitkering met ingang van de eerste dag van de maand waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden (zie de artikelen 19 en 67, zesde lid Anw).

Voor de verhoging van kinderbijslag met terugwerkende kracht zoekt de SVB aansluiting bij artikel 14, derde lid AKW. De kinderbijslag wordt - eveneens behoudens bijzondere gevallen met hardheid - met een terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Wat het ouderdomspensioen betreft is de SVB op grond van artikel 17, derde lid AOW in bijzondere gevallen bevoegd meer dan één jaar terugwerkende kracht aan de verhoging te verlenen. De vraag of er sprake is van een bijzonder geval wordt beoordeeld aan de hand van de criteria, vermeld in SB1071 over bijzonder geval. In bijzondere gevallen maakt de SVB gebruik van haar bevoegdheid als het van hardheid zou getuigen de terugwerkende kracht van de verhoging tot een jaar te beperken. Of sprake is van hardheid wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in SB1072 over hardheid. De mate van terugwerkende kracht wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in SB1073 over de mate van terugwerkende kracht.

Een overeenkomstig beleid past de SVB toe met betrekking tot de verhoging met terugwerkende kracht van kinderbijslag. Ten aanzien van de Anw, die geen beperking van de terugwerkende kracht van een verhoging kent, komt dit beleid niet aan de orde.

De AKW kent geen bepaling over de herziening van kinderbijslag wegens een wijziging van omstandigheden die leidt tot een verhoging van de overbruggingsuitkering doorkinderbijslag. Desondanks acht de SVB zich gehouden om ook tot herziening van kinderbijslagrechten over te gaan als sprake is van een wijziging vanin de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op. De SVB verhoogt de eerste dagkinderbijslag in dat geval met ingang van de maand waarineerste peildatum waarop de wijziging heeft plaatsgevonden (gewijzigde omstandigheden van kracht zijn. Op grond van artikel 1614, tweedederde lid OBR), met dien verstande dat de verhoging - behoudens bijzondere gevallen - niet verder terug kan gaan dan de dag waarop de aanvraag om de overbruggingsuitkering werd ingediendAKW geldt daarbij een maximale terugwerkende kracht van een jaar.

AlsDe Participatiewet bevat geen bepalingen ten aanzien van de wijzigingherziening van de omstandighedenAIO-aanvulling die leidt tot een verhoging van de overbruggingsuitkering meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan deAIO-aanvulling. De SVB wordt gemeld, verhoogtleidt uit de SVB de uitkering met terugwerkende kracht tot de dag waarop de aanvraag werd ingediendartikelen 11, met een maximum van een jaar. Indien sprake is van een bijzonder geval verhoogt de SVB de overbruggingsuitkering met volledige terugwerkende kracht19 en 45, eerste lid Participatiewet in samenhang bezien af dat het recht op AIO-aanvulling ook in dat geval moet worden herzien. De vraag of er sprake is van een bijzonderSVB past in dat geval beoordeelt de SVB aan de handhet beleid toe in SB1309 over verhoging AIO-aanvulling wegens wijziging van de criteria vermeld in SB1071 over bijzonder gevalomstandigheden.

Door de systematiek van de Remigratiewet kunnen wijzigingen van omstandigheden die plaatsvinden na het vertrek van de remigrant niet leiden tot verhoging van de aan een persoon toegekende remigratievoorzieningen.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 1 november 2014. De tekst van de overige delen van de beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

artikel 17, leden 1 en 3 AOW, artikel 19 en 67, zesde lid Anw, artikel 14 AKW en
artikel 16 OBR

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2014oktober 2017

Naar boven