Onderwerp: Bezoek-historie

Verhoging wegens wijziging van de omstandigheden (SB1075)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het ouderdomspensioen, de Anw-uitkering en de overbruggingsuitkering moeten worden verhoogd als de belanghebbende door een wijziging van de omstandigheden voor een hoger pensioen of een hogere uitkering in aanmerking komt.

De herziening van het ouderdomspensioen, de Anw-uitkering of de overbruggingsuitkering door een wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op de eerste dag van de maand waarin de wijziging heeft plaatsgevonden (artikel 17, derde lid AOW, artikel 19 Anw en artikel 16, tweede lid OBR). Voor de AOW wijkt de SVB van deze hoofdregel af als de herziening van het ouderdomspensioen het gevolg is van de inkoop van niet verzekerde tijdvakken door de pensioengerechtigde of zijn echtgenoot. De SVB herziet het ouderdomspensioen in dat geval op het moment dat de verschuldigde premie volledig is voldaan. Zij verhoogt het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht tot de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om inkoop is gedaan, mits de premie binnen de door de SVB gestelde termijn is betaald.

Als de wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging van het AOW-pensioen of de overbruggingsuitkering, meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan de SVB wordt gemeld, herziet de SVB het AOW-pensioen of de overbruggingsuitkering in beginsel met een jaar terugwerkende kracht.

Uit artikel 17, derde lid AOW en artikel 16, tweede lid OBR volgt dat de SVB in bijzondere gevallen bevoegd is meer dan één jaar terugwerkende kracht aan de verhoging te verlenen. De SVB maakt gebruik van deze bevoegdheid in bijzondere gevallen waarin het van hardheid zou getuigen om de terugwerkende kracht tot een jaar te beperken. De beleidsregels die zijn beschreven in SB1070, SB1071, SB1072 en SB1073 over terugwerkende kracht van meer dan een jaar zijn daarbij van toepassing. Voor de toepassing van de OBR gaat de SVB er - gelet op de voorwaarden voor het recht op overbruggingsuitkering - van uit dat aan het vereiste van hardheid is voldaan.

Voor de Anw geldt geen wettelijke beperking van de terugwerkende kracht. Doet zich een wijziging van omstandigheden voor die leidt tot een verhoging van de Anw-uitkering dan verhoogt de SVB de Anw-uitkering met ingang van de eerste dag van de maand waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden (zie de artikelen 19 en 67, zesde lid Anw).

De AKW kent geen bepaling over de herziening van kinderbijslag wegens een wijziging van omstandigheden die leidt tot een verhoging van de kinderbijslag. Desondanks acht de SVB zich gehouden om ook tot herziening van kinderbijslagrechten over te gaan als sprake is van een wijziging in de omstandigheden die leidt tot een verhoging. De SVB verhoogt de kinderbijslag in dat geval met ingang van de eerste peildatum waarop de gewijzigde omstandigheden van kracht zijn. Op grond van artikel 14, derde lid AKW geldt daarbij een maximale terugwerkende kracht van een jaar.

De Participatiewet bevat geen bepalingen ten aanzien van de herziening van de AIO-aanvulling die leidt tot een verhoging van de AIO-aanvulling. De SVB leidt uit de artikelen 11, 19 en 45, eerste lid Participatiewet in samenhang bezien af dat het recht op AIO-aanvulling ook in dat geval moet worden herzien. De SVB past in dat geval het beleid toe in SB1309 over verhoging AIO-aanvulling wegens wijziging van de omstandigheden. 

Door de systematiek van de Remigratiewet kunnen wijzigingen van omstandigheden die plaatsvinden na het vertrek van de remigrant niet leiden tot verhoging van de aan een persoon toegekende remigratievoorzieningen.

Grondslag

artikel 17, leden 1 en 3 AOW, artikel 19 en 67, zesde lid Anw, artikel 14 AKW en  artikel 16 OBR

Wijzigingsbesluit Beleidsregels SVB oktober 2017

Naar boven