Onderwerp: Bezoek-historie

Verhoging wegens wijziging van de omstandigheden (SB1075)
Geldigheid:03-06-2007 t/m 14-06-2008Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 4: 17-06-2010 t/m 24-08-2011  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het ouderdomspensioen en de Anw-uitkering moeten worden verhoogd als de belanghebbende door een wijziging van de omstandigheden voor een hoger pensioen of een hogere uitkering in aanmerking komt.

De herziening van het pensioen of de uitkering door een wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging, gaat in op de eerste dag van de maand waarin de wijziging heeft plaatsgevonden (artikel 17, tweedederde lid AOW en artikel 19 Anw).

De AKW kent geen expliciete bepaling met betrekking tot de herziening van kinderbijslag wegens een wijziging van omstandigheden die een verhoging van de kinderbijslag tot gevolg heeft. Ondanks dat feit wordt de SVB geacht om ook tot herziening van reeds vastgestelde kinderbijslagrechten over te gaan indien zich een wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan. De herziening geldt in dat geval met ingang van het kwartaal waarin op de peildatum de gewijzigde omstandigheden van kracht zijn.

Wijzigingen van omstandigheden die plaatsvinden na het vertrek van de remigrant kunnen binnen de systematiek van de Remigratiewet niet leiden tot verhoging van de aan een persoon toegekende remigratievoorzieningen.

Als de wijziging van de omstandigheden die leidt tot een verhoging van het AOW-pensioen, meer dan een jaar na de maand waarin deze heeft plaatsgevonden aan de SVB wordt gemeld, wordt het pensioen - behoudens in bijzondere gevallen waarin sprake is van hardheid - met een terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Voor de Anw geldt deze wettelijke beperking van de terugwerkende kracht niet. De Anw kent namelijk geen uitkeringsverhogende aspecten, met uitzondering van verlaging van inkomen en het verbreken van een gezamenlijke huishouding die wordt gevoerd ten behoeve van de verzorging van een hulpbehoevende. Is daarvan sprake, dan wordt de Anw-uitkering verhoogd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de wijziging van omstandigheden heeft plaatsgevonden (zie de artikelen 19 en 67, lid 9 Anw).

Voor de verhoging van kinderbijslag met terugwerkende kracht zoekt de SVB aansluiting bij artikel 14, derde lid AKW. De kinderbijslag wordt - eveneens behoudens bijzondere gevallen met hardheid - met een terugwerkende kracht van een jaar verhoogd.

Wat het ouderdomspensioen betreft is de SVB op grond van artikel 17, tweedederde lid AOW in bijzondere gevallen bevoegd meer dan één jaar terugwerkende kracht aan de verhoging te verlenen. De vraag of er sprake is van een bijzonder geval wordt beoordeeld aan de hand van de criteria, vermeld in Deel I, § 5.2.1.1Bijzonder geval, SB1071. In bijzondere gevallen maakt de SVB gebruik van haar bevoegdheid als het van hardheid zou getuigen de terugwerkende kracht van de verhoging tot een jaar te beperken. Of sprake is van hardheid wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in Deel I, § 5.2.1.2Hardheid, SB1072. De mate van terugwerkende kracht wordt beoordeeld aan de hand van de regels vermeld in Deel I, § 5.2.1.3Mate van terugwerkende kracht, SB1073.

Een overeenkomstig beleid past de SVB toe met betrekking tot de verhoging met terugwerkende kracht van kinderbijslag. Ten aanzien van de Anw, die geen beperking van de terugwerkende kracht van een verhoging kent, komt dit beleid niet aan de orde.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 3 maart 2010.

artikel 17, leden 1 en 3 AOW en artikel 19 Anw

Besluit beleidsregels SVB 20072010

Naar boven