Onderwerp: Bezoek-historie

Ingangsdatum uitkering (SB1069)
Geldigheid:26-09-2018 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Het recht op ouderdomspensioen krachtens de AOW gaat in op de dag waarop aan de voorwaarden voor het recht op ouderdomspensioen is voldaan (artikel 16, eerste lid AOW). Het recht op een uitkering krachtens de Anw gaat in op de eerste dag van de maand, waarin aan de voorwaarden voor het recht op uitkering is voldaan, (artikel 26, vierde lid Anw) dan wel op de eerste dag van de maand van het overlijden van verzekerde (artikel 14, tweede lid Anw).Voor de vaststelling van de concrete inhoud van een recht is de situatie op de dag waarop de aanspraakgevende gebeurtenis zich voordoet, beslissend en niet die op de eerste dag van de maand (zie ter bevestiging van dit uitgangspunt CRvB 14 september 1976).

Ingevolge de artikelen 16, tweede lid AOW en 33, vierde lid Anw wordt het recht op de desbetreffende uitkering niet vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaand aan de dag van ontvangst van de aanvraag. Op grond van artikel 14, derde lid van de AKW kan het recht op kinderbijslag eveneens niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag om kinderbijslag werd ingediend. Voor aanvragen om dubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen die intensieve zorg nodig hebben, geldt een andere termijn. Zie hiervoor SB1260 over recht op dubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen die intensieve zorg nodig hebben.

Ingevolge de Remigratiewet vindt toekenning van een uitkering in beginsel plaats zonder terugwerkende kracht.

De SVB kan van de hiervoor weergegeven hoofdregels in bijzondere gevallen afwijken (zie SB1070 over terugwerkende kracht van meer dan een jaar).

Indien de aanvrager aan de voorwaarden voor het recht op een AOW-pensioen, Anw-uitkering, of kinderbijslag voldoet en de aanvraag één jaar of meer na de maand respectievelijk het kwartaal waarin aan de voorwaarden voor het recht op uitkering wordt voldaan, is ingediend, verleent de SVB altijd een terugwerkende kracht van minimaal één jaar.

Bij een postume aanvraag om AOW-pensioen of Anw-uitkering is de terugwerkende kracht beperkt tot maximaal één jaar vanaf de eerste dag van de maand van aanvraag. Een verdergaande terugwerkende kracht is in deze gevallen niet aan de orde, omdat er geen hardheid aanwezig kan zijn bij degene die een postume aanvraag indient. De beoordeling van hardheid is strikt gebonden aan de omstandigheden van de gerechtigde zelf (zie ter bevestiging van dit uitgangspunt CRvB 21 februari 2008).

Het komt voor dat een uitkering is toegekend en de gerechtigde daarna deze uitkering niet wenst te ontvangen. De SVB stopt in die gevallen de betaling van de uitkering. Als de gerechtigde later alsnog verzoekt om betaling van de uitkering dan acht de SVB de voorschriften betreffende de ingangsdatum van de uitkering niet van toepassing. De reden hiervoor is dat er geen wettelijke basis is om het recht op uitkering op aanvraag in te trekken zodat de SVB op verzoek van een gerechtigde uitsluitend de betaling van een uitkering kan staken. De SVB geeft daarom bij een verzoek om hervatting van de uitkering toepassing aan het beleid betreffende de invordering van de uitkering (zie SB1089 over invordering van de uitkering).

Grondslag

artikel 16 AOW, artikel 14, leden 2 en 3, artikel 26, vierde lid en artikel 33, vierde  lid Anw en artikel 14, derde lid AKW, artikel 7, leden 1, 2 en 3 Remigratiebesluit

Wijzigingsbesluit beleidsregels SVB september 2018

Naar boven