Onderwerp: Bezoek-historie

Recht op AOW, Anw en kinderbijslag in het buitenland (SB1058)
Geldigheid:31-08-2012 t/m 13-05-2014Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 5: 25-08-2011 t/m 30-08-2012  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De hiervoor genoemde bepalingen zijn door middel van de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) aan de AOW, Anw en AKW toegevoegd. Doel van deze bepalingen is dat export van uitkeringen naar het buitenland niet plaatsvindt of beperkt wordt indien in het land waarnaar export zou plaatsvinden onvoldoende controle op de rechtmatige betaling van de uitkering kan worden uitgeoefend.

Hoofdregel is dat geen (Anw en AKW) of slechts een gedeeltelijk recht (AOW) op uitkering bestaat indien de belanghebbende of een gezinslid van wie het recht op of de hoogte van de uitkering mede afhankelijk is, in het buitenland woont. Van deze hoofdregel kan worden afgeweken:

  • Voor personen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een dergelijk recht kan bestaan ongeacht de vraag of het verdrag dan wel besluit handhavingsbepalingen bevat.
  • Voor bepaalde categorieën personen en voor personen wonend in Aruba, in Curaçao of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba op grond van het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen.

  • Voor personen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een dergelijk recht kan bestaan ongeacht de vraag of het verdrag dan wel besluit handhavingsbepalingen bevat.
  • Voor bepaalde categorieën personen en voor personen wonend in Aruba, in Curaçao, in Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba op grond van het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen.

Het begrip wonen in de hiervoor weergegeven bepalingen uit de AOW, Anw en AKW wijkt niet af van het begrip wonen bij de beoordeling van ingezetenschap. De beleidsregels in Deel I, Ingezetene / wonen, SB1022 zijn dus van overeenkomstige toepassing.

Indien een betrokkene woont in een land waarnaar export van een uitkering mogelijk is op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, bestaat recht op uitkering ook indien betrokkene zelf aan het verdrag of het besluit als zodanig geen rechten kan ontlenen (bijvoorbeeld omdat hij niet onder de personele werkingssfeer van het verdrag of besluit valt). Het is echter wel noodzakelijk dat de uitkering onder de materiële werkingssfeer van het verdrag valt. Indien bijvoorbeeld een verdrag alleen ziet op ouderdomspensioenen en nabestaandenuitkeringen, kan dit verdrag er niet toe leiden dat in het verdragsland recht op kinderbijslag bestaat. Dit leidt de SVB af uit de tekst van de bepalingen van de Wet BEU en de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de landen bekend waarin recht op een uitkering op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie kan bestaan. De SVB gaat ervan uit dat deze bekendmaking slechts declaratoire werking heeft, zodat een persoon die woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie wel recht op uitkering kan bestaan, recht heeft op deze uitkering ook indien het land niet voorkomt op de lijst van landen die door de minister is bekendgemaakt.

Ten aanzien van een aantal landen is in 2002 besloten dat de bepalingen van de Wet BEU niet worden toegepast, ondanks het feit dat met die landen nog geen verdrag is gesloten dat de export van uitkeringen naar die landen mogelijk maakt. Dit hield verband met het feit dat weliswaar vóór het moment waarop de overgangstermijn van de Wet BEU verstreek - 1 januari 2003 - overeenstemming was bereikt over de tekst van een verdrag, maar dat de beoogde toepassing van het verdrag per 1 januari 2003 niet is gerealiseerd. In afwachting van de ondertekening en ratificatie van de betreffende verdragen, handelde de SVB alsof in de betrokken landen recht op uitkering op grond van een verdrag bestond. Ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregels geldt deze handelwijze uitsluitend nog ten aanzien van Mexico.

Mocht door de onderhandelende partijen alsnog worden besloten af te zien van het sluiten van een verdrag, dan moeten reeds betaalde uitkeringen in beginsel als onverschuldigd betaald worden aangemerkt. De SVB zal in dat geval met inachtneming van het vertrouwensbeginsel niet overgaan tot terugvordering van de bedragen die onverschuldigd zijn betaald.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels internationaal is afgesloten naar de stand van de wetgeving en jurisprudentie op 1 juni 2011mei 2012. De beleidsregels zijn nog niet aangepast aantekst van de inwerkingtredingoverige delen van de EG-Verordeningen 883/2004beleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, Remigratiewet, MKOB, TOG, TAS en 987/2009 per 1 mei 2010TNS, en de delen Awb en Overige onderwerpen) is niet aangepast.

artikel 8a, artikel 9a AOW, artikel 32a, artikel 32b Anw, artikel 7b AKW, artikel 2 Wet
van 9 december 2004, Stb. 2004, 715

Besluit beleidsregels internationaal SVB 20112012