Onderwerp: Bezoek-historie

Recht op AOW, Anw en kinderbijslag in het buitenland (SB1058)
Geldigheid:12-07-2009 t/m 16-06-2010Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 8: 15-01-2015 t/m 06-09-2016  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De hiervoor genoemde bepalingen zijn door middel vanDoor de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) zijn de artikelen 8a en 9a AOW, de artikelen 32a en 32b Anw en artikel 7b AKW aan respectievelijk de AOW, Anw en AKW toegevoegd. Doel van deze bepalingen is dat export van uitkeringen naar het buitenland niet plaatsvindt of beperkt wordt indien in het land waarnaar export zou plaatsvinden onvoldoende controle op de rechtmatige betaling van de uitkering kan worden uitgeoefend.

Op grond van artikel 7, tweede lid OBR bestaat ook geen recht op overbruggingsuitkering indien de rechthebbende niet in Nederland woont. In dit artikel is het tweede tot en met vijfde lid van artikel 8a van de AOW van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarom geldt het beleid over de export van uitkeringen in het kader van de AOW eveneens voor de OBR.

Hoofdregel is dat geen (Anw, AKW en AKWOBR) of slechts een gedeeltelijk recht (AOW) op uitkering bestaat indien de belanghebbende of een gezinslid van wie het recht op of de hoogte van de uitkering mede afhankelijk is, in het buitenland woont. Van dezeDeze hoofdregel kan worden afgewekengeldt niet voor:

  • Voor personen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een dergelijk recht kan bestaan ongeacht de vraag of het verdrag dan wel besluit handhavingsbepalingen bevat. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de landen bekend waarin recht op een uitkering kan bestaan.
  • Voor bepaalde categorieën personen en voor personen wonend op de Nederlandse Antillen en Aruba in het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen.

  • Personen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een dergelijk recht kan bestaan ongeacht de vraag of het verdrag dan wel besluit handhavingsbepalingen bevat.
  • Bepaalde categorieën personen en personen die wonen in Aruba, in Curaçao, in Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba op grond van het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen.

Het begrip wonen in de hiervoor weergegevengenoemde bepalingen uit de AOW, Anw en AKW wijkt niet af van het begrip wonen bij de beoordeling van ingezetenschap. De beleidsregels in het onderdeel IngezeteneSB1022 over ingezetene / wonen (SB1022) van Deel I zijn dus van overeenkomstige toepassing.

Indien een betrokkene woont in een land waarnaar export van een uitkering mogelijk is op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, bestaat recht op uitkering ook indien betrokkene zelf aan het verdrag of het besluit als zodanig geen rechten kan ontlenen (bijvoorbeeld omdat hij niet onder de personele werkingssfeer van het verdrag of besluit valt). Het is echter wel noodzakelijk dat de uitkering onder de materiële werkingssfeer van het verdrag valt. Indien bijvoorbeeld een verdrag alleen ziet op ouderdomspensioenen en nabestaandenuitkeringen, kan dit verdrag er niet toe leiden dat in het verdragsland recht op kinderbijslag bestaat. Dit leidt de SVB af uit de tekst van de bepalingen van de Wet BEU en de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de landen bekend waarin recht op een uitkering op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie kan bestaan. De SVB gaat ervan uit dat deze bekendmaking slechts declaratoire werking heeft, zodat een persoon die woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie wel recht op uitkering kan bestaan, recht heeft op deze uitkering ook indien het land niet voorkomt op de lijst van landen die door de minister is bekendgemaakt. In het Overzicht van geciteerde wet- en regelgeving bij de SVB Beleidsregels 2007 is een overzicht opgenomen van de verdragen die op 15 maart 2007 reeds in werking zijn getreden.

Ten aanzien van een aantal landen is in 2002 besloten dat de bepalingen van de Wet BEU niet worden toegepast, ondanks het feit dat met die landen nog geen verdrag is gesloten dat de export van uitkeringen naar die landen mogelijk maakt. Dit hield verbandgold tot 1 januari 2012 voor Bolivia, Botswana, Brazilië, Costa Rica, Gambia en Mali. De verdragen met het feit dat weliswaar vóór het moment waarop de overgangstermijn van de Wet BEU verstreek - 1 januari 2003 - overeenstemmingdeze landen waren wel ondertekend, maar niet geratificeerd. In deze verdragen was bereikt overbepaald dat de tekstexportbepaling van eenhet verdrag, maar dat vooruitlopend op de beoogde toepassinginwerkingtreding van het verdrag pervoorlopig werd toegepast. Ten aanzien van Mexico gold tot 1 januari 2003 niet is gerealiseerd. In2012 dat de SVB in afwachting van de ondertekening en ratificatie van de betreffende verdragenhet verdrag met Mexico, handelde de SVB alsof in de betrokken landendat land recht op uitkering op grond van eenhet verdrag bestond. Ten tijdeDe voorlopige toepassing van de vaststellinghiervoor bedoelde verdragen en de handelwijze ten aanzien van het BesluitMexico is met ingang 1 januari 2012 beëindigd. Het gevolg hiervan is dat de SVB Beleidsregels 2007 geldtde artikelen 8a en 9a AOW, 32a en 32b Anw en 7b AKW moet toepassen. Daardoor bestaat in deze handelwijzelanden uitsluitend nog ten aanzienrecht op het bedrag van Mexicohet AOW-gehuwdenpensioen en geen recht meer op Anw-uitkering en kinderbijslag.

Mocht door de onderhandelende partijen alsnog worden besloten af te zien van het sluiten van een verdrag, dan moeten reeds betaalde uitkeringen in beginsel als onverschuldigd betaald worden aangemerkt. De SVB zal in dat geval met inachtneming van het vertrouwensbeginsel niet overgaan tot terugvordering van de bedragen die onverschuldigd zijn betaald.

Naar aanleiding vanIn het wetsvoorstel over de uitspraak vanexportbeperking in de CRvB van 14 maart 2003AKW (Kamerstukken I 2011/12, waarin de CRvB oordeelde33162 nr. A) is geregeld dat artikel 5 van Verdrag 118 van de Internationale Arbeidsorganisatie een rechtstreeks werkende exportverplichting bevat voor deartikelen 8a en 9a AOW, de Anw, de WAO en 32a en de WAZ, is in artikel 232b Anw buiten toepassing blijven indien deze bepalingen uitsluitend als gevolg van de wetbeëindiging van 9 december 2004 bepaald dat de werkingvoorlopige toepassing van de Wet BEU in de periodeeen verdrag of een daarmee gelijk te stellen situatie van 14 maart 2003 tot 1 januari 2006 voor deze wetten is opgeschort. Tevens istoepassing zouden worden. Dit geldt zolang de pensioengerechtigde of de Nederlandse regering overgegaan tot opzegging vanAnw-gerechtigde woont in hetzelfde land als het verdrag. Deze opzegging is van kracht geworden per 20 december 2005. Derhalve wordenland waar hij op de dag voor de bepalingenbeëindiging van de Wet BEU sedert 1 januari 2006 weer onverkort toegepastvoorlopige toepassing of een daarmee gelijk te stellen situatie woonde en zolang hij voldoet aan de voorwaarden voor het recht op AOW-pensioen of Anw-uitkering.

Ten aanzienIn het hiervoor bedoelde wetsvoorstel is ook geregeld dat artikel 7b AKW gedurende de twee kwartalen volgend op de beëindiging van uitkeringsgerechtigden die wonen inde voorlopige toepassing van een niet-verdragsland is in de Wet van 7 december 2006, Stb. 697,verdrag of een zogenaamde pardonregeling getroffen. Deze regeling is vandaarmee gelijk te stellen situatie buiten toepassing blijft in geval niet langer recht op AOW-, Anw-, WAO- en WAZ-gerechtigden die op 1 januari 2000 al buiten Nederland woonden en die nog steeds recht hebbenkinderbijslag bestaat uitsluitend als gevolg van de beëindiging van de voorlopige toepassing of een daarmee gelijk te stellen situatie. Dit geldt indien het kind op dezelfde uitkering. De pardonregeling bewerkstelligt dat de exportbeperkingenpeildatum van de Wet BEU niet van toepassing zijn op de hiervoor bedoelde uitkeringsgerechtigden. Aan deze wet is door de SVBtwee kwartalen in hetzelfde land woont als het land waarin het woonde op verzoekde eerste dag van de Staatssecretaris van Sociale Zakenhet daaraan voorafgaande kalenderkwartaal en Werkgelegenheid vanaf 1 januari 2006 reeds uitvoering gegeven, voortuitlopendde verzekerde blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op de inwerkingtreding.kinderbijslag.

Omdat het hiervoor bedoelde wetsvoorstel nog niet in werking is getreden anticipeert de SVB op verzoek van het ministerie van SZW op de overgangsregeling die voor de AOW, Anw en AKW in het voorstel is neergelegd.

Grondslag

De tekst van de beleidsregels Awb en de beleidsregels Overige onderwerpen is afgesloten naar de stand van de wetgeving en de jurisprudentie op 20 april 20091 november 2014. De wijzigingen die samenhangen met de inwerkingtredingtekst van de vierde trancheoverige delen van de Algemene wet bestuursrecht zijn eveneens verwerktbeleidsregels (het deel AOW, Anw, AKW, OBR, Remigratiewet, MKOB, Regeling niet-KOB-gerechtigden, TOG, TAS en TNS en het deel Internationaal) is niet aangepast.

artikel 8a, artikel 9a AOW, artikel 32a, artikel 32b Anw, artikel 7b AKW, artikel 7,
tweede lid OBR, artikel 2 Wet
van 9 december 2004, Stb. 2004, 715

Besluit beleidsregels SVB 20092014