Onderwerp: Bezoek-historie

Recht op AOW, Anw en kinderbijslag in het buitenland (SB1058)
Geldigheid:12-07-2009 t/m 16-06-2010Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 12: 18-06-2020 t/m 26-05-2021  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

De hiervoor genoemde bepalingen zijn door middelOp grond van de Wet Beperking Export Uitkeringen (Wet BEU) aanartikelen 8a en 9a AOW, de AOW,artikelen 32a en 32b Anw en artikel 7b AKW toegevoegd. Doel van deze bepalingen is datvindt export van uitkeringen naar het buitenland niet plaatsvindt of beperkt wordt indienplaats. Op grond van artikel 7, tweede lid OBR bestaat ook geen recht op overbruggingsuitkering als de rechthebbende niet in Nederland woont. In dit artikel zijn het land waarnaar export zou plaatsvinden onvoldoende controle optweede, derde en vijfde lid van artikel 8a AOW van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarom geldt het beleid over de rechtmatige betalingexport van uitkeringen in het kader van de uitkering kan worden uitgeoefendAOW ook voor de OBR.

Hoofdregel is dat geen (Anw en AKW) of slechts een gedeeltelijk recht (AOW) op uitkering bestaat indien de belanghebbende of een gezinslid van wie het recht op of de hoogte van de uitkering mede afhankelijk is, in het buitenland woont. Van deze hoofdregel kan worden afgeweken:

  • Voor personen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een dergelijk recht kan bestaan ongeacht de vraag of het verdrag dan wel besluit handhavingsbepalingen bevat. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de landen bekend waarin recht op een uitkering kan bestaan.
  • Voor bepaalde categorieën personen en voor personen wonend op de Nederlandse Antillen en Aruba in het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen.

Het begrip wonen inHoofdregel voor de hiervoor weergegeven bepalingen uit de AOW, Anw en OBR is dat een gedeeltelijk (AOW, ) of geen (Anw en OBR) recht op uitkering bestaat als de betrokkene niet in Nederland woont. Voor de AKW geldt als hoofdregel dat geen recht op kinderbijslag bestaat als het kind niet in Nederland woont. Het begrip wonen in de hiervoor genoemde bepalingen wijkt niet af van het begrip wonen bij de beoordeling van ingezetenschap. De beleidsregels in het onderdeel Ingezetene SB1022 over ingezetene/ wonen (SB1022) van Deel I zijn dusdaarom van overeenkomstige toepassing.

Bijzonderheden voor de AOW en Anw

De AOW, Anw en het Besluit regels export uitkeringen bevatten uitzonderingen op de hoofdregel dat er een gedeeltelijk of geen recht op uitkering bestaat als de betrokkene niet in Nederland woont. Een van de uitzonderingen doet zich voor als de betrokkene woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering kan bestaan. Een andere uitzondering geldt voor betrokkenen die een beroep kunnen doen op het overgangsrecht van de artikelen 62 AOW, 62a AOW, 68 Anw of 68a Anw. Met betrekking tot deze uitzonderingen voert de SVB het volgende beleid.

Betrokkenen die wonen in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op uitkering kan bestaan

IndienAls een betrokkene woont in een land waarnaar export van een uitkering mogelijk is op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, bestaat ook recht op die uitkering ook indienals de betrokkene zelf geen rechten kan ontlenen aan het verdrag of het besluit als zodanig geen rechten kan ontlenen (bijvoorbeeld omdat hij niet onder de personele werkingssfeer van het verdrag of besluit valt). Het is echter wel noodzakelijk dat de uitkering onder de materiële werkingssfeer van het verdrag valt. Indien bijvoorbeeld een verdrag alleen ziet op ouderdomspensioenen en nabestaandenuitkeringen, kan dit verdrag er niet toe leiden dat in het verdragsland recht op kinderbijslag bestaatof besluit valt. Dit leidt de SVB af uit de tekst vanen de bepalingenparlementaire geschiedenis van de Wet BEUartikelen 8a en de parlementaire geschiedenis van deze bepalingen9a AOW en 32a en 32b Anw.

De Ministerminister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maakt de landen bekend waarin recht op een uitkering kan bestaan op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie kan bestaan. De SVB gaat ervan uit dat deze bekendmaking slechts declaratoire werking heeft, zodat. Dit betekent dat een persoonbetrokkene die woont in een land waarin recht op uitkering kan bestaan op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie wel, ook recht op uitkering kan bestaan, recht heeft op deze uitkering ook indienals het land niet voorkomt op de lijst van landen die door de minister is bekendgemaakt. In het Overzicht van geciteerde wet- en regelgeving bij de SVB Beleidsregels 2007 is een overzicht opgenomen van de verdragen die op 15 maart 2007 reeds in werking zijn getreden.

Betrokkenen op wie het overgangsrecht van de artikelen 62 en 62a AOW, of de artikelen 68 en 68a Anw van toepassing is

De artikelen 62 AOW en 68 Anw bevatten overgangsrecht voor bepaalde betrokkenen die op 31 december 1999 niet in een verdragsland woonden en recht hadden op een AOW-pensioen of Anw-uitkering. Daarnaast bevatten de artikelen 62a, eerste lid AOW en 68a, eerste lid Anw overgangsrecht voor betrokkenen die in een verdragsland wonen en die hun recht op uitkering (gedeeltelijk) zouden verliezen, als gevolg van buitenwerkingtreding van het verdrag door opzegging, beëindiging van de voorlopige toepassing of een daarmee gelijk te stellen situatie.

Ten aanzienHet overgangsrecht is van een aantal landen istoepassing zolang de betrokkene blijft wonen in 2002 besloten dat de bepalingen vanhetzelfde land en blijft voldoen aan de Wet BEU niet worden toegepast, ondanksvoorwaarden voor het feit dat met die landen nog geen verdrag is gesloten datrecht op AOW-pensioen of Anw-uitkering. De SVB legt de export van uitkeringen naar die landen mogelijk maakt. Dit hield verband metzinsnede "blijft voldoen aan de voorwaarden voor het feitrecht" zo uit, dat weliswaar vóórmoet zijn voldaan aan de materiële voorwaarden voor het moment waarop de overgangstermijn van de Wet BEU verstreek - 1 januari 2003 - overeenstemming was bereikt over de tekst van een verdragrecht als bedoeld in Hoofdstuk III, maar dat de beoogde toepassing van het verdrag per 1 januari 2003 nietparagraaf 1, AOW respectievelijk Hoofdstuk 3, afdeling 1, Anw. Geen vereiste is gerealiseerd. In afwachting van de ondertekening en ratificatie van de betreffende verdragen, handelde de SVB alsof in de betrokken landendat het recht op uitkering op grond van een verdrag bestondaanvraag is vastgesteld. Ten tijdeDe SVB baseert deze uitleg mede op het arrest van de vaststellingHoge Raad van het Besluit SVB Beleidsregels 2007 geldt deze handelwijze uitsluitend nog ten aanzien van Mexico8 april 2011 waarin een soortgelijk overgangsrecht aan de orde was.

Bijzonderheden voor de AKW

Hoofdregel van artikel 7b AKW is dat er geen recht op kinderbijslag bestaat als het kind niet in Nederland woont. Op grond van de AKW, het Besluit regels export uitkeringen en op grond van verdragsbepalingen gelden er uitzonderingen op deze hoofdregel. Een van de uitzonderingen is dat wel recht op kinderbijslag bestaat als het kind niet in Nederland woont, maar er een verdrag van toepassing is dat in de weg staat aan toepassing van artikel 7b AKW. Met betrekking tot deze uitzondering voert de SVB het volgende beleid.

Verdragen die in de weg staan aan toepassing van artikel 7b AKW

Mocht doorToepassing van artikel 7b AKW is in strijd met de onderhandelende partijen alsnog worden besloten af te zien van het sluiten van een verdragverdragen met: Australië, Bosnië-Herzegovina, Canada, Indonesië, Israël, Kosovo (tot 1 januari 2020), Marokko, Montenegro, dan moeten reeds betaalde uitkeringen in beginsel als onverschuldigd betaald worden aangemerktNieuw-Zeeland, Quebec, Servië, Suriname, Tunesië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. De SVB zal in dat geval met inachtneming vanOp grond van deze verdragen mag het recht op kinderbijslag niet worden beëindigd of verminderd vanwege het vertrouwensbeginsel niet overgaan tot terugvorderingfeit dat het kind woont op het grondgebied van de bedragen die onverschuldigd zijn betaaldandere verdragsluitende partij. Daarvoor is wel noodzakelijk dat de betrokkene onder de personele werkingssfeer van het verdrag valt.

Naar aanleiding vanVerder blijkt uit de uitspraak van de CRvB van 14 maart 2003, waarin de CRvB oordeeldefebruari 2019 dat artikel 5toepassing van Verdrag 118 van de Internationale Arbeidsorganisatie een rechtstreeks werkende exportverplichting bevat voor de AOW, de Anw, de WAO en de WAZ,artikel 7b AKW soms in strijd is inmet artikel 2 van de wet van 9 december 2004 bepaald dat de werking van de Wet BEU in de periode van 14 maart 2003 tot 1 januari 2006 voor deze wetten is opgeschort. Tevens is de Nederlandse regering overgegaan tot opzegging33, eerste lid van het verdrag. Deze opzegging is van kracht geworden per 20 december 2005 met Turkije. Derhalve worden de bepalingen van de Wet BEU sedert 1 januari 2006 weer onverkort toegepast.Hiervan is sprake als:

  • het kind in Turkije woont;
  • de betrokkene uitsluitend de Turkse nationaliteit heeft; en
  • de betrokkene werkzaamheden in loondienst verricht in Nederland, of een uitkering op grond van de WW of ZW ontvangt.

​Als aan deze voorwaarden is voldaan, dan past de SVB artikel 7b AKW niet toe.

Wijziging, opzegging of beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dat aan de toepassing van artikel 7b AKW in de weg staat

Ten aanzienArtikel 41b AKW bevat overgangsrecht voor betrokkenen van uitkeringsgerechtigden die wonenwie het recht op kinderbijslag eindigt door wijziging, opzegging, beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag of een daarmee gelijk te stellen situatie. Dit artikel is niet van toepassing als het verdrag voorziet in een niet-verdragslandovergangsregeling die specifiek bedoeld is invoor de Wetbeëindiging van 7 december 2006, Stbde export van kinderbijslag. 697,Daarnaast past de SVB artikel 41b AKW niet toe als het verdrag een zogenaamde pardonregeling getroffen. Deze regeling is van toepassingalgemene overgangsbepaling bevat die bepaalt dat een recht op AOW-, Anw-, WAO- en WAZ-gerechtigden dieuitkering dat is verkregen op 1 januari 2000 al buiten Nederland woonden en die nog steeds recht hebben op dezelfde uitkeringgrond van het verdrag niet mag worden beëindigd in geval van opzegging van dat verdrag. De pardonregeling bewerkstelligt datSVB geeft hiermee toepassing aan de exportbeperkingenuitspraak van de Wet BEU nietCRvB van toepassing zijn op12 december 2014. Uit deze uitspraak blijkt dat de hiervoor bedoelde uitkeringsgerechtigden. Aan deze wetkinderbijslag een duuruitkering is doordie kan zijn 'verkregen' op grond van een verdrag. Uit de SVB op verzoekuitspraak van de CRvB van 29 juli 2011 volgt dat rechten die worden ontnomen als gevolg van de Staatssecretariswijziging van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanaf 1 januari 2006 reeds uitvoering gegeven, voortuitlopend op de inwerkingtredingeen verdrag ook vallen onder de bescherming van een verdragsbepaling als hiervoor is bedoeld.

Grondslag

De tekst is afgesloten naar de stand van de wetgeving op 20 april 2009. De wijzigingen die samenhangen met de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht zijn eveneens verwerkt.

artikel 8a, artikel 9a, artikel 62, artikel 62a AOW, artikel 32a, artikel 32b Anw, artikel 7b AKW68, artikel 2 Wet68a Anw
van 9 december 2004, Stb. 2004, 715

artikel 7b, artikel 41b AKW, artikel 7, tweede lid OBR

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2009juni 2020