Onderwerp: Bezoek-historie

Voldoen aan de onderhoudsvoorwaarden (SB1057)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Voor kinderen die tot zijn huishouden behoren, hoeft een verzekerde niet aan te tonen dat zij door hem worden onderhouden. Voor uitwonende kinderen gelden de voorwaarden van het Besluit uitvoering kinderbijslag. De artikelen 5 en 6 van het Besluit uitvoering kinderbijslag bepalen hoeveel een verzekerde voor een uitwonend kind moet bijdragen om in aanmerking te komen voor enkelvoudige of dubbele kinderbijslag. Voorts bepaalt artikel 8 Besluit uitvoering kinderbijslag welke bijdragen worden opgeteld bij de bijdrage van de verzekerde in de onderhoudskosten van het kind.

Uit vaste jurisprudentie van de CRvB (zie onder meer de uitspraak van 10 februari 1988) blijkt dat betalingen geacht worden gelijkelijk besteed te zijn voor de in het betreffende huishouden verblijvende kinderen waarvoor aanspraak op kinderbijslag kan bestaan. Als in een huishouden zowel kinderen zijn waarvoor het onderhoud moet worden aangetoond als kinderen waarvoor dit niet is vereist, gaat de SVB ervan uit dat de betalingen gelijkelijk zijn besteed aan de kinderen waarvoor het onderhoud moet worden aangetoond.

Uit vaste jurisprudentie van de CRvB (zie onder meer de uitspraak van 12 december 1990) komt ook als vaste regel naar voren dat betalingen die in een bepaald kwartaal zijn verricht worden geacht te zijn gedaan ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in dat betreffende kwartaal.

Als in een kwartaal meer is betaald dan het minimumbedrag voor een bepaalde onderhoudsnorm kan het 'overschot' volgens de jurisprudentie van de CRvB in beginsel niet worden aangewend ter voldoening van de onderhoudsbijdrage voor het volgende kwartaal. Volgens de uitspraak van de CRvB van 27 december 1995 kunnen betalingen verricht in een bepaald kwartaal wel beschouwd worden als bijdrage voor een volgend kwartaal indien uit een vast systeem van betalingen valt af te leiden dat de bijdrage niet anders dan (mede) bestemd kan zijn voor een volgend kwartaal. De SVB hanteert het beleid dat betalingen die in een bepaald kwartaal verricht worden, maar naar hun aard betrekking hebben op het hele jaar, als onderhoudsbijdragen voor volgende kwartalen beschouwd worden. Een voorbeeld hiervan is het schoolgeld dat de verzekerde voor het hele jaar ineens vooruit betaalt.

Voorts hanteert de SVB het beleid dat zij bijdragen voor levensonderhoud niet toerekent aan kwartalen die vooraf gaan aan het kwartaal waarin de betaling plaatsvindt. Hierop maakt de SVB de volgende uitzonderingen:

  • De verzekerde voldoet een in rechte vaststaande vordering die betrekking heeft op een voorafgaand kwartaal, zoals een door de rechter getroffen voorziening met betrekking tot alimentatie of een van overheidswege vastgestelde bijdrage voor een kind dat in een instelling is geplaatst. De betaling van een dergelijke vordering rekent de SVB toe aan de kwartalen waarop deze betrekking heeft ongeacht het moment waarop de vordering komt vast te staan.
  • Voordat adoptie plaatsvindt, betalen de (pleeg)ouders vaak de kosten van verzorging en overdracht van het kind. Deze betalingen rekent de SVB toe aan de kwartalen gelegen voor de datum van de betaling.
  • Wanneer een kind achteraf ten onrechte studiefinanciering blijkt te hebben genoten, wordt het recht op studiefinanciering met terugwerkende kracht ingetrokken. De ten onrechte uitbetaalde studiefinanciering wordt in het algemeen teruggevorderd. Indien over deze periode recht op kinderbijslag bestaat voor een onderwijs volgend kind en de verzekerde de ten onrechte uitbetaalde studiefinanciering heeft terugbetaald, merkt de SVB dit aan als bijdrage in de onderhoudskosten over de betrokken kwartalen.

Op grond van artikel 7 Besluit uitvoering kinderbijslag hanteert de SVB een fictieve onderhoudsbijdrage als het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft, terwijl het kind niet tot het huishouden van verzekerde behoort. De verzekerde moet dit verblijf aannemelijk maken. Feitelijk aantoonbare extra uitgaven ten behoeve van het kind worden bij de fictieve onderhoudsbijdrage opgeteld.

Uit vaste jurisprudentie van de CRvB (zie onder meer de uitspraak van 17 juli 1996) blijkt dat onderhoudsbijdragen voor kinderen die in het buitenland wonen op een voor de SVB eenvoudig te controleren wijze moeten plaatsvinden. Dit betekent dat de onderhoudsbijdrage voor kinderen in het buitenland in beginsel moet worden gedaan door middel van een bankoverschrijving aan de verzorger van het kind of het kind zelf. Bij het vaststellen van de hoogte van de betaalde onderhoudsbijdrage tellen overmakingskosten ook mee.

Voor de uitvoering van het vereiste van de eenvoudige controleerbaarheid van het aantonen van onderhoudsbijdragen hanteert de SVB de volgende voorwaarden:

  • De SVB accepteert uitsluitend betalingen, die zijn verricht via betalingsinstellingen en banken die op basis van het toepasselijke nationale recht bevoegd zijn om financiële transacties te verrichten.
  • Bij overschrijving van een bedrag van de rekening van de verzekerde naar de rekening van de verzorger van het kind is het (internet)bankafschrift voldoende bewijs voor het aantonen van de betaling.
  • Bij storting op de bankrekening van de verzorger van het kind of het kind, moet de verzekerde het stortingsbewijs overleggen.
  • Bij opname van een bedrag van de bankrekening van de verzekerde moet de verzekerde een bankafschrift overleggen waaruit blijkt dat het bedrag met de bankpas van de verzorger van het kind of van het kind is opgenomen. Het nummer van die bankpas moet bekend zijn bij de SVB.
  • Bij overmaking van bedragen door tussenkomst van erkende intermediairs, bijvoorbeeld via de Western Union Money Transfer, dienen zowel de storting door de verzekerde als de opname door de verzorger van het kind of het kind zelf, te worden aangetoond.

Alleen als door uitzonderlijke omstandigheden betaling via een erkende bank of betalingsinstelling niet mogelijk is, mag de verzekerde ook op andere wijze aantonen dat hij heeft voldaan aan de onderhoudsbijdrage. Het is dan echter aan de verzekerde om de onmogelijkheid van betaling op de voorgeschreven wijze aannemelijk te maken. Ook zal hij in die gevallen elke door hem gevolgde stap van de wijze van betaling moeten aantonen.

Postpakketten worden niet geaccepteerd als middel om de onderhoudsbijdrage aan te tonen, aangezien deze wijze van voldoen van de onderhoudsbijdrage voor de SVB oncontroleerbaar is.

Grondslag

artikel 7 AKW, artikel 5, artikel 6, artikel 7, artikel 8 Besluit uitvoering  kinderbijslag

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven